Archief 745
Inventaris 745-406
Pagina 267
Dossier 17
Jaar 1943
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

21 januari 1944 (terugwerkende kracht tot 12 december 1943).

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 21 januari 1944 (terugwerkende kracht tot 12 december 1943). [Linksboven, getypt:]
No. 1980$^C$ Arb.1943
[Handgeschreven:] 1042 LM 1943
[Stempel in paars:] No. 43/46/5 M. 1943 ½

[Rechtsboven, handgeschreven:] Markh.
[Getypt:]
Wijziging regeling in zake vergoeding
looptijd aan gemeentepersoneel bij het
gaan naar en van het werk wegens het
niet meer rijden van de trams op Zondag,
ten behoeve van de wakers van den Gemeen-
telijken Bewakingsdienst.

[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam
Vrijdag, 21 Januari 1944.

[Rechts van het midden, diverse handgeschreven initialen/krabbels en een rode "M", met een klein rond stempel]

[Hoofdtekst:]
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen :
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien het rapport van den Wethouder, belast met het beheer der Gemeentelijke Personeelsvoorziening, van 13 Januari 1944, no. 35 G.P.V. (G.A.R.) 1944;
Gelet op zijn besluit van 10 December 1943, no. 1980 Arb. 1943, houdende een regeling in zake het geven van vergoeding van looptijd aan gemeentepersoneel bij het gaan naar en van het werk wegens het niet meer rijden van de trams op Zondag;
Gelet voorts op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33 no. 152);

B e s l u i t :
gerekend te zijn ingegaan op 12 December 1943 :
1o. te bepalen, dat in afwijking van het bepaalde onder 2e b, c en d van zijn besluit van 10 December 1943, no. 1980 Arb. 1943, voor de wakers van den Gemeentelijken Bewakingsdienst, ressorteerende onder den dienst der Gemeentelijke Personeelsvoorziening, de vergoeding van den looptijd zal bedragen f. 0.32, wanneer de waker in normalen tijd éénmaal en f. 0.64, wanneer de

[Linksonder:]
C.S.Stadhuis,
A'dam, 1-'44 No. 90

[Rechtsonder:]
z.o.z.
[Handgeschreven:] 43 oud * Administratieve structuur: Het document is een officieel besluit van de burgemeester, genomen op voorstel van de wethouder voor Arbeidszaken. Het toont de bureaucratische afhandeling van personeelszaken in oorlogstijd.
* Inhoudelijke kern: Vanwege brandstof- en elektriciteitstekorten reden er op zondagen geen trams meer in Amsterdam. Werknemers die te voet naar hun werk moesten, kregen hiervoor een "looptijdvergoeding". Dit specifieke besluit stelt de bedragen vast voor de Gemeentelijke Bewakingsdienst: 32 cent voor een enkele reis en 64 cent voor een dubbele reis (heen en terug).
* Juridische grondslag: Het besluit verwijst direct naar de "Achtste Verordening" van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). Dit illustreert hoe het Nederlandse bestuursrecht tijdens de bezetting werd onderworpen aan Duitse verordeningen, waarbij de macht van de burgemeester werd uitgebreid ten koste van de gemeenteraad.
* Fysieke kenmerken: Het gebruik van doorslagpapier, diverse archiefnummers en stempels wijst op een intensieve administratieve circulatie binnen het stadhuis. De afkorting "z.o.z." geeft aan dat het besluit op de achterzijde verder gaat. Dit document stamt uit januari 1944, een fase in de Tweede Wereldoorlog waarin de schaarste in Nederland extreme vormen aannam. Het stopzetten van het tramverkeer op zondag was een directe maatregel om energie te besparen voor de Duitse oorlogsmachine.

De genoemde "Burgemeester van Amsterdam" was op dat moment Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. De "Gemeentelijke Bewakingsdienst" (GBD) was een organisatie die tijdens de bezetting belast was met de bewaking van vitale objecten, bruggen en gebouwen in de stad. Het feit dat er tot op de cent nauwkeurig vergoedingen werden berekend voor het lopen naar het werk, getuigt van de poging van het ambtelijk apparaat om de normale orde en administratie te handhaven, zelfs onder de abnormale omstandigheden van de bezetting.

