Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (ambtelijke correspondentie). Amsterdam, 5 februari 1943. Nic. Stam (namens de secretaris). Amsterdam 5 Febr ’43.
WelEdHeer
A. W. de Waer.
Insp: Marktwezen
Amsterdam.
C. Jongewaard is met recht
Zaterdag middag, te laat bij de
verdeeling gekomen. Huisman
was hem reeds gepasseerd en hij
heeft 3 maal geroepen maar
Jongewaard was er niet. Zoo-
doende is hij overgeslagen.
B. v. Kampen heeft wel meer
zijn visch in ontvangst genomen
maar nu dat door nemen voor
elkaar een weinig geremd wordt
heeft Huisman het niet willen
afgeven aan B. v. Kampen.
Het is waar dat Jongewaard
een maag lijder is en is ook niet
jong meer. Daar wij toch op
de beslissing van den Wethouder
moeten wachten, zou het mij
wel billijk voorkomen om
Jongewaard als nog zijn toe-
wijzing te geven.
Hoogachtend
[Handtekening: Nic. Stam]
v. secretaris.
[Aantekening linksonder, waarschijnlijk van ontvangst:]
Ontvangen
12-2-’43
de Leur [?] * Inhoud: De brief beschrijft een incident bij de visafslag/verdeling op een zaterdagmiddag. Een zekere C. Jongewaard was niet tijdig aanwezig toen zijn naam werd afgeroepen door de ambtenaar Huisman. Hoewel een andere persoon (B. van Kampen) in het verleden vaker vis voor hem aannam, weigerde Huisman ditmaal medewerking omdat het 'voor elkaar overnemen' van toewijzingen strenger werd gecontroleerd. De schrijver van de brief pleit voor clementie vanwege de zwakke gezondheid ("maag lijder") en gevorderde leeftijd van Jongewaard.
* Taalgebruik: Formeel en zakelijk Nederlands, typerend voor de vroege 20e eeuw ("WelEdHeer", "met recht", "billijk voorkomen"). Opvallend is de spelling van "visch", die in 1943 officieel al verouderd begon te raken maar in ambtelijke stukken nog vaak werd aangehouden.
* Sociaal-historisch aspect: De brief toont de strikte handhaving van distributieregels tijdens de oorlog. Zelfs voor een kleine hoeveelheid vis moest een formele beslissing van een wethouder worden afgewacht, tenzij er sprake was van uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden. Dit document stamt uit februari 1943, een periode in de Tweede Wereldoorlog waarin Nederland onder Duits bestuur stond en de schaarste aan goederen steeds nijpender werd. Alles werd gereguleerd via een distributiesysteem om zwarte handel te voorkomen en de beperkte voorraden te verdelen. De Dienst van het Marktwezen in Amsterdam was verantwoordelijk voor het toezicht op markten en de verdeling van verswaren zoals vis. De brief illustreert hoe kleine menselijke fouten (te laat komen) in een streng bureaucratisch systeem direct konden leiden tot het mislopen van noodzakelijke voedselvoorraden, en hoe ambtenaren probeerden binnen die regels toch enige menselijkheid te betrachten ("billijkheid").