Archiefdocument
Origineel
28 juli 1943. De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). GEMEENTE AMSTERDAM
No. 1160c Arb. 1943
Onderwerp: Krijgsgevangenen.
No. 43/36/i M. 1943 31/7 [stempel]
AMSTERDAM, 28 Juli 1943
[Handgeschreven tekst links in de marge:]
geen pens. verhoo-
ging voor jeugd.
tijd. ambt.!
ged. mil. dienst
Hierbij breng ik te Uwer kennis, dat ik bij mijn besluit van 23 Juli 1943 (Gemeenteblad 1943, Afd. 1A, No. 237), gerekend te zijn ingegaan 1 Mei 1943, heb ingetrokken het besluit van den Gemeenteraad, d.d. 28 November 1939, No. 776, tot tijdelijke afwijking van bepalingen in het Ambtenarenreglement en het Werkliedenreglement ten aanzien van jeugdige en volwassen tijdelijke ambtenaren en werklieden, die als gevolg van de mobilisatie van leger en vloot verplichten werkelijken militairen dienst moesten verrichten.
Eveneens heb ik ingetrokken het besluit van Burgemeester en Wethouders van 1 December 1939, No. 1070 a-i Arb., waarbij vorengenoemd Raadsbesluit te Uwer kennis werd gebracht en dit tevens van toepassing werd verklaard op de arbeidscontractanten voor werkzaamheden van bijzonderen aard.
Mitsdien zullen ten aanzien van jeugdige of tijdelijke volwassen ambtenaren en werklieden, die thans in krijgsgevangenschap zijn teruggevoerd, de bepalingen van het Ambtenarenreglement en het Werkliedenreglement op dezelfde wijze dienen te worden toegepast, als geschied zou zijn, indien zij in hun functie waren werkzaam gebleven.
Ook de voor arbeidscontractanten, aangenomen voor werkzaamheden van bijzonderen aard, geldende regelen zullen op de normale wijze kunnen worden toegepast.
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) VOÛTE
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
Aan Heeren Hoofden van Administratiën,
Diensten en Bedrijven.
Stadsdrukkerij Amsterdam 16325-7-43-100
43 [stempel]
--- Dit document is een officiële bekendmaking van de gemeente Amsterdam betreffende de rechtspositie van gemeentepersoneel dat in Duitse krijgsgevangenschap is afgevoerd.
De kern van de besluitvorming is de intrekking van tijdelijke regelingen uit 1939 (vlak voor het uitbreken van de oorlog). Deze regelingen waren bedoeld om afwijkende regels toe te passen op gemobiliseerd personeel. Door deze in 1943 in te trekken, bepaalt de burgemeester dat voor de ambtenaren en werklieden die weer in krijgsgevangenschap zijn weggevoerd, de normale reglementen (Ambtenaren- en Werkliedenreglement) blijven gelden. In de praktijk betekende dit dat zij juridisch behandeld werden alsof zij nog steeds in actieve dienst waren, wat gevolgen had voor hun (fictieve) anciënniteit en uitbetalingen.
De handgeschreven aantekening in de marge ("geen pens. verhooing voor jeugd. tijd. ambt.!") duidt op een administratieve inperking: voor jonge tijdelijke ambtenaren gold de pensioenopbouw blijkbaar niet tijdens deze periode van gedwongen militaire afwezigheid.
--- Het document dateert van juli 1943, een kritieke fase in de bezetting van Nederland. In april en mei 1943 hadden de Duitse bezettingsautoriteiten bevolen dat voormalige leden van de Nederlandse strijdkrachten (die na de capitulatie in 1940 naar huis waren gestuurd) zich opnieuw moesten melden voor krijgsgevangenschap om als dwangarbeider in Duitsland te werken. Dit leidde tot de landelijke April-meistakingen.
De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris/burgemeester van Amsterdam. Hij stond bekend als een collaborerend bestuurder die probeerde de stad draaiende te houden binnen de kaders van de bezetter. Dit document is een voorbeeld van de complexe bureaucratische afwikkeling van de gevolgen van de oorlog op het burgerlijk apparaat. Terwijl de bezetter tienduizenden mannen wegvoerde, probeerde het gemeentelijk apparaat de personeelsadministratie en rechtspositie via dergelijke besluiten juridisch sluitend te krijgen.