Brief (handgeschreven)
Origineel
Brief (handgeschreven) 10 mei 1943 (Marginale aantekeningen bovenaan)
No. 46ᵃ/70/2M. 1943 13/3
A’dam 10 - 5 - 43. (633)
mr [Mrap?]
wie was dat?
(Hoofdtekst)
Mijnheer,
Vanmorgen was ik op
Uw kantoor om één en ander met U
te bespreken Nu was er net beurt
vóór mij een man die "Ome Jan" werd
genoemd ± 65 jaar nogal groot en waarvan
ik alleen weet dat hij onders teuning
had die was verlaagd en kwam
vragen om een verkoop-vergunning
van visch. Zou U mij misschien
zijn adres en naam kunnen geven?
Ik zou hem n.l. wel ergens een plezier
mee kunnen doen en wilde het
daarom graag hebben. Ik hoop * Inhoud: De schrijver van de brief vraagt een ambtenaar om de persoonsgegevens van een man die hij/zij eerder die ochtend toevallig bij een loket heeft gezien. De betreffende man, aangeduid als "Ome Jan", is een ongeveer 65-jarige man die financiële problemen lijkt te hebben omdat zijn 'ondersteuning' (sociale uitkering) is verlaagd. Hij probeerde een vergunning te krijgen voor de visverkoop.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is beleefd doch direct. Opvallend is de verouderde spelling van "visch" en de afkorting "n.l." (namelijk). De tekst is geschreven in een duidelijk, lopend handschrift.
* Administratieve sporen: De aantekening "wie was dat?" bovenin suggereert dat de ontvanger (waarschijnlijk een ambtenaar bij de sociale dienst of gemeente) intern navraag deed over de identiteit van de in de brief genoemde persoon. * Historische periode: De brief dateert van mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er grote schaarste en economische malaise.
* Sociale zekerheid: De term "ondersteuning" verwijst naar de toenmalige vorm van bijstand. Dat deze werd verlaagd, was in die tijd een veelvoorkomend probleem voor ouderen en hulpbehoevenden.
* Economie: Het aanvragen van een verkoopvergunning voor vis was een manier voor burgers om in hun eigen levensonderhoud te voorzien buiten de reguliere arbeidsmarkt om, wat cruciaal was tijdens de oorlogsjaren.
* Privacy: Het gemak waarmee de schrijver vraagt naar de adresgegevens van een vreemde is opmerkelijk vanuit modern perspectief (AVG), maar getuigt in deze context wellicht van een poging tot burgerlijke solidariteit of burenhulp in een moeilijke tijd.
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver van de brief vraagt een ambtenaar om de persoonsgegevens van een man die hij/zij eerder die ochtend toevallig bij een loket heeft gezien. De betreffende man, aangeduid als "Ome Jan", is een ongeveer 65-jarige man die financiële problemen lijkt te hebben omdat zijn 'ondersteuning' (sociale uitkering) is verlaagd. Hij probeerde een vergunning te krijgen voor de visverkoop.
- Taalgebruik: Het taalgebruik is beleefd doch direct. Opvallend is de verouderde spelling van "visch" en de afkorting "n.l." (namelijk). De tekst is geschreven in een duidelijk, lopend handschrift.
- Administratieve sporen: De aantekening "wie was dat?" bovenin suggereert dat de ontvanger (waarschijnlijk een ambtenaar bij de sociale dienst of gemeente) intern navraag deed over de identiteit van de in de brief genoemde persoon.
Historische Context
- Historische periode: De brief dateert van mei 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode heerste er grote schaarste en economische malaise.
- Sociale zekerheid: De term "ondersteuning" verwijst naar de toenmalige vorm van bijstand. Dat deze werd verlaagd, was in die tijd een veelvoorkomend probleem voor ouderen en hulpbehoevenden.
- Economie: Het aanvragen van een verkoopvergunning voor vis was een manier voor burgers om in hun eigen levensonderhoud te voorzien buiten de reguliere arbeidsmarkt om, wat cruciaal was tijdens de oorlogsjaren.
- Privacy: Het gemak waarmee de schrijver vraagt naar de adresgegevens van een vreemde is opmerkelijk vanuit modern perspectief (AVG), maar getuigt in deze context wellicht van een poging tot burgerlijke solidariteit of burenhulp in een moeilijke tijd.