Ambtelijke brief (doorslag of archiefexemplaar).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag of archiefexemplaar). 8 januari 1943. De Directeur (van een niet nader genoemde overheidsdienst, waarschijnlijk gerelateerd aan Landbouw of Visserij). De Directeur van de Nederlandsche Visscherij Centrale te 's-Gravenhage. [Linksboven, in rood:]
46/4/2
[Middenboven, in rood:]
Verzonden 8/1
[Rechtsboven, getypt:]
SV
[Adresblok:]
den Heer Directeur der
Nederlandsche Visscherij Centrale
2e. Adelaidestraat 200
's GRAVENHAGE (ZH)
8 Januari 1943.
[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen
toekomen afschrift van een rapport van een
ambtenaar van mijn dienst.
[Ondertekening:]
De Directeur, De brief is een klassiek voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit de bezettingstijd. De formulering "heb ik de eer U te doen toekomen" getuigt van de formele etiquette die destijds gebruikelijk was binnen de overheid. De rode aantekeningen zijn kenmerkend voor een archiefregistratie: het nummer linksboven dient voor de dossiervorming, terwijl de aantekening "Verzonden 8/1" bevestigt dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is uitgegaan. Het document fungeert enkel als geleidebrief voor een (niet aanwezig) rapport. De brief is geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog (januari 1943). De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een organisatie die in 1941 door de bezetter werd ingesteld om de visserijsector volledig te centraliseren en te controleren. Dit was noodzakelijk voor de voedselvoorziening en de distributie onder oorlogsomstandigheden. Het adres aan de 2e Adelaidestraat 200 in Den Haag (Bezuidenhout) was het hoofdkwartier van deze instantie. De uitwisseling van rapporten tussen overheidsdiensten en de NVC illustreert de fijnmazige bureaucratische controle op de economische sectoren in bezet Nederland.
Samenvatting
De brief is een klassiek voorbeeld van ambtelijke correspondentie uit de bezettingstijd. De formulering "heb ik de eer U te doen toekomen" getuigt van de formele etiquette die destijds gebruikelijk was binnen de overheid. De rode aantekeningen zijn kenmerkend voor een archiefregistratie: het nummer linksboven dient voor de dossiervorming, terwijl de aantekening "Verzonden 8/1" bevestigt dat de brief op de dag van datering daadwerkelijk is uitgegaan. Het document fungeert enkel als geleidebrief voor een (niet aanwezig) rapport.
Historische Context
De brief is geschreven tijdens de Tweede Wereldoorlog (januari 1943). De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) was een organisatie die in 1941 door de bezetter werd ingesteld om de visserijsector volledig te centraliseren en te controleren. Dit was noodzakelijk voor de voedselvoorziening en de distributie onder oorlogsomstandigheden. Het adres aan de 2e Adelaidestraat 200 in Den Haag (Bezuidenhout) was het hoofdkwartier van deze instantie. De uitwisseling van rapporten tussen overheidsdiensten en de NVC illustreert de fijnmazige bureaucratische controle op de economische sectoren in bezet Nederland.