Archiefdocument
Origineel
26 februari 1943. De Directeur van de CDL (Afdeling Algemeen). Den Heer Directeur van Marktwezen, Jan van Galenstraat, Amsterdam. [Briefhoofd]
Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening
Van Reigersbergenstraat 2, Amsterdam (West) A/1
[Links]
Afdeeling:
Algemeen
Verzoeke bij beantwoording het nummer
van dezen brief en de Afd. te vermelden
[Rechts]
Aan :
den Heer Directeur van Marktwezen
Jan van Galenstraat
A m s t e r d a m .-
Nr : 1282/1.1/CDL
Datum : 26 Februari 1943.
[Stempel in blauw-paars]
No. 46a/70/1 M. 1943 27/2
[Handgeschreven aantekeningen in de marge bij de datum in rood en potlood]
Insp.
rapp. 2-3-43
Gez [paraf]
[Inhoud]
Bijgaand zend ik U een bij mijn dienst ingekomen klacht van Mej.
F. Bruggeling inzake door haar op de markt in de Alb. Cuypstraat
gekochte mosselen.
Ik verzoek U de behandeling van dit schrijven te willen overnemen.
Aan adressante is medegedeeld dat haar schrijven ter behandeling aan
U is doorgezonden.
[Ondertekening]
coll.
Jh.
De Directeur,
[Handtekening]
[Handgeschreven aantekeningen onderaan]
Postzegel voor antw. teruggeven
10-3-'43
de Haan
Oproepen
3-3-43
de Haan
v. 10/3 '43
LS
[Linksonder voorgedrukte code]
C.D.L. 114
Stadsdrukkerij Amsterdam
20848-10-42-2000 Het document is een officiële geleidebrief van de Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (CDL) aan de Dienst Marktwezen in Amsterdam. De CDL heeft een klacht ontvangen van een burger, Mejuffrouw F. Bruggeling, over de kwaliteit of verkoop van mosselen die zij heeft aangeschaft op de Albert Cuypmarkt.
Omdat de marktmeesters en de Dienst Marktwezen direct toezicht houden op de gang van zaken op de Amsterdamse markten, wordt de klacht ter afhandeling aan hen overgedragen. De handgeschreven notities onderaan het document geven het administratieve vervolg aan: de klaagster is opgeroepen voor een gesprek op 3 maart 1943 en op 10 maart 1943 is een door haar meegestuurde postzegel voor antwoord aan haar geretourneerd, wat wijst op een formele afhandeling van de zaak. Dit document stamt uit februari 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke en streng gereguleerde aangelegenheid. De CDL was verantwoordelijk voor de distributie en controle van schaarse levensmiddelen.
Hoewel de tekst van de brief neutraal-ambtelijk is, getuigt de klacht over mosselen van de dagelijkse overlevingsstrijd van de bevolking. Voedsel was op de bon en van matige kwaliteit; klachten over bedorven of ondeugdelijke waar werden serieus genomen om de volksgezondheid en de orde in de voedselketen te bewaken. De Albert Cuypmarkt was ook tijdens de oorlog een cruciaal punt voor de Amsterdamse voedselvoorziening, al was het aanbod door de oorlogsomstandigheden en deportaties van Joodse marktkooplieden drastisch veranderd. De bureaucratische precisie (het retourneren van een enkele postzegel) is kenmerkend voor de ambtelijke werkwijze van die tijd.