Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 10 december 1943. No. 43/461 M. 1943 $ \frac{20}{h} $
No. 1980 Arb. 1943.
1042 LM 1943
[Handgeschreven tekens en parafen in rood]
/ X
Regeling in zake vergoeding looptijd
aan gemeentepersoneel bij het gaan naar
en van 't werk wegens het niet meer
rijden van de trams op Zondag.
[Handgeschreven in rood: Marktw.]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 10 December 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Overwegende, dat het gewenscht is eenige vergoeding toe te kennen aan leden van het gemeentepersoneel, die op Zondag dienst moeten doen, doch ten gevolge van het feit, dat voorloopig op Zondag geen tram zal rijden, bij het gaan naar en van hun werk van dit vervoermiddel geen gebruik meer kunnen maken;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratief-rechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152);
B e s l u i t :
1e te bepalen, dat, met ingang van Zondag 12 December 1943, aan ambtenaren en werklieden (arbeidscontractanten inbegrepen), die op Zondag dienst moeten doen en tot dezen datum bij het gaan van hun woning naar het werk en omgekeerd van de tram gebruik konden maken, thans, nu deze mogelijkheid als gevolg van het feit, dat op Zondag geen tram rijdt, is uitgesloten en de afstand te voet moet worden afgelegd, een looptijdvergoeding zal worden toegekend;
2e te bepalen, dat de onder 1e bedoelde looptijdvergoeding zal worden berekend als volgt:
a. voor vergoeding komt in aanmerking de tijd, welke noodig is voor het afleggen van
C.S.Stadhuis
A'dam 12-'43 No. 43
[Handgeschreven rechtsonder: 43] Dit document is een officieel besluit van de burgemeester van Amsterdam, uitgevaardigd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een arbeidsvoorwaardelijke maatregel voor gemeentepersoneel. Door de oorlogsomstandigheden (waarschijnlijk brandstof- of stroomtekorten) reden er op zondagen geen trams meer in de stad.
Om de medewerkers die op zondag onmisbaar waren te compenseren voor de extra tijd en fysieke inspanning van het lopen naar hun werk, werd een 'looptijdvergoeding' ingesteld. Het besluit is formeel opgebouwd met een 'considerans' (overwegingen) en een 'dictum' (het eigenlijke besluit). De verwijzing naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" onderstreept de juridische inbedding van het gemeentebestuur binnen de bezettingsstructuur. In december 1943 was de oorlogssituatie in Nederland nijpend. De bezetter legde steeds strengere restricties op aan het openbare leven om middelen te sparen voor de Duitse oorlogsmachine. Het stilleggen van tramverkeer op zondag was een van die maatregelen.
De burgemeester van Amsterdam in deze periode was Edward Voûte, die door de Duitsers was aangesteld. Hoewel het apparaat van de gemeente Amsterdam bleef doordraaien, stond het onder strikt toezicht van de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, Arthur Seyss-Inquart. Dit specifieke document toont de ambtelijke kant van het leven onder de bezetting: zelfs in crisistijd werden secundaire arbeidsvoorwaarden zoals reistijdcompensatie nauwgezet en bureaucratisch vastgelegd. De handgeschreven aantekening "Marktw." duidt waarschijnlijk op een kopie bestemd voor de afdeling 'Marktwezen'.