Handgeschreven conceptbrief of interne notitie op een archiefkaart.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of interne notitie op een archiefkaart. [Links boven, onderstreept:]
Onderwerp:
verrichting van
werkzaamheden door
overheids-personeel
[In rood potlood:]
43/2/3
[Rechts boven:]
Den Heer Bm. van Amsterdam
[Hoofdtekst:]
n. a. v. Uw circulaire d. d.
3 Febr. j.l. no. 494 i. Arb 1942
heb ik de eer U in bijlage dezes te
doen toekomen afschriften van door per-
soneel van mijn dienst gedane verzoeken
om hen ~~vrij te stellen, van het door hun echtge-~~
dispensatie te verleenen van het verbod tot het verrichten
van ~~bepaalde~~ bepaalde werkzaamheden door
hun echtgenooten.
~~Mijnerzijds bestaat tegen inwilliging~~
~~der verzoeken geen bezwaar.~~
[Rechts onder:]
z. o. z. * Inhoud: Het document is een begeleidend schrijven (concept) bij een reeks verzoekschriften van gemeentepersoneel. Deze ambtenaren verzoeken om dispensatie (ontheffing) van een verbod voor hun echtgenotes om bepaalde werkzaamheden te verrichten.
* Toon: Formeel-administratief ("heb ik de eer U... te doen toekomen").
* Proces: De vele doorhalingen en correcties wijzen op een werkversie. De opsteller zoekt naar de juiste juridische/ambtelijke terminologie (vervanging van "vrij te stellen" door "dispensatie te verleenen").
* Status: De laatste zin ("Mijnerzijds bestaat tegen inwilliging der verzoeken geen bezwaar") is doorgestreept, wat kan betekenen dat de opsteller besloot het advies elders te formuleren of dat het oordeel nog niet definitief was. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1942). Tijdens de bezetting werden de regels voor overheidspersoneel aanzienlijk aangescherpt. De verwijzing naar "Arb 1942" duidt waarschijnlijk op arbeidsvoorschriften die in dat jaar werden uitgevaardigd.
Vaak hadden dergelijke verboden te maken met het streven van de bezetter of de nationaalsocialistische overheid om de arbeidsmarkt te reguleren, of specifiek om de buitenshuise arbeid van gehuwde vrouwen te beperken (een beleid dat overigens al vóór de oorlog was ingezet, maar onder de bezetting strikter kon worden toegepast). Ambtenaren moesten formeel toestemming vragen als hun echtgenote een eigen bedrijf had of elders werkte, om belangenverstrengeling te voorkomen of om te voldoen aan ideologische normen over het gezin. De "Burgemeester van Amsterdam" in deze periode was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte. Gemeente Amsterdam
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een begeleidend schrijven (concept) bij een reeks verzoekschriften van gemeentepersoneel. Deze ambtenaren verzoeken om dispensatie (ontheffing) van een verbod voor hun echtgenotes om bepaalde werkzaamheden te verrichten.
- Toon: Formeel-administratief ("heb ik de eer U... te doen toekomen").
- Proces: De vele doorhalingen en correcties wijzen op een werkversie. De opsteller zoekt naar de juiste juridische/ambtelijke terminologie (vervanging van "vrij te stellen" door "dispensatie te verleenen").
- Status: De laatste zin ("Mijnerzijds bestaat tegen inwilliging der verzoeken geen bezwaar") is doorgestreept, wat kan betekenen dat de opsteller besloot het advies elders te formuleren of dat het oordeel nog niet definitief was.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1942). Tijdens de bezetting werden de regels voor overheidspersoneel aanzienlijk aangescherpt. De verwijzing naar "Arb 1942" duidt waarschijnlijk op arbeidsvoorschriften die in dat jaar werden uitgevaardigd.
Vaak hadden dergelijke verboden te maken met het streven van de bezetter of de nationaalsocialistische overheid om de arbeidsmarkt te reguleren, of specifiek om de buitenshuise arbeid van gehuwde vrouwen te beperken (een beleid dat overigens al vóór de oorlog was ingezet, maar onder de bezetting strikter kon worden toegepast). Ambtenaren moesten formeel toestemming vragen als hun echtgenote een eigen bedrijf had of elders werkte, om belangenverstrengeling te voorkomen of om te voldoen aan ideologische normen over het gezin. De "Burgemeester van Amsterdam" in deze periode was de door de bezetter aangestelde Edward Voûte.