Archief 745
Inventaris 745-408
Pagina 5
Dossier 92
Jaar 1943
Stadsarchief

Gedrukte pagina uit een officieel administratief of juridisch reglement (vermoedelijk een verordening of rechtspositieregeling voor ambtenaren).

Origineel

Gedrukte pagina uit een officieel administratief of juridisch reglement (vermoedelijk een verordening of rechtspositieregeling voor ambtenaren). 16

hebben, alsmede van de bevoegdheid van den ambtenaar, om zijn zaak door het Scheidsgerecht te doen behandelen.

(3) Burgemeester en Wethouders zijn, indien de aard van de misdraging daartoe naar hun oordeel aanleiding geeft, bevoegd den ambtenaar, in afwachting van de op te leggen straf, voorloopig te schorsen. Burgemeester en Wethouders bepalen of gedurende de voorloopige schorsing het salaris zal worden doorbetaald of geheel of gedeeltelijk zal worden ingehouden.

(4) Indien de ambtenaar binnen zes dagen nadat hij van de kennisgeving, in het tweede lid bedoeld, redelijkerwijze heeft kunnen kennisdragen, aan het Scheidsgerecht te kennen geeft, dat hij van de vorenbedoelde bevoegdheid gebruik wenscht te maken, stelt het Scheidsgerecht de feiten vast, benevens den aard der misdraging en bepaalt of straf en, zoo ja, welke straf ten hoogste door Burgemeester en Wethouders kan worden opgelegd. Indien de ambtenaar voorloopig is geschorst met inhouding, geheel of gedeeltelijk, van zijn salaris, dan bepaalt het Scheidsgerecht of het salaris terecht geheel of gedeeltelijk is ingehouden.

(5) Bepaalt het Scheidsgerecht, dat straf kan worden opgelegd, dan geven Burgemeester en Wethouders van hun voornemen tot strafoplegging kennis aan den ambtenaar, onder vermelding van de straf, die zij, met inachtneming van de uitspraak van het Scheidsgerecht, voornemens zijn op te leggen, benevens van de gronden, die zij daarvoor meenen te hebben.

(6) Ten aanzien van den ambtenaar, aangesteld door het hoofd van den diensttak, neemt deze laatste, voor wat betreft de toepassing van dit artikel, de plaats van Burgemeester en Wethouders in.

(7) Ten aanzien van den ambtenaar, aangesteld door den Gemeenteraad, neemt de Gemeenteraad, indien de op te leggen straf bestaat in ontslag uit den dienst, de plaats van Burgemeester en Wethouders in.

ART. 48

(1) De straffen, bedoeld in art. 47, welke aan ambtenaren, die zich misdragen hebben, kunnen worden opgelegd, zijn de volgende :
a schriftelijke berisping ;
b schorsing gedurende ten minste een dag, al of niet met gemis van salaris gedurende den tijd der schorsing ;
c inhouding van een of meer periodieke verhoogingen van de jaarwedde, al of niet gedurende een bepaalden tijd ;
d terugzetting op een lager salaris, al of niet gedurende een bepaalden tijd ;
e terugzetting tot een lager bezoldigden rang, al of niet gepaard gaande met verlaging van salaris, hetzij voor onbepaalden tijd, hetzij voor een bepaalden tijd, waarna de ambtenaar in zijn oorspronkelijken rang wordt hersteld ;
f ontslag uit den dienst. Deze pagina bevat de juridische kaders voor disciplinaire maatregelen binnen een gemeentelijke organisatie.

