Pagina uit een ambtelijk reglement (waarschijnlijk de Gemeente Amsterdam, gezien de tekst in Art. 45).
Origineel
Pagina uit een ambtelijk reglement (waarschijnlijk de Gemeente Amsterdam, gezien de tekst in Art. 45). [Gedrukte tekst]
15
(6) Het in het vijfde lid genoemde verlof wordt, desgevraagd, indien het dienstbelang zich naar het oordeel van Burgemeester en Wethouders daartegen niet verzet, verlengd tot een maximum van één jaar nà den datum der bevalling, doch met stilstand van het salaris.
§ 8. Vakopleiding en ander onderwijs.
ART. 44
Omtrent vakopleiding en ander onderwijs voor ambtenaren kunnen Burgemeester en Wethouders regelen vaststellen.
§ 9. Overige verplichtingen en rechten.
ART. 45
(1) De ambtenaar is verplicht, zijn woonplaats te hebben binnen de gemeente Amsterdam, doch Burgemeester en Wethouders kunnen, op verzoek van den betrokkene, hem vrijstelling verleenen van deze verplichting.
(2) Burgemeester en Wethouders kunnen, indien naar hun oordeel het belang van den dienst het vordert, den ambtenaar verplichten, zijn woonplaats te hebben binnen een bepaald gedeelte der gemeente Amsterdam of binnen een andere gemeente.
(3) Indien door Burgemeester en Wethouders aan den ambtenaar een dienstwoning wordt aangewezen, is hij verplicht deze te betrekken en hiervoor een door Burgemeester en Wethouders te bepalen vergoeding te betalen.
(4) Burgemeester en Wethouders kunnen den ambtenaar de verplichting opleggen tot inwoning onder het genot van vollen kost, bewassching en geneeskundige hulp, onder de bepaling, dat hiervoor op de bezoldiging een door Burgemeester en Wethouders vast te stellen bedrag zal worden gekort.
ART. 46
Om redenen van dienstbelang kan den ambtenaar dienstkleeding worden verstrekt, volgens nader door Burgemeester en Wethouders te stellen regelen.
§ 10. Straffen en beroep bij straffen.
ART. 47
(1) Indien een ambtenaar zich misdragen heeft, kunnen Burgemeester en Wethouders hem, al dan niet op voorstel van het hoofd van den diensttak, bij welken hij is aangesteld, een straf opleggen.
(2) Voordat Burgemeester en Wethouders overgaan tot het opleggen van een disciplinaire straf, geven zij den ambtenaar van hun voornemen tot strafoplegging kennis, onder vermelding van de straf, die zij voornemens zijn op te leggen, benevens van de gronden, die zij daarvoor meenen te
[Handgeschreven tekst]
- Links (in de marge): Gründeman
- Rechts (verticaal in de marge): van Stralen nl. 86 h.v.j.; het restant 148 h.v.j. laatstbedoelden ook een onbekenden aanvoerder.
- Onderaan (in rood): beroepscommissies tijdelijk buiten werking gesteld 43/23/1, M 1941
- Rechtsonder (paraf/datum): [Paraaf] 2/4 '43 Deze pagina bevat bepalingen uit een rechtspositieregeling voor gemeenteambtenaren. De belangrijkste punten zijn:
- Vakopleiding (Art. 44): De gemeente regelt de scholing.
- Woonplaatsverplichting (Art. 45): Ambtenaren van de gemeente Amsterdam moesten destijds in de stad wonen, tenzij ze ontheffing kregen. Dit was gebruikelijk om de betrokkenheid bij de stad en de inzetbaarheid te vergroten. Ook de mogelijkheid tot het verplichten van een dienstwoning of inwoning wordt genoemd.
- Dienstkleding (Art. 46): Regels voor geüniformeerd personeel.
- Tuchtrecht (Art. 47): Het begin van de procedure voor disciplinaire straffen.
De handgeschreven aantekeningen in de marge lijken specifieke casussen of personen (Gründeman, Van Stralen) te betreffen, mogelijk in relatie tot de genoemde artikelen of een specifiek dossier. De term 'h.v.j.' zou kunnen verwijzen naar 'het voorgaande jaar' of een specifieke administratieve code. De meest significante toevoeging is de rode tekst onderaan: "beroepscommissies tijdelijk buiten werking gesteld 43/23/1, M 1941". Dit plaatst het document direct in de context van de Duitse bezetting van Nederland.
In 1941 grepen de bezettingsautoriteiten diep in op de Nederlandse rechtsorde. Door de beroepscommissies voor ambtenaren buiten werking te stellen, werd de rechtsbescherming van ambtenaren effectief opgeheven. Dit gaf de (vaak door de bezetter gecontroleerde) bestuursorganen de vrije hand om ambtenaren te straffen of te ontslaan zonder dat zij hiertegen in beroep konden gaan bij een onafhankelijke commissie. Dit werd vaak gebruikt om 'onwelgevallige' ambtenaren, zoals joodse ambtenaren of ambtenaren met een anti-Duitse houding, uit de dienst te verwijderen. De datum "2/4 '43" bij de paraaf suggereert dat deze regel op dat moment nog steeds van kracht was of dat er op die dag een besluit op basis van deze gewijzigde situatie is genomen. Gemeente Amsterdam