Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. Vrijdag 14 mei 1943. No. 43/26/M. 1943 [stempel: 19/5]
Tot het ter kennis brengen van de Verordening betreffende het verleenen van verlof tot deelneming aan leergangen tot bevordering der weerbaarheid.
No. 17/29 Arb. 1943.
373 LM 1943
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 14 Mei 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de Burgemeester het volgende besluit:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordening No. 152/1941);
B e s l u i t :
I. ter kennis te brengen van de Hoofden der diensttakken, dat bij Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, betreffende het verleenen van verlof tot deelneming aan leergangen tot bevordering der weerbaarheid, dd. 5 April 1943 (Verordeningenblad 1943, aflevering 12, No. 31), het volgende is bepaald:
Artikel 1.
(1) Iedere man, die op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is en die zich vrijwillig voor de deelneming aan een erkenden leergang tot bevordering der weerbaarheid aanmeldt, dient voor den duur van dezelve, met inbegrip van den voor de heen- en terugreis noodzakelijken tijd, door zijn werkgever in het genot van verlof te worden gesteld. Scholieren, die zich vrijwillig aanmelden voor de deelneming aan een zoodanigen leergang, zijn gedurende dezen tijd tegen overlegging van de desbetreffende oproeping vrijgesteld van den plicht tot schoolbezoek.
(2) De Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied (Commissaris-Generaal voor Bijzondere Aangelegenheden) bepaalt, welke leergangen als erkende leergang in den zin van het eerste lid (in het vervolg "leergang" genoemd) dienen te worden beschouwd.
Artikel 2.
(1) Het verlof, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, wordt niet in mindering gebracht op het verlof, dat den tewerkgestelde volgens andere rechtsvoorschriften of op grond van een overeenkomst toekomt.
(2) Hij die voor een leergang is opgeroepen, mag uit de deelneming daaraan geen nadeelen in zijn dienstbetrekking en in zijn positie op het gebied van de sociale voorzieningen en de aanspraken daarop ondervinden. In het bijzonder is de werkgever niet gerechtigd wegens de deelneming aan een leergang tot ontbinding van de dienstbetrekking over te gaan.
(3) Gedurende den tijd van het naar aanleiding van de deelneming aan den leergang toegekende verlof moet het loon of salaris aan den werknemer worden doorbetaald.
(4) Voor den tijd der deelneming aan den leergang moet het leer- of schoolgeld worden doorbetaald.
Artikel 3.
(1) Het verzoek om toekenning van het verlof moet ten minste twee weken voor den aanvang daarvan worden ingediend. Dezelfde termijn geldt voor de mededeeling aan de school op grond van artikel 1, eerste lid, laatsten volzin.
(2) Aan den werkgever (schoolhoofd) dient de oproeping voor den leergang te worden overgelegd, waaruit moet blijken, dat het een volgens artikel 1 erkenden leergang betreft.
(3) Over bezwaren van den tot den leergang opgeroepene of van zijn wettelijken vertegenwoordiger, dan wel van den werkgever (schoolhoofd) tegen de deelneming van den tewerkgestelde of scholier aan den leergang, beslist de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied (Commissaris-Generaal voor Bijzondere Aangelegenheden, voor zoover het de vrijstelling van den plicht tot schoolbezoek betreft, in overeenstemming met den Commissaris-Generaal voor Bestuur en Justitie). De bezwaren moeten binnen drie dagen na kennisneming van de oproeping schriftelijk bij den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied (Commissaris-Generaal voor Bijzondere Aangelegenheden) worden ingediend.
[rechtsonder:] 43 Dit document is een officiële bekendmaking van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het regelt de arbeidsrechtelijke en facilitaire status van mannen en scholieren die deelnemen aan zogenaamde "leergangen tot bevordering der weerbaarheid".
De kernpunten van de regeling zijn:
1. Verplicht verlof: Werkgevers zijn verplicht verlof te verlenen voor deze cursussen.
2. Inkomensgarantie: Het loon of salaris moet volledig worden doorbetaald tijdens de afwezigheid.
3. Ontslagbescherming: Deelnemers mogen niet worden ontslagen of benadeeld vanwege hun deelname.
4. Scholieren: Ook leerlingen krijgen vrijstelling van schoolbezoek, waarbij het schoolgeld moet worden doorbetaald.
5. Beslissingsbevoegdheid: Eventuele bezwaren van werkgevers worden niet door de Nederlandse rechter, maar direct door de Duitse bezettingsautoriteit (de Rijkscommissaris) beslist.
Het besluit is genomen door de Burgemeester op voorstel van de Wethouder voor Arbeidszaken. Ten tijde van mei 1943 was Edward Voûte burgemeester van Amsterdam en was de pro-Duitse Jan de Lugt (NSB) wethouder van Arbeidszaken. Het begrip "weerbaarheid" in dit document heeft een specifieke nationaalsocialistische lading. Het verwijst naar militaire of paramilitaire trainingen, vaak in het kader van de WA (Weerafdeling van de NSB) of de Nederlandsche SS. De bezetter probeerde via dit soort verordeningen de bereidheid tot actieve collaboratie en militaire dienstbaarheid te stimuleren door de drempels in het dagelijks leven (zoals werk en school) weg te nemen.
De datum van het besluit (14 mei 1943) is saillant. Dit is slechts twee weken na de hevige April-meistakingen van 1943, die uitbraken als reactie op de aankondiging dat Nederlandse militairen weer in krijgsgevangenschap moesten. Terwijl de bevolking in verzet kwam tegen de gedwongen arbeid en gevangenschap, consolideerde het bestuur de rechten van degenen die zich juist vrijwillig lieten trainen voor de "nieuwe orde".
Het document illustreert de zogenaamde "Gleichschaltung" (gelijkschakeling) van het gemeentelijk apparaat aan de bevelen van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart. Lokale besturen werden instrumenten om Duitse verordeningen direct in de praktijk van de werkvloer en de schoolbanken door te voeren.