  • Artikel 47 (vervolg): Beschrijft de procedurele stappen bij wangedrag. Het legt de bevoegdheid bij het College van Burgemeester en Wethouders (B&W), maar introduceert het "Scheidsgerecht" als een onafhankelijke toetsende instantie. Dit scheidsgerecht stelt de feiten vast en bepaalt de maximale strafmaat, wat een vorm van rechtsbescherming voor de ambtenaar biedt. Ook wordt de mogelijkheid tot voorlopige schorsing (met of zonder behoud van salaris) benoemd. Leden 6 en 7 verduidelijken de bevoegdheden wanneer de aanstelling niet door B&W, maar door een diensthoofd of de Gemeenteraad is gedaan.
  • Artikel 48: Definieert de hiërarchie van straffen, variërend van een lichte berisping tot de zwaarste maatregel: ontslag uit de dienst. De nadruk ligt hierbij sterk op financiële sancties (inhouding salaris, verlaging jaarwedde) en status (terugzetting in rang). Het taalgebruik (zoals "den ambtenaar", "zoo ja", "jaarwedde") en de typografie wijzen op een document uit de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk tussen 1920 en 1940), nog vóór de grote spellingshervorming van 1947.

Dergelijke reglementen zijn essentieel in de geschiedenis van het Nederlands ambtenarenrecht. Ze tonen de overgang van een tijd waarin een werkgever (de overheid) eenzijdig kon straffen naar een meer gereguleerd systeem met hoor en wederhoor en externe arbitrage. Dit document weerspiegelt de groeiende professionalisering en juridisering van de gemeentelijke overheid als werkgever.

Samenvatting

Deze pagina bevat de juridische kaders voor disciplinaire maatregelen binnen een gemeentelijke organisatie.

  • Artikel 47 (vervolg): Beschrijft de procedurele stappen bij wangedrag. Het legt de bevoegdheid bij het College van Burgemeester en Wethouders (B&W), maar introduceert het "Scheidsgerecht" als een onafhankelijke toetsende instantie. Dit scheidsgerecht stelt de feiten vast en bepaalt de maximale strafmaat, wat een vorm van rechtsbescherming voor de ambtenaar biedt. Ook wordt de mogelijkheid tot voorlopige schorsing (met of zonder behoud van salaris) benoemd. Leden 6 en 7 verduidelijken de bevoegdheden wanneer de aanstelling niet door B&W, maar door een diensthoofd of de Gemeenteraad is gedaan.
  • Artikel 48: Definieert de hiërarchie van straffen, variërend van een lichte berisping tot de zwaarste maatregel: ontslag uit de dienst. De nadruk ligt hierbij sterk op financiële sancties (inhouding salaris, verlaging jaarwedde) en status (terugzetting in rang).

Historische Context

Het taalgebruik (zoals "den ambtenaar", "zoo ja", "jaarwedde") en de typografie wijzen op een document uit de eerste helft van de 20e eeuw (vermoedelijk tussen 1920 en 1940), nog vóór de grote spellingshervorming van 1947.

Dergelijke reglementen zijn essentieel in de geschiedenis van het Nederlands ambtenarenrecht. Ze tonen de overgang van een tijd waarin een werkgever (de overheid) eenzijdig kon straffen naar een meer gereguleerd systeem met hoor en wederhoor en externe arbitrage. Dit document weerspiegelt de groeiende professionalisering en juridisering van de gemeentelijke overheid als werkgever.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. van den Kommer - Uitgeest
A.D.Deijl
Adjunct-hoofdbrandmeester .. VIII
Bouw- en Woningt. [v] Dinsdag, 9 uur
C. Brandweer Zwanenburgwal Zaterdag, 9 uur
R. Telefoondienst Dinsdag, 9 uur
C. Koning
C. Mooyen 30 pond
C. Mooyer-Puul, 5100 ½kg. ongepeld
C. Rooseman 1190 ½kg. "
D.Z.
D.Z.
D.Z.
Fa. A.C. v.d. Kommer, Uitgeest. 78-½ kg,
Fa. B. Kraan, Oude-Wetering 300-½ kg,
Abraham Monnikendam 190-½ kg,
Fa. S.W. Balm, Spaarndam. 270-½ kg,
Firma A.Korving 14000 stuks
Firma A.v.d.Deijl 13910 stuks
Firma H.A.Kegge 14000 stuks
Firma "Hollandia" 21000 stuks
J. Gzn 17280 stuks
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6