Archief 745
Inventaris 745-407
Pagina 398
Dossier 28
Jaar 1943
Stadsarchief

Verslag/Notulen van een commissievergadering betreffende de visdistributie.

Omstreeks april/mei 1943 (gezien de datum 5 april 1943 die in de tekst wordt genoemd als referentiepunt en de referentie naar 1 oktober 1943 als toekomstige datum).

Origineel

Verslag/Notulen van een commissievergadering betreffende de visdistributie. Omstreeks april/mei 1943 (gezien de datum 5 april 1943 die in de tekst wordt genoemd als referentiepunt en de referentie naar 1 oktober 1943 als toekomstige datum). - 2 -

van het feit, dat hij voor den oorlog een standplaats had met ger.visch. Dit nagaan en indien juist accoord opvoeren 1 x ger. visch overeenkomstig door den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen goedgekeurde gedragslijn.

C. van Bavel, Raamsteeg 5.
verzoekt in aanmerking te komen voor zeevisch. Heeft reeds een toewijzing versche zoetwatervisch. Vischbakker. Heeft inderdaad voor den oorlog zeer veel zeevisch omgezet. Besloten wordt hem voor de keuze te stellen: zeevisch of zoetwatervisch. Van Bavel op 5 April 1943 bij Inspecteur geweest. Ziet van zoetwatervischtoewijzing af. Hem medegedeeld, dat tot 1 October 1943 geen wijziging in de toewijzingen zullen worden gebracht. Opvoeren voor 1 x zeevisch.

J.N. Bergen, hal 1e Atjehstraat 168.

De Voorzitter
deelt mede, dat Bergen thans in de verdeeling te Amsterdam moet worden opgenomen. De Nederlandsche Visscherij Centrale heeft hem bericht, dat hij zijn toewijzing aal te Harderwijk als grossier moet inzenden aan de gemeentelijken afslag te Amsterdam en dat hij dan als kleinhandelaar in de verdeeling zal komen. Bergen neemt met deze beslissing geen genoegen, omdat hij als grossier zijn aal onmogelijk met winst in den afslag kan brengen. Daar moet hij geld aan verliezen.

Mooyer Puul
onderschrijft dit. De grossierswinstmarge is niet toereikend om 500 pond aal per week van Harderwijk naar Amsterdam te laten komen. Het is toch zonde, dat Amsterdam dan deze aal zou moeten missen, vooral waar Bergen ze levend en voor den prijs aan zijn klanten in de Indische Buurt verkoopt. Waar Bergen de eenige Amsterdammer is, die op Harderwijk koopt, moet daarvoor een uitzondering worden gemaakt.

Heeren Lammers en Böhne
zijn hier beslist op tegen. Er moet te Amsterdam maar één centrale verdeelingsplaats zijn en dat is de gemeentelijke afslag.
Het blijkt, dat de geheele Commissie er in principe tegen is om uitzonderingen toe te staan, doch om practische redenen zij de leden Mooyer, Tuyp, Van Zanten, Gootjes en Sliphorst ervoor, dat Bergen zijn eigen aal blijft ontvangen. De 2 laatstgenoemden ook al, omdat het den Volendammers eveneens is toegestaan. De leden Lammers, Böhne en Frommé stemmen tegen. Gelet op de door de Nederlandsche Visscherij Centrale genomen beslissing wordt Bergen thans voor al in de verdeeling opgenomen en wel voor 4 toewijzingen versche aal, 1 toewijzing gerookte aal en 1 toewijzing gerookte visch.
De geheele Commissie is van meening, dat Bergen met den grootsten aalhandelaar te Amsterdam kan worden gelijkgesteld. Zoolang er toewijzingen van meer dan 3 worden gegeven (Bodter, Zwaan), moet ook Bergen voor een grootere aal toewijzing dan normaal in aanmerking komen.

Busman’s Vischhandel, Nieuwmarkt.
verzoekt 2 kisten ongepelde garnalen per beurt. Toegestaan Groote bona fide zaak. Opvoeren voor 2 x ongepelde garnalen. afgevoerd moet worden: E. Commandeur, Marken, 1 toewijzing zoetwatervisch, 1 toewijzing gerookte visch aangezien deze nimmer op de markt komt om toewijzing in ontvangst te nemen. Betrekt veel van Monnikendam. Dit document biedt een gedetailleerd inkijkje in de bureaucratische afhandeling van de voedseldistributie in bezet Nederland. De kern van het verslag draait om de spanning tussen centrale regulering (door de Nederlandsche Visscherij Centrale en de gemeentelijke afslag) en de praktische realiteit van individuele handelaren.

