Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 23 juli 1943. No. 1072$\underline{b}$ Arb. 1943
600 LM 1943 [handgeschreven]
Wijziging besluit in zake toekenning gratificaties bij langdurige dienstvervulling.
No. 43/37/M. 1943 $^{11}/_{8}$ [paars stempel]
Markies [stempel/handtekening]
[Diverse onleesbare parafen]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 23 Juli 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken neemt de Burgemeester het volgende besluit:
De Burgemeester van Amsterdam,
Gezien zijn besluit van 2 Januari 1942, No. 15/1 Arb., tot het toekennen van gratificaties bij langdurige dienstvervulling door ambtenaren en werklieden;
Gelet op de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordening 152/1941);
B e s l u i t :
1. a. in het bepaalde onder I a van zijn besluit, dd. 2 Januari 1942, No. 15/1 Arb., tot het toekennen van gratificaties aan ambtenaren en werklieden bij langdurige dienstvervulling, te laten vervallen de woorden: "zoo noodig naar boven afgerond tot een veelvoud van vijf";
b. te bepalen, dat het bedrag der onder a. bedoelde gratificatie, na aftrek van de te betalen loonbelasting naar boven kan worden afgerond tot een vollen gulden;
2. de redactie van het getuigschrift, uit te reiken aan ambtenaren of werklieden bij langdurige dienstvervulling, vast te stellen als volgt:
"De Burgemeester van Amsterdam verklaart, dat .................... gedurende vijf en twintig (veertig) jaren met trouwe plichtsbetrachting de Gemeente heeft gediend en dat hij als blijk van zijn waardeering voor deze plichtsvervulling aan hem (haar) dit getuigschrift heeft toegekend";
z.o.z.
43 [handgeschreven rechtsonder] Dit document is een formeel administratief besluit dat de financiële en ceremoniële afhandeling van werkjubilea binnen de gemeente Amsterdam reguleert. De kern van de wijziging is technisch: een oude afrondingsregel (naar een veelvoud van vijf) vervalt. In plaats daarvan wordt bepaald dat het nettobedrag (na aftrek van loonbelasting) naar boven wordt afgerond op een hele gulden.
Daarnaast wordt de standaardtekst vastgelegd voor de officiële oorkonde die jubilarissen ontvingen. De aanduiding "z.o.z." (zie ommezijde) onderaan het document geeft aan dat het besluit op de achterkant waarschijnlijk officieel ondertekend is door de burgemeester of de gemeentesecretaris. Het document stamt uit het midden van de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam stond op dat moment onder het gezag van de door de Duitsers aangestelde burgemeester Edward Voûte. De verwijzing naar de Achtste Verordening (152/1941) is historisch cruciaal: deze verordening van Rijkscommissaris Seyss-Inquart schafte de democratische controle door de gemeenteraden af en voerde het 'leidersbeginsel' in. Hierdoor kon de burgemeester besluiten nemen zonder ruggenspraak met de raad.
Hoewel het onderwerp (jubileumgratificaties) banaal lijkt, illustreert het hoe de gemeentelijke bureaucratie onder de bezetting bleef functioneren, volledig geïntegreerd in het juridische kader van de bezetter. De vermelding van "loonbelasting" is ook interessant; de loonbelasting zoals wij die nu kennen werd door de Duitse bezetter in 1941 in Nederland ingevoerd.