Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / memorandum. volgens het Centraal
Verkoopkantoor niet
gunstig.
De aanvoer uit
Zeeland zal vrijwel nihil
zijn omdat aldaar, i.v.m.
[doorgestreept: mijnengevaar?] oorlogsgevaar, niet wordt
gevischt. De mosselen
in Harlingen (Van Hurck)
zijn door de Duitsche Autoriteiten
nog niet vrijgegeven.
Vooralsnog zal A’dam
derhalve genoegen moeten
nemen met de wilde
mosselen uit Wieringen
en Den Helder.
De gem. secr. [DT] De notitie schetst een somber beeld van de mosselvoorziening voor de stad (waarschijnlijk Amsterdam, afgekort als A’dam). De auteur somt de redenen op voor de stokkende aanvoer:
1. Zeeland: Er vindt geen visserij plaats vanwege het oorlogsgevaar in de Zeeuwse wateren. In de tekst is een woord (mogelijk "mijnengevaar") doorgehaald en vervangen door het bredere "oorlogsgevaar".
2. Harlingen: Er zijn blijkbaar voorraden aanwezig (mogelijk bij een firma genaamd Van Hurck), maar de Duitse bezettingsmacht weigert deze vrij te geven voor transport.
3. Consequentie: Als noodoplossing moet men genoegen nemen met "wilde mosselen" (niet-gecultiveerd) uit het noorden van het land (Wieringen en Den Helder). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze jaren was de voedselvoorziening een kritiek punt van lokaal bestuur. De visserij in de kustwateren werd sterk gehinderd door de bouw van de Atlantikwall, het leggen van zeemijnen en strikte verboden van de Wehrmacht.
Het genoemde "Centraal Verkoopkantoor" was een van de instanties die toezagen op de distributie van schaarse goederen. De notitie laat zien hoe lokale autoriteiten afhankelijk waren van de goedkeuring van de bezetter en hoe logistieke beperkingen direct invloed hadden op het dieet van de stedelijke bevolking. De verwijzing naar "wilde mosselen" duidt op een gebrek aan de kwalitatief betere kweekmosselen uit de reguliere visserijgebieden. Wehrmacht
Samenvatting
De notitie schetst een somber beeld van de mosselvoorziening voor de stad (waarschijnlijk Amsterdam, afgekort als A’dam). De auteur somt de redenen op voor de stokkende aanvoer:
1. Zeeland: Er vindt geen visserij plaats vanwege het oorlogsgevaar in de Zeeuwse wateren. In de tekst is een woord (mogelijk "mijnengevaar") doorgehaald en vervangen door het bredere "oorlogsgevaar".
2. Harlingen: Er zijn blijkbaar voorraden aanwezig (mogelijk bij een firma genaamd Van Hurck), maar de Duitse bezettingsmacht weigert deze vrij te geven voor transport.
3. Consequentie: Als noodoplossing moet men genoegen nemen met "wilde mosselen" (niet-gecultiveerd) uit het noorden van het land (Wieringen en Den Helder).
Historische Context
Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze jaren was de voedselvoorziening een kritiek punt van lokaal bestuur. De visserij in de kustwateren werd sterk gehinderd door de bouw van de Atlantikwall, het leggen van zeemijnen en strikte verboden van de Wehrmacht.
Het genoemde "Centraal Verkoopkantoor" was een van de instanties die toezagen op de distributie van schaarse goederen. De notitie laat zien hoe lokale autoriteiten afhankelijk waren van de goedkeuring van de bezetter en hoe logistieke beperkingen direct invloed hadden op het dieet van de stedelijke bevolking. De verwijzing naar "wilde mosselen" duidt op een gebrek aan de kwalitatief betere kweekmosselen uit de reguliere visserijgebieden.