Opvallende punten:
* Regulering vs. Rendement: De casus van J.N. Bergen illustreert het conflict tussen de opgelegde regels (alles via de centrale afslag) en de economische haalbaarheid voor de ondernemer (te lage winstmarges om transportkosten te dekken).
* Uitzonderingsposities: Er wordt gediscussieerd over het maken van uitzonderingen. Het argument dat "Volendammers" ook uitzonderingen genieten, wijst op een bestaande hiërarchie of specifieke afspraken binnen de sector.
* Handhaving: De commissie weegt het belang van de lokale markt (de Indische Buurt) af tegen de principes van centrale distributie. Uiteindelijk lijkt de status van Bergen als "grootste aalhandelaar" hem een gunstigere positie te geven ("4 toewijzingen").
* Sancties: Aan het eind wordt vermeld dat E. Commandeur uit Marken wordt "afgevoerd" van de toewijzingslijst omdat hij zijn vis niet op de markt komt ophalen, wat duidt op een strikte controle op de daadwerkelijke handel. Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) werd door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie opgericht om de vangst, prijsvorming en verdeling van vis volledig te beheersen. Dit was noodzakelijk omdat de visserij op de Noordzee door oorlogshandelingen nagenoeg stil lag, waardoor de druk op de binnenvisserij (zoals het IJsselmeer bij Harderwijk) en de resterende kustvisserij enorm toenam.

In Amsterdam fungeerde de Gemeentelijke Visafslag als het centrale knooppunt. Vishandelaren waren verplicht hun producten hier aan te bieden of te betrekken, zodat de distributiebonnen en prijzen gecontroleerd konden worden. Het document toont de dagelijkse praktijk van deze "distributie-economie", waarbij elke kist garnalen of toewijzing voor gerookte vis onderwerp was van officieel overleg en stemming door een commissie. De genoemde namen (Mooyer, Tuyp) zijn bekende namen in de Nederlandse viswereld, wat duidt op een commissie die deels uit vakgenoten bestond. C. van Bavel E. Commandeur J.N. Bergen

Samenvatting

Dit document biedt een gedetailleerd inkijkje in de bureaucratische afhandeling van de voedseldistributie in bezet Nederland. De kern van het verslag draait om de spanning tussen centrale regulering (door de Nederlandsche Visscherij Centrale en de gemeentelijke afslag) en de praktische realiteit van individuele handelaren.

Opvallende punten:
* Regulering vs. Rendement: De casus van J.N. Bergen illustreert het conflict tussen de opgelegde regels (alles via de centrale afslag) en de economische haalbaarheid voor de ondernemer (te lage winstmarges om transportkosten te dekken).
* Uitzonderingsposities: Er wordt gediscussieerd over het maken van uitzonderingen. Het argument dat "Volendammers" ook uitzonderingen genieten, wijst op een bestaande hiërarchie of specifieke afspraken binnen de sector.
* Handhaving: De commissie weegt het belang van de lokale markt (de Indische Buurt) af tegen de principes van centrale distributie. Uiteindelijk lijkt de status van Bergen als "grootste aalhandelaar" hem een gunstigere positie te geven ("4 toewijzingen").
* Sancties: Aan het eind wordt vermeld dat E. Commandeur uit Marken wordt "afgevoerd" van de toewijzingslijst omdat hij zijn vis niet op de markt komt ophalen, wat duidt op een strikte controle op de daadwerkelijke handel.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting (1940-1945) was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd via een distributiesysteem. De Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC) werd door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie opgericht om de vangst, prijsvorming en verdeling van vis volledig te beheersen. Dit was noodzakelijk omdat de visserij op de Noordzee door oorlogshandelingen nagenoeg stil lag, waardoor de druk op de binnenvisserij (zoals het IJsselmeer bij Harderwijk) en de resterende kustvisserij enorm toenam.

In Amsterdam fungeerde de Gemeentelijke Visafslag als het centrale knooppunt. Vishandelaren waren verplicht hun producten hier aan te bieden of te betrekken, zodat de distributiebonnen en prijzen gecontroleerd konden worden. Het document toont de dagelijkse praktijk van deze "distributie-economie", waarbij elke kist garnalen of toewijzing voor gerookte vis onderwerp was van officieel overleg en stemming door een commissie. De genoemde namen (Mooyer, Tuyp) zijn bekende namen in de Nederlandse viswereld, wat duidt op een commissie die deels uit vakgenoten bestond.

Genoemde Personen 3

Locaties

Nieuwmarkt

Producten

A.G.F. (Aardappelen): Aardappel A.G.F. (Aardappelen): Klei A.G.F. (Fruit): Appel A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Garnalen Vis & Zee: Gerookt Vis & Zee: Vis Vis & Zee: Visch Vis & Zee: Zeevis Vis & Zee: Zoetwatervis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Kooplieden in dit dossier 100

Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein f 2,44
Aal en paling boven 250 gram Waterlooplein ƒ 2,44
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling tot 70 gram Waterlooplein " 1,04
Aal en paling van 125 – 250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 125-250 gram Waterlooplein " 2,23
Aal en paling van 70 – 125 gram Waterlooplein " 1,78
Aal en paling van 70-125 gram Waterlooplein " 1,78
A.A. Pakkoo Waterlooplein -----
Aard., groente ,fruit -48
Aard., groente ,fruit 964
W. Fruithof Waterlooplein 992
W. Fruithof Waterlooplein 745
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein 719
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 709
W. Fruithof Waterlooplein 715
A. Boots Waterlooplein
A. Boots Waterlooplein 50
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Boots. Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
A. Pouw Waterlooplein 20
Levie Locher Waterlooplein
Levie Locher Waterlooplein
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
A.H. Staats Waterlooplein 20
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3