Getypt afschrift (extract) van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Getypt afschrift (extract) van een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam. Vrijdag 14 mei 1943. [Handgeschreven linksboven:] № 372 LM 1943
[Stempel/Typschrift linksboven:] No. 43/6/8 M. 1943 [Handgeschreven:] 19/r
[Typschrift rechtsboven:] Uitzending gemeentepersoneel naar Duitschland .
[Handgeschreven rechtsboven:] m. 1/2 Markth. [?]
[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 14 Mei 1943.
Na bespreking besluit de Burgemeester te bepalen, dat, indien leden van het Gemeentepersoneel, ingevolge de opgemaakte lijsten, worden aangewezen voor uitzending naar Duitschland, de hoofden van dienst niet hun invloed mogen aanwenden om te bereiken, dat dezen vervangen worden door leden van het voormalige Nederlandsche leger, die voor krijgsgevangenschap in aanmerking komen.
Indien deze laatsten zich uit eigen beweging voor uitzending naar Duitschland aanmelden, in plaats van de oorspronkelijk aangewezenen, is daartegen geen bezwaar.
Afschrift hiervan zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris, het Pensioenbureau en aan den Gemeenteontvanger.
[Rechtsonder:]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
[Stempel in paars:] (get.) J. F. FRANKEN
[Linksonder:]
C.S.Stadhuis
A'dam 5-'43
No.61. Dit document is een officieel besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft de gedwongen tewerkstelling van gemeentepersoneel in Duitsland, de zogenaamde Arbeitseinsatz.
De kern van het besluit is dat hoofden van gemeentelijke diensten niet mogen proberen hun personeel te beschermen door hen te laten vervangen door voormalige Nederlandse militairen. Aan de andere kant staat de burgemeester wel toe dat deze ex-militairen zichzelf vrijwillig aanmelden om de plaats in te nemen van aangewezen gemeentepersoneel.
Het document laat zien hoe het Amsterdamse stadsbestuur, destijds onder leiding van de door de Duitsers benoemde burgemeester Edward Voûte, meewerkte aan de Duitse eisen voor arbeidskrachten, terwijl het tegelijkertijd probeerde de bureaucratische processen hieromheen te stroomlijnen en te voorkomen dat lagere ambtenaren het beleid frustreerden. Mei 1943 was een uiterst turbulente maand in bezet Nederland. Eind april 1943 had de Duitse Wehrmachtsbefehlshaber Friedrich Christiansen bevolen dat alle leden van het voormalige Nederlandse leger (ca. 300.000 man) zich opnieuw in krijgsgevangenschap moesten begeven om in Duitsland te gaan werken. Dit leidde tot de spontane April-meistakingen door het hele land, die door de bezetter bloedig werden neergeslagen.
Tegen deze achtergrond moet dit document worden gezien. De bezetter had een enorme behoefte aan arbeidskrachten voor de oorlogsindustrie. De gemeente Amsterdam moest lijsten opstellen van personeel dat uitgezonden kon worden. De verwijzing naar de "leden van het voormalige Nederlandsche leger" is cruciaal: veel van deze mannen probeerden aan de hernieuwde krijgsgevangenschap te ontkomen door elders werk te vinden.
De burgemeester verbiedt hier diensthoofden om hun eigen personeel te sparen ten koste van deze soldaten, maar opent de deur voor soldaten om "vrijwillig" naar Duitsland te gaan in ruil voor de vrijstelling van een gemeenteambtenaar. Dit was voor sommige ex-militairen een manier om hopelijk onder betere condities dan in een krijgsgevangenenkamp te werken, terwijl het voor de gemeente een manier was om hun apparaat draaiende te houden door onmisbaar personeel te behouden.