Archiefdocument
Origineel
No. 46ª/51/1 M. 1943 9/2 [stempel] 563
oproepen [verticaal in marge]
15-2-43
Rapport.
Op heden 5/2 bij de mosselen controle aanwezig zijnde aan de wagon, kwam er plotseling bericht dat de wagon, in verband dat de Duitsche weermacht daar bij plaatste moest zijn, direct weggehaald moest worden. In dit verband, moesten de mosselen die nog in de wagon lagen zoo spoedig mogelijk gelost worden. Toen de wagon leeg was kwam de Munk J. vragen, waarom hij geen mosselen kreeg. Kl Lemmens antwoordde daarop dat de Munk dan ook eerder aanwezig moest zijn. De Munk J. gaf toen te kennen dat hij de heele middag al aanwezig was geweest. Kl Lemmens zei hem toen dan had je je mond— * Taal en Spelling: Het document is geschreven in het Nederlands met de toen gangbare spelling (zoals "Duitsche", "zoo", "heele"). De zinsbouw in het eerste gedeelte is enigszins stroef ("in verband dat de Duitsche weermacht daar bij plaatste moest zijn"), wat wijst op een haastig opgesteld verslag of een beperkte ambtelijke schrijfvaardigheid.
* Handschrift: Een vlot, leesbaar cursief handschrift uit de jaren 40. Er zijn verschillende pennen gebruikt voor de archiefnummers en de hoofdtekst.
* Inhoudelijke kern: Het rapport beschrijft een logistiek probleem bij het spoor. Terwijl er toezicht wordt gehouden op de distributie van mosselen, vordert de Duitse weermacht de locatie (of de wagon zelf) op, waardoor de overgebleven lading met grote spoed gelost moet worden. Dit leidt tot een conflict over de verdeling: burger "De Munk J." beklaagt zich dat hij is overgeslagen, waarna controleur Lemmens hem verwijt dat hij zich niet eerder heeft gemeld. * Oorlogstijd en Schaarste: In 1943 was Nederland bezet door nazi-Duitsland. Voedsel was schaars en de distributie ervan stond onder streng toezicht. Mosselen waren in deze periode een belangrijke, niet-geprioriteerde voedselbron die vaak per spoor werd aangevoerd.
* Duitse Prioriteit: Het document illustreert de absolute voorrang van de Wehrmacht. Civiele belangen (zoals de voedselvoorziening) moesten onmiddellijk wijken voor militaire logistiek. De haast waarmee de wagon geleegd moest worden, wijst op de constante druk waaronder het dagelijks leven en de distributie plaatsvonden.
* Sociale Spanning: De woordenwisseling aan het einde van het rapport is typerend voor de sfeer van de bezettingstijd: wantrouwen en irritatie tussen burgers en functionarissen over de eerlijke verdeling van de schaarse goederen.
Samenvatting
- Taal en Spelling: Het document is geschreven in het Nederlands met de toen gangbare spelling (zoals "Duitsche", "zoo", "heele"). De zinsbouw in het eerste gedeelte is enigszins stroef ("in verband dat de Duitsche weermacht daar bij plaatste moest zijn"), wat wijst op een haastig opgesteld verslag of een beperkte ambtelijke schrijfvaardigheid.
- Handschrift: Een vlot, leesbaar cursief handschrift uit de jaren 40. Er zijn verschillende pennen gebruikt voor de archiefnummers en de hoofdtekst.
- Inhoudelijke kern: Het rapport beschrijft een logistiek probleem bij het spoor. Terwijl er toezicht wordt gehouden op de distributie van mosselen, vordert de Duitse weermacht de locatie (of de wagon zelf) op, waardoor de overgebleven lading met grote spoed gelost moet worden. Dit leidt tot een conflict over de verdeling: burger "De Munk J." beklaagt zich dat hij is overgeslagen, waarna controleur Lemmens hem verwijt dat hij zich niet eerder heeft gemeld.
Historische Context
- Oorlogstijd en Schaarste: In 1943 was Nederland bezet door nazi-Duitsland. Voedsel was schaars en de distributie ervan stond onder streng toezicht. Mosselen waren in deze periode een belangrijke, niet-geprioriteerde voedselbron die vaak per spoor werd aangevoerd.
- Duitse Prioriteit: Het document illustreert de absolute voorrang van de Wehrmacht. Civiele belangen (zoals de voedselvoorziening) moesten onmiddellijk wijken voor militaire logistiek. De haast waarmee de wagon geleegd moest worden, wijst op de constante druk waaronder het dagelijks leven en de distributie plaatsvonden.
- Sociale Spanning: De woordenwisseling aan het einde van het rapport is typerend voor de sfeer van de bezettingstijd: wantrouwen en irritatie tussen burgers en functionarissen over de eerlijke verdeling van de schaarse goederen.