Handgeschreven memo of conceptbrief.
Origineel
Handgeschreven memo of conceptbrief. $2^{\underline{e}}$ Pinksterdag en $2^{\underline{e}}$
Kerstdag worden altijd
door een Zondag voorafge-
gaan. Op deze dagen is
vrijwel geen aanvoer te
verwachten, aangezien op
Zondagen geen visch wordt
verzonden. Wij stellen
u voor te doen bepalen,
dat op deze dagen bij
ev. aanvoer van visch, deze
zal worden verkocht op
dezelfde markt, waar den
vorigen dag, dus $1^{\underline{e}}$ Paasdag,
$1^{\underline{e}}$ Pinksterdag en $1^{\underline{e}}$ Kerstdag
visch is verkocht. De Nieuwjaars-
dag en Hemelvaartsdag kunnen
met een normalen Zondag
worden gelijkgesteld, aan-
gezien deze dagen door een
werkdag worden voorafgegaan. De tekst is geschreven in een duidelijk, administratief handschrift, waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw. De auteur zet een logistiek probleem uiteen: omdat de tweede feestdagen (zoals Tweede Kerstdag en Tweede Pinksterdag) altijd op een maandag vallen, en er op zondag geen vis wordt verzonden, is er op die maandagen geen aanvoer van verse vis.
Er wordt een beleidsvoorstel gedaan: mocht er toch een kleine hoeveelheid vis binnenkomen ("ev. aanvoer"), dan moet deze op dezelfde wijze of locatie worden verhandeld als op de eerste feestdagen. Verder wordt er een onderscheid gemaakt met Nieuwjaarsdag en Hemelvaartsdag; deze vallen niet noodzakelijkerwijs na een zondag maar na een werkdag, waardoor de visaanvoer daarvoor vergelijkbaar is met een reguliere weekdag die aan een zondag (rustdag) voorafgaat. Dit document is vermoedelijk afkomstig uit het archief van een gemeentelijk marktwezen of een visserij-instelling (bijvoorbeeld een mijnvisafslag). Het weerspiegelt de nauwe verwevenheid tussen religieuze rustdagen en de economische exploitatie van bederfelijke waren zoals vis. In een tijd voor grootschalige koeltechniek was de dagelijkse aanvoer cruciaal, en de zondagsrust zorgde voor een gat in de distributieketen dat met dergelijke reglementen moest worden opgevangen.
Samenvatting
De tekst is geschreven in een duidelijk, administratief handschrift, waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw. De auteur zet een logistiek probleem uiteen: omdat de tweede feestdagen (zoals Tweede Kerstdag en Tweede Pinksterdag) altijd op een maandag vallen, en er op zondag geen vis wordt verzonden, is er op die maandagen geen aanvoer van verse vis.
Er wordt een beleidsvoorstel gedaan: mocht er toch een kleine hoeveelheid vis binnenkomen ("ev. aanvoer"), dan moet deze op dezelfde wijze of locatie worden verhandeld als op de eerste feestdagen. Verder wordt er een onderscheid gemaakt met Nieuwjaarsdag en Hemelvaartsdag; deze vallen niet noodzakelijkerwijs na een zondag maar na een werkdag, waardoor de visaanvoer daarvoor vergelijkbaar is met een reguliere weekdag die aan een zondag (rustdag) voorafgaat.
Historische Context
Dit document is vermoedelijk afkomstig uit het archief van een gemeentelijk marktwezen of een visserij-instelling (bijvoorbeeld een mijnvisafslag). Het weerspiegelt de nauwe verwevenheid tussen religieuze rustdagen en de economische exploitatie van bederfelijke waren zoals vis. In een tijd voor grootschalige koeltechniek was de dagelijkse aanvoer cruciaal, en de zondagsrust zorgde voor een gat in de distributieketen dat met dergelijke reglementen moest worden opgevangen.