Brief (pagina 2 van een schrijven, gemarkeerd met het Romeinse cijfer 'II').
Origineel
Brief (pagina 2 van een schrijven, gemarkeerd met het Romeinse cijfer 'II'). 14 januari 1943. 14 Januari 1943
II
dagmarkt te krijgen, er nu naast
stonden. Mijnheer, controleerd u
het maar gerust u zal dan consta
teren, dat er verschillende menschen
die hun beurt Vrijdag J. l. voorbij
was gegaan thans boven genoemd datum
gewoon hun mosselen kregen, terwijl
ze nu in werkelijkheid niet aan de
beurt waren. Maar dat kan ik u
wel mededeelen dat de meeste menschen
vrienden waren van de Commissie
C.A. deze personen heb ik zelf zien laden
ofschoon zij niet aan de beurt waren
Goedhals-Postma, Hendriks en Zonen
Sluckerhof, Hagedoorn en nog vele
anderen die buiten hun beurt om,
mosselen hebben gekregen. En ook wou
ik u even schrijven, dat het al bekend
was dat er Vrijdag J. l. een schuit met
mosselen zou komen dus verontschuldi-
ging van de Commissie is overbodig. Ik
hoop dat u dergelijke onrechtvaardig-
heden meteen de kop in drukt. Ik kan De schrijver van deze brief kaart een geval van vermeende corruptie aan bij een niet nader genoemde autoriteit (geadresseerd als "Mijnheer"). De kern van de klacht is dat de "Commissie C.A." (mogelijk een lokale Crisis-Aanvoer commissie) mosselen heeft verstrekt aan personen die niet aan de beurt waren, puur omdat zij "vrienden" van de commissie zouden zijn.
De brief is zeer specifiek en noemt namen van betrokkenen die onterecht mosselen zouden hebben ontvangen:
* Goedhals-Postma
* Hendriks en Zonen
* Sluckerhof
* Hagedoorn
De schrijver pareert ook een potentieel verweer van de commissie door te stellen dat de aankomst van de mosselschuit op de bewuste vrijdag al algemeen bekend was, waardoor de commissie zich niet kan beroepen op onwetendheid of logistieke verrassingen. De brief eindigt met een dringende oproep om deze onrechtvaardigheid direct te stoppen ("de kop in drukt"). De brief dateert uit januari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was voedsel schaars en was de distributie ervan strikt gereguleerd. Mosselen waren een belangrijke aanvulling op het schaarse dieet, maar de verdeling ervan leidde vaak tot spanningen.
"Vriendjespolitiek" bij distributiecommissies was een veelvoorkomende bron van ergernis en wantrouwen onder de bevolking. Dit document is een typerend voorbeeld van een burger die probeert via de officiële weg (of door middel van een verklikking/tip) misstanden in het distributiesysteem aan te kaarten in een tijd waarin elk beetje extra voedsel van levensbelang kon zijn.
Samenvatting
De schrijver van deze brief kaart een geval van vermeende corruptie aan bij een niet nader genoemde autoriteit (geadresseerd als "Mijnheer"). De kern van de klacht is dat de "Commissie C.A." (mogelijk een lokale Crisis-Aanvoer commissie) mosselen heeft verstrekt aan personen die niet aan de beurt waren, puur omdat zij "vrienden" van de commissie zouden zijn.
De brief is zeer specifiek en noemt namen van betrokkenen die onterecht mosselen zouden hebben ontvangen:
* Goedhals-Postma
* Hendriks en Zonen
* Sluckerhof
* Hagedoorn
De schrijver pareert ook een potentieel verweer van de commissie door te stellen dat de aankomst van de mosselschuit op de bewuste vrijdag al algemeen bekend was, waardoor de commissie zich niet kan beroepen op onwetendheid of logistieke verrassingen. De brief eindigt met een dringende oproep om deze onrechtvaardigheid direct te stoppen ("de kop in drukt").
Historische Context
De brief dateert uit januari 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was voedsel schaars en was de distributie ervan strikt gereguleerd. Mosselen waren een belangrijke aanvulling op het schaarse dieet, maar de verdeling ervan leidde vaak tot spanningen.
"Vriendjespolitiek" bij distributiecommissies was een veelvoorkomende bron van ergernis en wantrouwen onder de bevolking. Dit document is een typerend voorbeeld van een burger die probeert via de officiële weg (of door middel van een verklikking/tip) misstanden in het distributiesysteem aan te kaarten in een tijd waarin elk beetje extra voedsel van levensbelang kon zijn.