Handgeschreven ambtelijke memo of kladbrief.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke memo of kladbrief. Vermeldt "30 Dec. j.l." en het jaar "1943". Waarschijnlijk een hoofd van een gemeentelijke dienst (mogelijk de Marktwezen of Stadsreiniging). [Linksboven in de marge:]
onderwerp:
toelage schoeisel
voor personeel
buitendienst.
[Rechtsboven:]
Den Heer Weth. v.d. Arb. Zaken
[Hoofdtekst:]
n.a.v. Uw circulaire d.d.
30 Dec. j.l. no. 15/z1a afd 6. 1943 heb ik
de eer U te berichten, dat de ambtenaren
dienstdoende op de Centrale Markt
en de ambtenaren belast met toezicht op
de detailmarkten en de contrôle in de stad
voor de betreffende vergoeding in aan-
merking behooren te komen. De aantallen
bedragen resp. 20 en 18. Werklieden van
mijn dienst komen voor deze vergoeding
niet in aanmerking.
De kosten aan het invoeren van dezen
maatregel verbonden bedragen voor de * Inhoud: Het document betreft een reactie op een circulaire over een schoeiseltoelage. De schrijver geeft aan welke groepen ambtenaren hiervoor in aanmerking komen: 20 personen werkzaam op de Centrale Markt en 18 personen die toezicht houden op de detailmarkten en controle in de stad uitvoeren (totaal 38 personen). Opvallend is dat de "werklieden" van dezelfde dienst expliciet worden uitgesloten van deze specifieke vergoeding.
* Schrifttype: Een vlot, enigszins onregelmatig currens (lopend) handschrift uit het midden van de 20e eeuw, geschreven met een vulpen in blauwe/paarse inkt.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "in aanmerking behooren te komen").
* Status: De tekst breekt af onderaan de pagina, wat suggereert dat dit een kladversie is of dat er een tweede blad ontbreekt waarop de financiële berekening werd voortgezet. Dit document stamt uit december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan grondstoffen, waaronder leer voor schoenen. Schoeisel was op de bon, en voor personeel dat veel buiten liep (zoals marktmeesters en controleurs), was de slijtage hoog.
Gemeentelijke diensten moesten strikt verantwoorden wie recht had op extra toelages of distributiebonnen voor werkkleding. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was een cruciaal distributiepunt voor de voedselvoorziening in de stad, wat de relevantie van het toezichthoudend personeel aldaar onderstreept. Het onderscheid tussen "ambtenaren" (met een administratieve of toezichthoudende status) en "werklieden" (handarbeiders) was in die tijd zeer gebruikelijk in de ambtelijke hiërarchie en bepaalde vaak de rechtspositie en extraatjes waar men recht op had.
Samenvatting
- Inhoud: Het document betreft een reactie op een circulaire over een schoeiseltoelage. De schrijver geeft aan welke groepen ambtenaren hiervoor in aanmerking komen: 20 personen werkzaam op de Centrale Markt en 18 personen die toezicht houden op de detailmarkten en controle in de stad uitvoeren (totaal 38 personen). Opvallend is dat de "werklieden" van dezelfde dienst expliciet worden uitgesloten van deze specifieke vergoeding.
- Schrifttype: Een vlot, enigszins onregelmatig currens (lopend) handschrift uit het midden van de 20e eeuw, geschreven met een vulpen in blauwe/paarse inkt.
- Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("heb ik de eer U te berichten", "in aanmerking behooren te komen").
- Status: De tekst breekt af onderaan de pagina, wat suggereert dat dit een kladversie is of dat er een tweede blad ontbreekt waarop de financiële berekening werd voortgezet.
Historische Context
Dit document stamt uit december 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een nijpend tekort aan grondstoffen, waaronder leer voor schoenen. Schoeisel was op de bon, en voor personeel dat veel buiten liep (zoals marktmeesters en controleurs), was de slijtage hoog.
Gemeentelijke diensten moesten strikt verantwoorden wie recht had op extra toelages of distributiebonnen voor werkkleding. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) was een cruciaal distributiepunt voor de voedselvoorziening in de stad, wat de relevantie van het toezichthoudend personeel aldaar onderstreept. Het onderscheid tussen "ambtenaren" (met een administratieve of toezichthoudende status) en "werklieden" (handarbeiders) was in die tijd zeer gebruikelijk in de ambtelijke hiërarchie en bepaalde vaak de rechtspositie en extraatjes waar men recht op had.