Dienstbrief / Rapportage
Origineel
Dienstbrief / Rapportage 5 februari 1943 [Linksboven]
INSPECTIE VOOR DE PRIJSBEHEERSCHING
AMSTERDAM
No. 1120
Dict.: S/S
Dossier no. 28992
Betreft: K. A. Goldstein.
Uw schrijven van:
Bijlagen: geene
[Rechtsboven]
AMSTERDAM Z., 5 Februari 194 3.
EMMASTRAAT 35
TELEFOON 21433
POSTGIRO 408874
[In kader:] Gelieve in Uw antwoord: nummer, datum en dossiernummer volledig te vermelden.
[Midden, stempel over tekst]
No. 46^a/36/2 M. 1943 [handgeschreven:] 8/2 [geparafeerd:] m.v.
[Hoofdtekst]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 dezer, No.
46/a/36/1 M., deel ik U mede, dat K. A. Goldstein drie
maal wegens het te duur verkoopen van visch door mij is
veroordeeld, en wel d.d. 6 Februari 1942 tot f. 30.=
+ f. 1.50 kosten, d.d. 30 April 1942 tot f. 40.=, ver-
beurdverklaring en f. 2.75 kosten, en d.d. 22 Januari
1943 tot f. 50.= + f. 2.50 kosten. Thans is nog een
zaak wegens het te duur verkoopen van gerookte schar
(procesverbaal d.d. 7 November 1942) bij mij in be-
handeling.
[Ondertekening]
DE INSPECTEUR VOOR DE PRIJSBEHEERSCHING,
voor dezen: [handtekening]
[Linksonder]
[In rood potlood:] Goldstein 46 C/14/1 [geparafeerd]
Aan het Marktwezen
te
A M S T E R D A M. -
coll:
207 Asd - 9 - '42 [A in cirkel] 24712 - K 983
[Handgeschreven aantekening onderaan in blauw/zwart]
M. i. toch uitsluiten v. verdeling voor onbep. tijd! Week 8/2
[Rechtsonder in rood potlood:] 46C/14/1 a [onleesbaar] f m. [onleesbaar] Deze brief is een rapportage van de Inspectie voor de Prijsbeheersing aan de afdeling Marktwezen van de gemeente Amsterdam. De inspectie informeert de gemeente over de 'strafkaart' van een vishandelaar genaamd K. A. Goldstein.
Uit de tekst blijkt dat Goldstein een recidivist is op het gebied van prijsopdrijving:
1. 6 feb 1942: Boete van 30 gulden.
2. 30 april 1942: Boete van 40 gulden en verbeurdverklaring (inbeslagname van goederen).
3. 22 jan 1943: Boete van 50 gulden.
4. Lopend: Een nieuwe zaak betreffende de te dure verkoop van gerookte schar.
De handgeschreven notitie onderaan ("M. i. toch uitsluiten v. verdeling voor onbep. tijd!") is cruciaal. Het geeft aan dat de ambtenaar van mening is dat Goldstein moet worden uitgesloten van de distributie van goederen of de toegang tot de markt, wat in feite een beroepsverbod zou betekenen. Het document dateert uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlogsjaren heerste er grote schaarste. Om inflatie en de 'zwarte handel' tegen te gaan, stelde de bezetter strikte prijsvoorschriften vast. De Inspectie voor de Prijsbeheersing had de taak om hierop toe te zien.
Handelaren die zich niet aan de vastgestelde prijzen hielden, werden zwaar beboet. In 1943 was de controle verstikkend. De naam "Goldstein" suggereert dat de betrokkene mogelijk een Joodse marktkoopman was. In deze periode werden Joodse ondernemers extra streng gecontroleerd en vaak via administratieve weg hun broodwinning ontnomen (arisering of simpelweg intrekking van vergunningen), nog los van de dreiging van deportatie die in 1943 voor de Joodse bevolking in Amsterdam alomtegenwoordig was. De suggestie om hem "voor onbepaalde tijd" uit te sluiten past in het beleid om 'onbetrouwbare' of ongewenste elementen uit het economisch verkeer te weren.