Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
No. 4/3/31/1 M. 1943 10/6
No. 887 Arb. 1943.
423 LM 1943
[Rechtsboven, handgeschreven:]
Marktw
[Hoofdtekst:]
Ter kennis brengen van ambtenaren en werklieden, incl. arbeidscontractanten, van de Verordening van den Rijkscommissaris betreffende ambtsdelicten van ambtenaren en van bepaalde beëedigde personen.
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 28 Mei 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien de Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende ambtsdelicten van ambtenaren en van bepaalde beëedigde personen (Verordeningenblad 1943, No. 49);
Overwegende de wenschelijkheid, dat deze Verordening ter kennis wordt gebracht van het gemeentepersoneel, inclusief de arbeidscontractanten;
B e s l u i t :
de Hoofden der gemeentelijke diensttakken uit te noodigen, onderstaande Verordening ter kennis te brengen van de ambtenaren, werklieden en arbeidscontractanten, werkzaam bij hun diensttakken, onder opmerking, dat waar in deze Verordening van "ambtenaren" wordt gesproken, hieronder ook dienen te worden verstaan de "werklieden";
""VERORDENING VAN DEN RIJKSCOMMISSARIS VOOR HET BEZETTE NEDERLANDSCHE GEBIED BETREFFENDE AMBTSDELICTEN VAN AMBTENAREN EN VAN BEPAALDE BEËEDIGDE PERSONEN.
Op grond van § 5 van het Decreet van den Führer over de uitoefening van de regeeringsbevoegdheden in Nederland van 18 Mei 1940 (R.W.B. I, blz. 778) bepaal ik:
Artikel 1.
(1) Een ambtenaar, die
1) staakt
of
2) zijn arbeidsprestatie vermindert met het oogmerk de vervulling van een overheidstaak te bemoeilijken, te vertragen of onmogelijk te maken, dan wel tracht dit oogmerk op andere wijze te verwezenlijken,
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten minste één jaar, doch van ten hoogste vijf jaren, in ernstige gevallen met tuchthuisstraf van ten minste één jaar, doch van ten hoogste vijftien jaren.
(2) In buitengewoon ernstige gevallen kan levenslange tuchthuisstraf of de doodstraf worden uitgesproken.
(3) Poging is strafbaar.
Artikel 2.
Ten aanzien van de toepassing van deze verordening wordt een persoon, die op grond van een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij het Rijk, een provincie, een gemeente of een ander publiekrechtelijk lichaam werkzaam is, met een ambtenaar gelijkgesteld.
Artikel 3.
De deelnemer, ook wanneer hij niet tot de in de artikelen 1 en 2 genoemde personen behoort, wordt op gelijke wijze als de dader gestraft.
Artikel 4.
(1) Hij die tot een bij artikel 1 verboden handeling aanzet, dan wel hij die een ambtenaar of een in artikel 2 genoemden persoon bij het wederopnemen van het werk hindert of poogt te hinderen, wordt met de in artikel 1 genoemde straffen gestraft.
(2) De voorschriften betreffende de uitlokking blijven onaangetast.
Artikel 5.
De voorschriften van de artikelen 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personen, van wie vóór de aanvaarding van hun ambt of beroep het afleggen van een eed of van een belofte wordt geëischt.
Artikel 6.
De bij de artikelen 1 tot en met 5 strafbaar gestelde handelingen zijn strafbare feiten in den zin van artikel 2, lid 2, der Verordening No. 52/1940 betreffende de Duitsche rechterlijke macht voor strafzaken, zooals deze luidt ingevolge de Bekendmaking No. 72/1942.
C.S. Stadhuis
A'dam 6-'43
No. 4. Dit document is een officiële bekendmaking van de gemeente Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Het betreft de implementatie van een verordening van Rijkscommissaris Arthur Seyss-Inquart (Verordening 49/1943).
De kern van het document is de criminalisering van elke vorm van werkweigering, staking of "stiptheidsacties" (vertraging van arbeidsprestatie) door overheidspersoneel. De strafmaat is extreem: van gevangenisstraf tot aan de doodstraf in "buitengewoon ernstige gevallen".
Opvallend is Artikel 2, waarin wordt verduidelijkt dat ook gewone werklieden en contractanten onder deze strenge definitie van "ambtenaar" vallen, waardoor de bezetter een juridisch instrument had om de gehele gemeentelijke organisatie onder de knie te houden met de dreiging van het Duitse strafrecht (Artikel 6). De datum van het besluit, 28 mei 1943, is historisch zeer relevant. Slechts enkele weken daarvoor, eind april en begin mei 1943, was Nederland opgeschrikt door de April-meistakingen. Deze stakingen braken uit naar aanleiding van het besluit dat voormalige Nederlandse militairen alsnog in krijgsgevangenschap moesten voor de Arbeitseinsatz.
De bezetter sloeg deze stakingen bloedig neer en kondigde het politie-standrecht af. Dit specifieke document van de gemeente Amsterdam, ondertekend in juni 1943 (zie datum onderaan "6-'43"), dient als een directe juridische 'nabehandeling' en waarschuwing om toekomstig verzet onder ambtenaren in de kiem te smoren. De toenmalige burgemeester van Amsterdam, de pro-Duitse E.J. Voûte, werkte hiermee actief mee aan het handhaven van de Duitse orde binnen het stadsapparaat.