Samenvatting

  • Administratieve structuur: Het document is een officieel besluit van de burgemeester, genomen op voorstel van de wethouder voor Arbeidszaken. Het toont de bureaucratische afhandeling van personeelszaken in oorlogstijd.
  • Inhoudelijke kern: Vanwege brandstof- en elektriciteitstekorten reden er op zondagen geen trams meer in Amsterdam. Werknemers die te voet naar hun werk moesten, kregen hiervoor een "looptijdvergoeding". Dit specifieke besluit stelt de bedragen vast voor de Gemeentelijke Bewakingsdienst: 32 cent voor een enkele reis en 64 cent voor een dubbele reis (heen en terug).
  • Juridische grondslag: Het besluit verwijst direct naar de "Achtste Verordening" van de Rijkscommissaris (Seyss-Inquart). Dit illustreert hoe het Nederlandse bestuursrecht tijdens de bezetting werd onderworpen aan Duitse verordeningen, waarbij de macht van de burgemeester werd uitgebreid ten koste van de gemeenteraad.
  • Fysieke kenmerken: Het gebruik van doorslagpapier, diverse archiefnummers en stempels wijst op een intensieve administratieve circulatie binnen het stadhuis. De afkorting "z.o.z." geeft aan dat het besluit op de achterzijde verder gaat.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1944, een fase in de Tweede Wereldoorlog waarin de schaarste in Nederland extreme vormen aannam. Het stopzetten van het tramverkeer op zondag was een directe maatregel om energie te besparen voor de Duitse oorlogsmachine.

De genoemde "Burgemeester van Amsterdam" was op dat moment Edward Voûte, die door de bezetter was aangesteld. De "Gemeentelijke Bewakingsdienst" (GBD) was een organisatie die tijdens de bezetting belast was met de bewaking van vitale objecten, bruggen en gebouwen in de stad. Het feit dat er tot op de cent nauwkeurig vergoedingen werden berekend voor het lopen naar het werk, getuigt van de poging van het ambtelijk apparaat om de normale orde en administratie te handhaven, zelfs onder de abnormale omstandigheden van de bezetting.

Locaties

Amsterdam (Stadhuis).

Kooplieden in dit dossier 100

A. Goldbohm Waterlooplein
V. Barbiers Uilenburg centrale markt
W. van Beeren Uilenburg hoofdkantoor
Bekkering Uilenburg dagmarkt
I.J. Velleman Uilenburg dagmarkt
H. Bijland Uilenburg centrale markt
Blom Zwanenburgwal "
I.J. Velleman Uilenburg "
I.J. Velleman Waterlooplein "
Broerse Nieuwmarkt thans aangesteld als Gemt. Gevolmachtigde voor grossierszaken in groente en fruit op de Centrale Markt.
W. van Burg Uilenburg "
C. Markt Waterlooplein betreft 32 ambtenaren; 1 ambtenaar valt onder rubriek bijzondere gevallen.
C. Markt Waterlooplein betreft 32 ambtenaren; 1 ambt. valt onder rubriek bijzondere gevallen.
C. Markt Waterlooplein betreft 32 ambtenaren; 1 ambtenaar valt onder rubriek bijzondere gevallen.
C.G. de Vries Uilenburg
Cobussen Uilenburg gedetacheerd van Sociale Zaken
C. Sliphorst Uilenburg Kattenb. kade 44 II / 2
C. van Zanten Uilenburg A.35 – 576251
C. van Zanten Uilenburg A.35 – 576251
C. van Hanten Uilenburg V. Hogendorpstr. 213 / 4
Dijkema Nieuwmarkt "
I.J. Velleman Uilenburg hoofdkantoor
Van Duinhoven Uilenburg hoofdkantoor
I.J. Velleman Uilenburg "
E. Engelen Uilenburg "
Felthuis Uilenburg "
F. Fleurbaay Uilenburg " **X**
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6