Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 11 januari 1944. De Directeur (van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Arbeidszaken, Alhier. [Handgeschreven in paars/blauw bovenin:]
Verzonden 11/1 HMuller
43/46/4M. 11 Januari 1944. vB/SV.
looptijdvergoeding.
Den Heer Wethouder
voor de Arbeidszaken,
A l h i e r.
Naar aanleiding van Uw circulaire
d.d. 23 December jl. no. 1980a.Arb.1943 heb
ik de eer U te berichten, dat de kosten
verbonden aan de in Uw circulaire bedoelde
maatregel voor mijn dienst zullen bedragen
± f. 32,50 per week.
Het invoeren van deze maatregel geeft
mij geen aanleiding tot opmerkingen.
De Directeur, Deze brief is een formele reactie van een afdelingsdirecteur aan een wethouder. De kern van de boodschap is de financiële impact van een nieuwe regeling: de "looptijdvergoeding". De directeur berekent dat deze maatregel zijn dienst ongeveer 32,50 gulden per week zal kosten. De toon is uiterst zakelijk en hoffelijk ("ik de eer U te berichten"), passend bij de ambtelijke verhoudingen van die tijd. De directeur geeft expliciet aan geen bezwaar te hebben tegen de invoering van de maatregel.
De handgeschreven aantekening bovenin ("Verzonden 11/1 HMuller") is een typische administratieve paraaf die bevestigt dat het document op de aangegeven datum daadwerkelijk is verstuurd door de betreffende ambtenaar. Het document dateert van januari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van schaarste en beperkingen in het vervoer (geen brandstof voor bussen, beperkte treindiensten, vorderingen van fietsen). "Looptijdvergoeding" was een regeling waarbij werknemers die grote afstanden te voet naar hun werk moesten afleggen, hiervoor een financiële compensatie kregen.
Hoewel de oorlogssituatie niet expliciet wordt genoemd, getuigt het document van de voortgang van het dagelijks lokaal bestuur onder moeilijke omstandigheden. De precieze stad wordt niet genoemd, maar de term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de wethouder zich in hetzelfde stadhuis of dezelfde gemeente bevonden. De geciteerde circulaire (1980a.Arb.1943) wijst op een centraal besluit dat eind 1943 is genomen en nu per dienst wordt uitgevoerd.
Samenvatting
Deze brief is een formele reactie van een afdelingsdirecteur aan een wethouder. De kern van de boodschap is de financiële impact van een nieuwe regeling: de "looptijdvergoeding". De directeur berekent dat deze maatregel zijn dienst ongeveer 32,50 gulden per week zal kosten. De toon is uiterst zakelijk en hoffelijk ("ik de eer U te berichten"), passend bij de ambtelijke verhoudingen van die tijd. De directeur geeft expliciet aan geen bezwaar te hebben tegen de invoering van de maatregel.
De handgeschreven aantekening bovenin ("Verzonden 11/1 HMuller") is een typische administratieve paraaf die bevestigt dat het document op de aangegeven datum daadwerkelijk is verstuurd door de betreffende ambtenaar.
Historische Context
Het document dateert van januari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van schaarste en beperkingen in het vervoer (geen brandstof voor bussen, beperkte treindiensten, vorderingen van fietsen). "Looptijdvergoeding" was een regeling waarbij werknemers die grote afstanden te voet naar hun werk moesten afleggen, hiervoor een financiële compensatie kregen.
Hoewel de oorlogssituatie niet expliciet wordt genoemd, getuigt het document van de voortgang van het dagelijks lokaal bestuur onder moeilijke omstandigheden. De precieze stad wordt niet genoemd, maar de term "Alhier" duidt erop dat zowel de afzender als de wethouder zich in hetzelfde stadhuis of dezelfde gemeente bevonden. De geciteerde circulaire (1980a.Arb.1943) wijst op een centraal besluit dat eind 1943 is genomen en nu per dienst wordt uitgevoerd.