Archiefdocument
Origineel
19 januari 1943. Nederlandsche Visscherijcentrale, Afdeeling Verdeeling ('s-Gravenhage). Directie van het Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
AFDEELING Verdeeling
BETREFFENDE sardijn en bliek 'S-GRAVENHAGE, 19 Jan. 1943
BERICHT OP SCHRIJVEN
BIJ ANTWOORD VERMELDEN 1424/V/Ve.
BIJLAGEN ................... STUKS, T.W.
[Stempel links:] No. 4/6A/23/1 M. 1943
[Handschrift in rood:] 20 Directie van het Marktwezen
[Handschrift in zwart:] u.v. [onleesbare paraaf] Jan van Galenstraat,
[onleesbare paraaf] AMSTERDAM.-
Naar aanleiding van het telefonisch onderhoud met Uwen Heer de Haar, berichten wij U hiermede, dat de Heer Buter op geen enkelen afslag een directe toewijzing ontvangt voor sardijn en bliek.
Ingevolge artikel 2 van het Tweede Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, moet alle visch, waarvoor maximumprijzen zijn vastgesteld aan Uw vischafslag worden aangevoerd. Aan het verzoek van den Heer Buter kan dus niet worden voldaan.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[Handtekening: Lueckmann(?)]
Ha.
ADELHEIDSTRAAT 300, 'S-GRAVENHAGE — POSTGIROREKENING 245271 — TELEGRAMADRES: NEDVISCEN
TELEFOON 720080 EN 772162, INTERCOMM. XX. VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE 722641
[Logo: A] 23430 - '42 - K 983 In dit schrijven wijst de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) een verzoek af van een zekere heer Buter. Buter wilde blijkbaar buiten de reguliere veilingen (afslagen) om een "directe toewijzing" krijgen van sardijn en bliek (kleine haringachtige vis).
De NVC beroept zich op de strikte regelgeving van die tijd: het Visscherijbesluit van 1941. Volgens dit besluit moet alle vis waarvoor een maximumprijs is vastgesteld, verplicht via de officiële visafslag worden verhandeld. Dit diende om de controle op prijzen en de distributie (voedselvoorziening) centraal te houden en zwarte handel tegen te gaan. De brief is gericht aan de Directie van het Marktwezen in Amsterdam, de instantie die verantwoordelijk was voor de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat. Het document dateert uit januari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was er sprake van een geleide economie en toenemende schaarste. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een door de bezetter gecontroleerd orgaan dat de gehele keten van de visserij beheerde, van vangst tot distributie.
De genoemde vissoorten, sardijn en bliek, waren in oorlogstijd belangrijke, relatief goedkope bronnen van eiwitten voor de bevolking. Door de strenge handhaving van het Visscherijbesluit 1941 probeerde de overheid de grip op de voedselvoorziening te behouden. Verzoeken om "directe toewijzing" waren in feite pogingen om het distributiesysteem te omzeilen, wat in deze bureaucratische context formeel werd afgewezen om de gelijke (of althans gecontroleerde) verdeling te waarborgen.