Getypte brief (verzoekschrift) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (verzoekschrift) met handgeschreven kanttekeningen. 27 maart 1943. C.G. de Vries, Warmondstraat 134 II, Amsterdam-West. De Burgemeester van Amsterdam (via de Directeur van het Marktwezen). [Linksboven:]
C.G. de Vries
Warmondstraat 134 II
Amsterdam-West.
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 27 Maart 1943.
[Midden rechts:]
Aan den Heer Burgemeester
van Amsterdam.
[Midden links, in een paarse ovale stempel:]
Door bemiddeling van den
Heer Directeur van het
Marktwezen.
[Handgeschreven aantekeningen in potlood/pen midden op de pagina:]
m.i. geen bezwaar.
m.i. dispensatie verleenen
[Hoofdtekst:]
Ingevolge het gestelde in Uw besluiten van 24 December 1942, nrs. 494e en 494f Arb.1942 en de daarop aansluitende kennisgeving d.d. 3 Februari jl., nr. 494i Arb.1942, verzoek ik, ondergeteekende, C.G. de Vries, bureel-ambtenaar bij den Dienst van het Marktwezen, mij dispensatie te verleenen van het in genoemde besluiten bedoelde verbod, in dit geval betrekking hebbende op betaalde werkzaamheden, verricht door mijn echtgenoote, A.M. Plas, als disponente in dienst bij de "Lumina-film", Nes 23-25, alhier.
[Rechtsonder:]
De Bureel-ambtenaar,
[Handtekening: C.G. de Vries] Dit document is een officieel verzoek van een gemeenteambtenaar aan de Burgemeester van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het verzoek is het verkrijgen van een ontheffing (dispensatie) zodat zijn echtgenote, A.M. Plas, mag blijven werken.
De brief verwijst naar specifieke arbeidsbesluiten uit december 1942. Deze besluiten maakten deel uit van een reeks maatregelen die de arbeid van gehuwde vrouwen aan banden legden. Hoewel dergelijke maatregelen al voor de oorlog bestonden (vaak uit economische noodzaak om werkloosheid onder mannen te bestrijden), werden ze tijdens de bezetting strikter gehandhaafd of aangepast aan de ideologie van de bezetter.
De handgeschreven kanttekeningen ("m.i. geen bezwaar" en "m.i. dispensatie verleenen") zijn waarschijnlijk afkomstig van de Directeur van het Marktwezen, die het verzoek ondersteunde alvorens het door te sturen naar de burgemeester. Ten tijde van dit schrijven (maart 1943) stond Amsterdam onder het bewind van de door de bezetter aangestelde burgemeester Edward Voûte. De bureaucratie draaide volledig mee in de verordeningen van de Duitse bezetter.
De genoemde werkgever van de echtgenote, "Lumina-film", was gevestigd aan de Nes 23-25. De Nes was in die tijd een centrum voor de filmdistributie en theaterwereld in Amsterdam. "Lumina" hield zich voornamelijk bezig met de distributie van (vaak Duitse) films. De functie 'disponente' duidt op een administratieve of leidinggevende rol met betrekking tot de planning of verkoop.
Het document illustreert hoe diep de overheidsbemoeienis in het persoonlijke leven van burgers ging: zelfs voor het behoud van een baan door een echtgenote van een lagere ambtenaar was expliciete toestemming van de hoogste lokale autoriteit nodig.