Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 14 oktober 1943 P. Smit, Contrôleur bij het Marktwezen Directeur van het Marktwezen, Amsterdam No. 43/2/7 M. 1943 15/10
Amsterdam 14 October 1943.
Aan den Heer Directeur
van het Marktwezen
Amsterdam.
De Ondergeteekende, P. Smit Contrôleur bij het
Marktwezen wonende 2e Hugo de Grootstraat No 27 III
te Amsterdam verzoekt U beleefd hem voor zijn
Echtgenoote Catharina Smit. Geb. Ales die als seizoen
schoonmaakster werkzaam is bij de N.V. Woolsons
Hoedenfabrieken gevestigd Joden Breestraat 48/50 te
Amsterdam dispensatie te willen verleenen volgens
Circulaire d.d. 3 Februari 1943 van Burgemeester
No 494 i. arb. 1942. daar deze werkzaamheden op
13 December 1943 weder een aanvang zullen nemen.
Hopende dat Uw Ed. op mijn verzoek goedgunstig zult
willen beschikken en u bij voorbaat beleefd dankend.
Hoogachtend.
P. Smit
voorel Markt [onderaan in rood/potlood geschreven] In dit schrijven verzoekt P. Smit, een controleur in dienst van de gemeente Amsterdam (afdeling Marktwezen), zijn directie om een officiële dispensatie voor zijn vrouw, Catharina Smit-Ales. Zij is werkzaam als seizoensschoonmaakster bij de hoedenfabriek N.V. Woolsons, gevestigd aan de Jodenbreestraat.
De kern van het verzoek is gebaseerd op een circulaire van de burgemeester uit februari 1943. Omdat haar werkzaamheden in de fabriek op 13 december 1943 weer zouden beginnen, was deze ontheffing noodzakelijk voor haar administratieve status of arbeidsverplichtingen. De formele en beleefde toon ("Uw Ed.", "goedgunstig") is typerend voor ambtelijke correspondentie uit die periode. Dit document stamt uit het najaar van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De term "dispensatie" in combinatie met de verwijzing naar een circulaire van de burgemeester betreffende "arbeid" (arb. 1942) wijst zeer waarschijnlijk op een poging om de echtgenote te vrijwaren van de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling).
Tijdens de bezetting probeerden veel Nederlanders via hun werkgever of officiële instanties een 'Sperre' of vrijstelling te krijgen om te voorkomen dat zij elders (vaak in Duitsland) te werk zouden worden gesteld. Het feit dat zij werkte in een fabriek aan de Jodenbreestraat is historisch wrang; de Jodenbreestraat lag in het hart van de Joodse buurt, die tegen oktober 1943 door de deportaties nagenoeg volledig was leeggehaald. De fabriek N.V. Woolsons was een bekend bedrijf op dat adres dat gedurende de oorlog bleef opereren, mogelijk onder toezicht of omdat het leverde aan de oorlogsindustrie.
Samenvatting
In dit schrijven verzoekt P. Smit, een controleur in dienst van de gemeente Amsterdam (afdeling Marktwezen), zijn directie om een officiële dispensatie voor zijn vrouw, Catharina Smit-Ales. Zij is werkzaam als seizoensschoonmaakster bij de hoedenfabriek N.V. Woolsons, gevestigd aan de Jodenbreestraat.
De kern van het verzoek is gebaseerd op een circulaire van de burgemeester uit februari 1943. Omdat haar werkzaamheden in de fabriek op 13 december 1943 weer zouden beginnen, was deze ontheffing noodzakelijk voor haar administratieve status of arbeidsverplichtingen. De formele en beleefde toon ("Uw Ed.", "goedgunstig") is typerend voor ambtelijke correspondentie uit die periode.
Historische Context
Dit document stamt uit het najaar van 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De term "dispensatie" in combinatie met de verwijzing naar een circulaire van de burgemeester betreffende "arbeid" (arb. 1942) wijst zeer waarschijnlijk op een poging om de echtgenote te vrijwaren van de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling).
Tijdens de bezetting probeerden veel Nederlanders via hun werkgever of officiële instanties een 'Sperre' of vrijstelling te krijgen om te voorkomen dat zij elders (vaak in Duitsland) te werk zouden worden gesteld. Het feit dat zij werkte in een fabriek aan de Jodenbreestraat is historisch wrang; de Jodenbreestraat lag in het hart van de Joodse buurt, die tegen oktober 1943 door de deportaties nagenoeg volledig was leeggehaald. De fabriek N.V. Woolsons was een bekend bedrijf op dat adres dat gedurende de oorlog bleef opereren, mogelijk onder toezicht of omdat het leverde aan de oorlogsindustrie.