Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. [Linkerbovenhoek, handgeschreven:]
1091 L.M. 1943
[Linkerbovenhoek, getypt:]
No. 43/49/1 M. 1943 31/12
No. 15/57 f Arb. 1943.
[Rechterbovenhoek, handgeschreven:]
Marktw. [?]
[Rechterbovenhoek, getypt:]
Wijziging van Regeling No. 13 Ambt. in zake toekenning toelage aan ambtenaren voor het zich beschikbaar houden in de woning voor het opheffen van eventueele stoornissen in den dienst.
[Centraal:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 17 December 1943.
Op voorstel van den Wethouder voor de Arbeidszaken wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
Gezien de nota van den Wethouder voor de Arbeidszaken van 8 November 1943, No. 15/57c Arb. 1943, in zake wijziging van de Regeling No. 13 Ambt, betreffende het toekennen van een toelage aan ambtenaren, die zich in hun woningen beschikbaar moeten houden voor het opheffen van eventueele stoornissen in den dienst;
Gehoord de mededeeling van den Wethouder voornoemd, dat ter zake het gevoelen is ingewonnen van den Plaatselijken Dienst "Openbare Lichamen" van het Nederlandsche Arbeidsfront;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratief-rechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No. 152);
B e s l u i t :
te bepalen, dat met ingang van 1 Januari 1944, de Regeling No. 13 Ambt. in zake het toekennen van een toelage aan ambtenaren, wien de verplichting is opgelegd zich in hun woning beschikbaar te houden voor het opheffen van eventueele stoornissen in den dienst, vastgesteld bij besluit van Burgemeester en Wethouders van 24 Juni 1938, No. 1072 o Arb. 1937, en bij nadere besluiten is gewijzigd, wordt gewijzigd en opnieuw vastgesteld als hieronder is aangegeven:
TOELAGE AAN AMBTENAREN WIEN DE VERPLICHTING IS OPGELEGD ZICH IN HUN WONING BESCHIKBAAR TE HOUDEN VOOR HET OPHEFFEN VAN EVENTUEELE STOORNISSEN IN DEN DIENST.
I. Aan de ambtenaren, wien de verplichting is opgelegd zich in hun woning beschikbaar te houden voor het opheffen van eventueele stoornissen in den dienst, zal, tenzij bij de indeeling van hun functie met het opleggen dezer verplichting rekening is gehouden, een toelage worden toegekend van:
a. f. 5.- per week, indien de verplichting om thuis te blijven onregelmatig wordt opgelegd; indien de verplichting geen volle week betreft, zal de toelage naar rato worden bepaald;
b. 2% per jaar van hun salaris, indien de verplichting is opgelegd gedurende één week in de vier weken;
c. 3% per jaar van hun salaris, indien de verplichting is opgelegd gedurende één week in de drie weken;
d. 4% per jaar van hun salaris, indien de verplichting is opgelegd gedurende één week in de twee weken;
e. 5% per jaar van hun salaris, indien de verplichting is opgelegd gedurende twee weken in de drie weken;
met dien verstande, dat de ambtenaren, indien zij voor het opheffen van stoornissen in den dienst arbeid moeten verrichten, geen aanspraak zullen hebben op betaling van overwerk.
II De toelage zal het bedrag van f. 150.- per jaar niet te boven gaan.
III De in deze regeling onder I, sub b., c., d. en e. bedoelde toelagen zullen ten minste f. 65.- per jaar bedragen.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan de afdeeling Arbeidszaken (15 stuks) en voorts aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, het Bureau Gemeentesecretaris, het Pensioenbureau en den Gemeenteontvanger.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
C.S. Stadhuis
A'dam 12-'43 No. 81.
(get.) J. P. FRANKEN Dit document is een ambtelijk besluit van de Gemeente Amsterdam uit de oorlogsperiode (december 1943). De kern van het besluit is een wijziging in de beloningsstructuur voor ambtenaren met een beschikbaarheidsdienst (consignatie).
Kernpunten:
1. Nieuwe tarieven: Er wordt een gedifferentieerd systeem ingevoerd waarbij de toelage afhankelijk is van de frequentie van de wachtdienst (variërend van 2% tot 5% van het jaarsalaris, of een vast bedrag van 5 gulden per week bij onregelmatige diensten).
2. Maxima en minima: De jaarlijkse toelage is geplafonneerd op 150 gulden en kent voor de meeste categorieën een minimum van 65 gulden.
3. Uitsluiting overwerk: Cruciaal is de bepaling dat ambtenaren die tijdens hun wachtdienst daadwerkelijk moeten werken, géén extra overwerkvergoeding krijgen. De toelage wordt geacht dit te dekken.
4. Handgeschreven notities: In de rechterkantlijn staat een onleesbare paraaf en een tekst in blauw potlood (mogelijk "opgenomen in..."), wat duidt op de administratieve verwerking van dit extract in de registers. Dit document is geproduceerd tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Dit is aan meerdere elementen in de tekst zichtbaar:
- De Burgemeester: In 1943 was de democratisch gekozen gemeenteraad buitenspel gezet. De burgemeester (destijds Edward Voûte, een collaborerend bestuurder) nam besluiten bij volmacht, vaak "op voorstel van een wethouder".
- Nederlandsche Arbeidsfront (NAF): In de tekst wordt vermeld dat het "gevoelen is ingewonnen" van het NAF. Dit was de nationaalsocialistische vakorganisatie die de verboden vrije vakbonden had vervangen. Inspraak van het NAF was in deze periode verplicht bij arbeidsvoorwaardelijke wijzigingen.
- Juridische basis: Er wordt expliciet verwezen naar de "Achtste Verordening van den Rijkscommissaris" (Arthur Seyss-Inquart). Dit onderstreept hoe het lokale bestuur volledig was ingebed in de juridische kaders van de bezetter.
- Bestuurlijke continuïteit: Ondanks de oorlog ging de bureaucratische machinerie van de stad Amsterdam gewoon door. Regelingen voor ambtenarensalarissen en arbeidsvoorwaarden werden aangepast en geadministreerd alsof er sprake was van een normale bestuurssituatie.