Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 12 mei 1943. Niet bij naam genoemd ("de ondergeteekenden"), waarschijnlijk de directie van het Marktwezen. [Linksboven, handgeschreven:] 43/23/3
[Linksboven, doorgestreept:] 88/....
[Middenboven, handgeschreven:] Tussendoor 13/5
[Rechtsboven:] VD/SV
Vischverkoop op Zondag en overwerk personeel.
12 Mei 1943.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede hebben de ondergeteekenden de eer U te berichten, dat voornamelijk als gevolg van de regeling der vischverkoop te dezer stede, waardoor het openstellen van de dagmarkten op Zondag gedurende de zomermaanden noodzakelijk werd, het personeel op deze markten regelmatig buiten de roosteruren dienst moest doen. Doordat dit personeel een rooster had van 45 uren met een vrijen middag op een der werkdagen (behalve den Zaterdag), moest, doordat ook ’s middags visch werd aangevoerd, veelal ook op den vrijen middag dienst worden gedaan. Voortdurend is geprobeerd om deze overuren door vrije uren te doen compenseeren, doch dat bleek veelal, als gevolg van de geringe personeelssterkte op de dagmarkten, waar drie ambtenaren reeds gedurende maanden wegens ziekte hun dienst niet kunnen doen, niet mogelijk. Eenige verbetering is thans ontstaan, doordat de werktijd voor alle ambtenaren op 48 uur is gebracht, waardoor de vrije middag voor de groep marktambtenaren is vervallen (zie de met onzen brief d.d. 8 Maart 1943 no. 8a/30/1 M. ingediende werktijdregeling). Een verdere verbetering wordt door ons gezien in de beperking van het aantal markten, waar des Zondags visch mag worden verkocht. Hierdoor zal namelijk des Zondags minder personeel dienst behoeven te doen.
[Kantlijn links, handgeschreven:] 12 Mei 1943 no. 43/23/3/7. [Gevolgd door paraaf/handtekening]
In bijlage dezes leggen wij U over een overzicht van de aanvoeren op de dagmarkten op de Zondagen in de maanden Juli en Augustus van het jaar 1942. Uit de aanvoeren op deze markten kan worden geconcludeerd, dat volstaan kan worden met het houden van een dagmarkt in iedere stadswijk namelijk Albert Cuypstraat voor Zuid, Ten Katestraat voor West, Lindengracht voor Centrum, Dapperstraat voor Oost, Mosplein voor Noord. De kooplieden van de overige markten zullen, wanneer ze des Zondags voor een toewijzing in aanmerking zouden komen, naar een van deze vijf markten moeten worden gezonden. Het publiek, dat gewend was op Zondag te koopen op een der markten, welke wij voorstellen voor den Zondag te doen vervallen (dus Stadionplein, Jan Evertsenstraat en Nieuwmarkt), zal zich de moeite...
[Document loopt af aan onderzijde] * Probleemstelling: Er is een te hoge werkdruk voor marktmeesters en controleurs door de noodzaak van visverkoop op zondag in de zomer. Het bestaande rooster van 45 uur was niet toereikend, en compensatie voor overwerk was onmogelijk door personeelstekort (ziekteverzuim).
* Maatregelen:
1. De standaardwerkweek voor ambtenaren is verhoogd van 45 naar 48 uur, waardoor de vrije middag is komen te vervallen.
2. Het voorstel wordt gedaan om de zondagse visverkoop te concentreren op slechts vijf markten in Amsterdam (één per stadsdeel), in plaats van alle dagmarkten open te houden.
* Geografische focus: Het document noemt specifieke Amsterdamse locaties: Albert Cuypstraat (Zuid), Ten Katestraat (West), Lindengracht (Centrum), Dapperstraat (Oost) en Mosplein (Noord). Voorgesteld wordt om de zondagsmarkten op het Stadionplein, de Jan Evertsenstraat en de Nieuwmarkt op te heffen.
* Toon: Formeel-ambtelijk, waarbij de efficiëntie van de voedseldistributie wordt afgewogen tegen de beschikbare personele capaciteit. Dit document is geschreven in mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via distributiesystemen. Vis was een belangrijke bron van eiwitten, zeker omdat vlees schaars en zwaar gerantsoeneerd was.
De verhoging van de werkweek naar 48 uur is kenmerkend voor de oorlogstijd, waarin de druk op het overheidsapparaat en de arbeiders toenam om de distributie onder moeilijke omstandigheden draaiende te houden. De centralisatie van markten (slechts één per wijk) diende waarschijnlijk niet alleen om personeel te besparen, maar ook om de controle op de schaarse goederen en de handhaving van distributieregels te vergemakkelijken.