Handgeschreven ambtelijk memorandum / brief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijk memorandum / brief. 22 juni 1943. [Linksboven:]
Regeling
werktijd
[in rood:] 43/23/4
[Rechtsboven:]
A'dam 22/6 1943
W.L.M.
[Kantlijn links, verticaal geschreven:]
In overeenstemming met de Marktmeesters d.d. 14 Mei jl. opgesteld
[Hoofdtekst:]
In aansluiting op onzen brief van 12 Mei jl. no. 43/26/3 M. hebben de ondergetekenden de eer U, ingevolge Uw opdracht, in bijlage dezes een nieuwe werktijdregeling te doen toekomen voor het personeel van de dagmarkten; deze regeling is ~~thans~~ geheel in ~~overeenstemming~~ overeenstemming met de wenschen van den soc. medewerker van het N.A.F. bij mijnen dienst.
Wij verzoeken U, deze regeling ~~thans~~ door den B.M. te doen goedkeuren, evenals de regeling voor de vischmarkt, aangelegd in onzen bovenvermelden brief van 12 Mei 1943.
[Onderaan:]
de Gem. Secr. [Initialen: SW] Het document betreft een formeel voorstel van de Gemeentesecretarie van Amsterdam aan (vermoedelijk) de wethouder of de burgemeester. De kern van de brief is het indienen van een nieuwe werktijdregeling voor het personeel dat werkzaam is op de Amsterdamse dagmarkten.
Er wordt expliciet verwezen naar een eerdere brief van 12 mei 1943 en naar overleg met de "Marktmeesters". Opvallend is de melding dat de regeling strookt met de wensen van een sociaal medewerker van het N.A.F. (Nederlandsch Arbeidsfront). De opstellers vragen om formele goedkeuring door de "B.M." (Burgemeester), waarbij ook de eerder ingediende regeling voor de vismarkt wordt genoemd. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele elementen zijn typerend voor die tijd:
- N.A.F. (Nederlandsch Arbeidsfront): De vermelding van het N.A.F. is cruciaal. Dit was de door de Duitse bezetter ingestelde nationaalsocialistische vakorganisatie die in 1942 de plaats had ingenomen van de verboden vrije vakbonden. Dat de werktijdregeling met hen is afgestemd, toont de invloed van deze instantie op het dagelijks bestuur van de stad.
- B.M. (Burgemeester): In 1943 was de burgemeester van Amsterdam Edward Voûte, een collaborerend bestuurder. Onder zijn bewind werd de gemeentelijke organisatie gelijkgeschakeld met de wensen van de bezetter.
- Dagelijkse continuïteit: Ondanks de oorlog gingen de administratieve processen voor de voedselvoorziening en marktordening door, maar onder strikt toezicht en volgens de ideologische kaders van de bezetter. De nadruk op "overeenstemming" met het N.A.F. suggereert dat hun goedkeuring in die tijd noodzakelijk was voor arbeidsrechterlijke besluiten.
Samenvatting
Het document betreft een formeel voorstel van de Gemeentesecretarie van Amsterdam aan (vermoedelijk) de wethouder of de burgemeester. De kern van de brief is het indienen van een nieuwe werktijdregeling voor het personeel dat werkzaam is op de Amsterdamse dagmarkten.
Er wordt expliciet verwezen naar een eerdere brief van 12 mei 1943 en naar overleg met de "Marktmeesters". Opvallend is de melding dat de regeling strookt met de wensen van een sociaal medewerker van het N.A.F. (Nederlandsch Arbeidsfront). De opstellers vragen om formele goedkeuring door de "B.M." (Burgemeester), waarbij ook de eerder ingediende regeling voor de vismarkt wordt genoemd.
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Enkele elementen zijn typerend voor die tijd:
- N.A.F. (Nederlandsch Arbeidsfront): De vermelding van het N.A.F. is cruciaal. Dit was de door de Duitse bezetter ingestelde nationaalsocialistische vakorganisatie die in 1942 de plaats had ingenomen van de verboden vrije vakbonden. Dat de werktijdregeling met hen is afgestemd, toont de invloed van deze instantie op het dagelijks bestuur van de stad.
- B.M. (Burgemeester): In 1943 was de burgemeester van Amsterdam Edward Voûte, een collaborerend bestuurder. Onder zijn bewind werd de gemeentelijke organisatie gelijkgeschakeld met de wensen van de bezetter.
- Dagelijkse continuïteit: Ondanks de oorlog gingen de administratieve processen voor de voedselvoorziening en marktordening door, maar onder strikt toezicht en volgens de ideologische kaders van de bezetter. De nadruk op "overeenstemming" met het N.A.F. suggereert dat hun goedkeuring in die tijd noodzakelijk was voor arbeidsrechterlijke besluiten.