Brief (fragment/einde)
Origineel
Brief (fragment/einde) 17 januari 1943 17 Januari 1943.
III
u tot mijn spijt mijn schrijven niet
onderteekenen. De reden er van is dit,
als je op de vismarkt voor een recht-
vaardige zaak op komt, meteen maar
als vijandig word beschouwd door
de Commissie, ik zou er direct
schade van hebben met mijn handel
ik heb het met andere menschen
bij ondervinding.
Bij voorbaat mijn
vriendelijke en beleefde
dank
Van een
Viskoopman.
[Aantekening in blauwe inkt onderaan:]
m.i. opbergen
12-2-43
delhore In deze brief verklaart een viskoopman waarom hij zijn schrijven niet heeft ondertekend. Hij spreekt zijn angst uit voor represailles van "de Commissie" die toezicht houdt op de vismarkt. Volgens de schrijver wordt iemand die opkomt voor een "rechtvaardige zaak" direct als "vijandig" bestempeld, wat negatieve gevolgen heeft voor de handel. Hij baseert deze vrees op ervaringen van anderen ("bij ondervinding"). De brief getuigt van een sfeer van wantrouwen en angst voor economische uitsluiting of sancties door controlerende instanties. De brief is geschreven in januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie en handel van goederen, waaronder vis, streng gereguleerd door diverse commissies en crisisorganen. "De Commissie" waar de schrijver naar verwijst, had waarschijnlijk vergaande bevoegdheden over vergunningen en toewijzingen. De term "vijandig" suggereert dat kritiek op het systeem al snel werd opgevat als politiek verzet of sabotage van de distributiemachine, wat in die tijd ernstige professionele en persoonlijke gevolgen kon hebben. De blauwe aantekening onderaan ("m.i. opbergen") duidt op een administratieve afhandeling door een ontvangende instantie in februari 1943.
Samenvatting
In deze brief verklaart een viskoopman waarom hij zijn schrijven niet heeft ondertekend. Hij spreekt zijn angst uit voor represailles van "de Commissie" die toezicht houdt op de vismarkt. Volgens de schrijver wordt iemand die opkomt voor een "rechtvaardige zaak" direct als "vijandig" bestempeld, wat negatieve gevolgen heeft voor de handel. Hij baseert deze vrees op ervaringen van anderen ("bij ondervinding"). De brief getuigt van een sfeer van wantrouwen en angst voor economische uitsluiting of sancties door controlerende instanties.
Historische Context
De brief is geschreven in januari 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de distributie en handel van goederen, waaronder vis, streng gereguleerd door diverse commissies en crisisorganen. "De Commissie" waar de schrijver naar verwijst, had waarschijnlijk vergaande bevoegdheden over vergunningen en toewijzingen. De term "vijandig" suggereert dat kritiek op het systeem al snel werd opgevat als politiek verzet of sabotage van de distributiemachine, wat in die tijd ernstige professionele en persoonlijke gevolgen kon hebben. De blauwe aantekening onderaan ("m.i. opbergen") duidt op een administratieve afhandeling door een ontvangende instantie in februari 1943.