Getypt afschrift van een zakelijke brief.
Origineel
Getypt afschrift van een zakelijke brief. 29 december 1942. Van der Heul & Van der Valk, Haring- en Vischhandel - Kuiperij, Vlaardingen. Nederl. Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. AFSCHRIFT.
VAN DER HEUL & VAN DER VALK.
HARING-EN VISCHHANDEL - KUIPERIJ.
VLAARDINGEN, 29 December 1942.
Postbus 40.
Afd. Visch
Dict. vdVjr.
Typ. Ms.
Nederl. Visscherijcentrale,
's-GRAVENHAGE.-
Mijne Heeren,
Naar aanleiding van de door U aan ons opgegeven verdeeling van onze bliek, leverden wij aan de Gem. Vischafslag te Amsterdam 3 x 500 kg gezouten zeebliek af.
Bij de van het Marktwezen ontvangen afrekeningen werd resp. 100, 96 en 97 kg bliek à ƒ 0,38 per kg afgetrokken voor onderwicht.
Daar wij de eerste twee partijen niet afgewogen hadden, omrede wij als vaklieden wel kunnen zien of er 40 of 50 kg in een vat gepakt is gaven wij ons personeel opdracht om de derde en laatst verzonden partij onder ons persoonlijk toezicht af te wegen.
Wij hebben deze toen verpakt in vaten van 50 kg, nadat deze zorgvuldig afgewogen waren zonder pekel, tot dit doel hebben wij de visch eerst af laten lekken in manden en daarna nog een toegift van 5 kg per vat gegeven.
Nu wordt er wederom 97 kg voor onderwicht afgetrokken en naar aanleiding van onze opmerking vermeldt "hier is precies gewogen." Wij kunnen en zullen met deze aftrekken geen genoegen nemen en hebben de vischmarkt tot betaling van de afgetrokken hoeveelheden bliek aangemaand.
Bovendien valt deze onderwicht des te meer op, daar wij de bliek voor de Vischmarkt in Rotterdam, zoowel als te Utrecht op precies dezelfde wijze afwegen en nimmer een klacht ontvangen.
Wij deelen U hierdoor dan ook mede, dat wij onze afleveringen aan de Vischmarkt te Amsterdam zullen stoppen totdat deze tot betaling van het achterstallige overgegaan is. en verzoeken U hiervan goede nota te willen nemen.
Inmiddels,
Hoogachtend,
VAN DER HEUL & VAN DER VALK
VLAARDINGEN:
w.g. Van der Valk.
Z.O.Z. In deze brief beklaagt de firma Van der Heul & Van der Valk zich over een conflict met de Gemeentelijke Visafslag van Amsterdam. De kern van het geschil is dat de afslag aanzienlijke gewichtsverliezen (onderwicht) claimt op partijen gezouten zeebliek, wat resulteert in een lagere uitbetaling.
Opvallend is de bewijsvoering van de firma: zij stellen dat zij bij de laatste partij zelfs extra gewicht ("toegift van 5 kg per vat") hebben toegevoegd en de vis vooraf hebben laten uitlekken om discussie te voorkomen. De toon is formeel maar zeer beslist; de firma dreigt de leveringen aan Amsterdam stop te zetten. Dit wijst op een vertrouwensbreuk tussen de leverancier in Vlaardingen en de afnemer in Amsterdam, waarbij de afzender refereert aan hun status als "vaklieden". De brief is geschreven in december 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De visserij en voedseldistributie stonden in deze periode onder streng toezicht van overheidsorganen zoals de 'Nederl. Visscherijcentrale'.
Bliek (jonge haring of sprot) was een belangrijk volksvoedsel, zeker nu andere middelen schaars werden. Omdat prijzen en distributie-hoeveelheden door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie waren vastgesteld, was elke kilo die 'verloren' ging bij de afslag een directe financiële schade voor de handelaar. Het feit dat dit een officieel afschrift is, suggereert dat de correspondentie deel uitmaakte van een dossier in een juridisch of administratief geschil over de naleving van de distributieregels.