Ambtelijke brief/memorandum.
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum. 15 januari 1943. Onbekend (geparafeerd met "vD/SV", mogelijk afdeling Marktwezen of een gelieerde dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, ALHIER (ter plaatse). (Handgeschreven: Verzonden 15/1 [Paraaf])
vD/SV
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A L H I E R.
4 46a/19/2 M. 15 Januari 1943.
vischverdeeling.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 13 dezer om advies ontvangen stukken No. 105 L.M. 1943 hebben ondergeteekenden de eer U te berichten, dat de versche en gezouten zeebliek als zeevisch wordt beschouwd en daarom aan de Vischmarkt wordt verdeeld onder de handelaren in versche visch. De gerookte en gestoomde zeebliek wordt verdeeld onder de vischhandelaren in gerookte visch (zie hieromtrent de regeling neergelegd in onzen brief d.d. 6/10'42 No. 46b/3/1, waaraan U met Uw brief d.d. 19 October 1942 No. 884 L.M.'42 wel Uw goed keuring heeft willen hechten).
Indien nu Vroomenbroek voor versche en gezouten zeebliek in aanmerking zou moeten komen, zou hij hiermede tot versche vischhandelaren worden erkend, met alle consequenties van dien voor andere handelaren in gerookte visch.
Voor de goede orde, deelen wij U nog mede, dat adressant, volgens van de Verdeelingscommissie ontvangen inlichtingen, tot voor een jaar uitsluitend als haringhandelaar bekend stond en dat ook Vroomen Dit document betreft een administratieve besluitvorming rondom de distributie van vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het geschil is de categorisering van "zeebliek" (jonge haring of sprot).
De ambtenaren leggen uit dat de verwerkingsvorm bepaalt wie de vis mag verkopen:
1. Vers en gezouten: Toegewezen aan handelaren in verse vis via de Vischmarkt.
2. Gerookt en gestoomd: Toegewezen aan handelaren in gerookte vis.
De casus draait om een specifieke handelaar, genaamd Vroomenbroek. Hij lijkt een aanvraag te hebben gedaan om zeebliek te mogen verhandelen in een categorie (vers/gezouten) waar hij voorheen niet onder viel. De schrijvers waarschuwen dat het inwilligen van dit verzoek een precedent schept ("consequenties van dien") voor andere rokerij-handelaren. Bovendien wordt de betrouwbaarheid of status van de aanvrager getoetst via de "Verdeelingscommissie", waarbij wordt opgemerkt dat hij voorheen enkel als haringhandelaar bekend stond. De datum, 15 januari 1943, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiesysteem om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te bevoorraden.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale functionaris in het gemeentelijk apparaat die verantwoordelijk was voor de lokale voedseldistributie. De bureaucratische precisie in deze brief—het citeren van diverse briefnummers en data uit 1942—toont aan hoe rigide en gecontroleerd de handel in zelfs kleine partijen vis ("zeebliek") was geworden. Handelaren waren volledig afhankelijk van officiële erkenning en toewijzingen door de overheid om hun beroep uit te kunnen oefenen. De strikte scheiding tussen 'vers' en 'gerookt' was niet slechts een culinair onderscheid, maar een juridisch kader waarbinnen vergunningen en rantsoenen werden verdeeld.