Handgeschreven overzicht/kwitantie van geleverde goederen.
Origineel
Handgeschreven overzicht/kwitantie van geleverde goederen. Maart 1943. [Rechtsboven in rood potlood:] 25
Ontvangen in de week van 14 Maart t/m 20 Maart '43.
aan mosselen 1076 balen à f 0.25 per baal f 269.-
Specificatie [onderstreept] Aangevoerd [onderstreept]
datum afdracht datum aanvoer
18/3 '43 258 balen . f 64.50 . Spoor J.L. Schot Tholen . 17-3-'43
19/3 '43 448 " 112.- Boot J Koster Breskens 19-3-'43
19/3 '43 123 " 30.75 Spoor K Buys den Helder 19-3-'43
19/3 '43 247 " 61.75 Spoor J.L. Schot Tholen 19-3-'43
----- ------
1076 269.-
[Midden onder, in rood potlood:] 460/3/15
[Rechtsonder, blauwe stempel:] 22 MAART 1943
[Rechtsonder, handtekening:] Koningh [?] Dit document is een gedetailleerd overzicht van de inkoop of ontvangst van mosselen gedurende één week in maart 1943. De hoofdsom betreft 1076 balen mosselen tegen een eenheidsprijs van 25 cent per baal, wat uitkomt op een totaalbedrag van 269 gulden.
De "Specificatie" splitst dit totaal op in vier afzonderlijke leveringen:
1. 17-18 maart: 258 balen van J.L. Schot uit Tholen, vervoerd per spoor.
2. 19 maart: 448 balen van J. Koster uit Breskens, vervoerd per boot.
3. 19 maart: 123 balen van K. Buys uit Den Helder, vervoerd per spoor.
4. 19 maart: 247 balen van wederom J.L. Schot uit Tholen, vervoerd per spoor.
Het document toont de logistieke keten aan: de mosselen komen uit bekende visserijcentra (Tholen en Breskens in Zeeland, en Den Helder) en worden via zowel het spoor als over water getransporteerd. De datumstempel van 22 maart 1943 geeft aan wanneer de administratieve afhandeling van deze weeklevering werd voltooid. Het document dateert uit het midden van de Tweede Wereldoorlog (maart 1943). Ondanks de Duitse bezetting bleef de mosselvisserij en de handel daarin een essentiële bron van voedselvoorziening voor Nederland.
De genoemde namen (Schot, Koster) zijn bekende families in de Zeeuwse mosselsector. Tholen en Breskens waren destijds (en zijn deels nog steeds) belangrijke knooppunten voor de mosselcultuur. Het feit dat transporten zowel per "Spoor" als per "Boot" plaatsvonden, is typerend voor die tijd, waarbij het spoorwegnet intensief werd gebruikt voor de distributie van versproducten naar het achterland, terwijl schepen direct vanaf de kweekgronden aanvoerden. Dergelijke administratie was in oorlogstijd strikt gereguleerd, vaak onder toezicht van instanties zoals het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening.