Gedrukte ambtelijke verordening/reglement.
Origineel
Gedrukte ambtelijke verordening/reglement. 8 Wachtgeldverord. (1e vervolg)
(4) Het wachtgeld wordt maandelijks uitbetaald, doch niet langer dan tot het einde der maand, waarin het komt te vervallen of ingetrokken wordt.
(5) Burgemeester en Wethouders zijn bevoegd, na afloop van den termijn, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, opnieuw wachtgeld toe te kennen, telkenmale voor ten hoogste vijf jaren.
ART. 4
(1) Het wachtgeld is gelijk aan de wedde gedurende drie maanden, daarna tachtig ten honderd van de wedde gedurende negen maanden, vervolgens zeventig ten honderd der wedde gedurende vijf jaar en daarna zestig ten honderd der wedde.
(2) Het bedrag van het wachtgeld, over een jaar berekend, wordt naar boven tot een vollen gulden afgerond.
(3) Het wachtgeld daalt niet beneden het bedrag van het uitgesteld pensioen, waarop de betrokkene ter zake van het hem verleende ontslag uitzicht heeft, of, indien uit hoofde van eenigerlei omstandigheid zoodanig uitzicht niet of niet meer bestaat, anders zou hebben gehad.
(3bis) Bij ontslag uit een niet-volledige betrekking wordt voor de berekening van het uitgesteld pensioen, bedoeld in het derde lid, geen rekening gehouden met andere door den ambtenaar vóór het ontslag vervulde betrekkingen.
In geen geval mag toepassing van den regel, in het derde lid gesteld, er toe leiden, dat het wachtgeld hooger is dan de wedde.
(4) Deze verordening verstaat onder wedde : de wedde, laatstelijk genoten in de verlaten betrekking, of, indien na het ontslag in de regeling van de bezoldiging der ambtenaren een wijziging wordt aangebracht, welke, indien de op wachtgeld gestelde in dienst gebleven ware, wijziging zou hebben gebracht in diens wedde, van de inwerkingtreding dier wijziging af, het aldus gewijzigde bedrag.
(5) In de wedde, bedoeld in het vierde lid van dit artikel, zijn vaste toelagen en erkende emolumenten, welke zijn opgenomen in den pensioengrondslag, begrepen.
(6) Voor geleidelijk opgeheven betrekkingen kan ten aanzien van het voor de toepassing dezer verordening als laatstelijk genoten wedde aan te nemen bedrag, van het bepaalde in het vierde lid, ten gunste van den op wachtgeld te stellen ambtenaar worden afgeweken.
ART. 5
(1) Voor de berekening van den diensttijd, bedoeld in art. 3, blijft buiten aanmerking :
a diensttijd, vóór het bereiken van den leeftijd van achttien jaar vervuld ;
b diensttijd, die met pensioen of wachtgeld is vergolden, en
c bij eventueele onderbreking van de dienstbetrekking als gevolg van ontslag op eigen verzoek, de tijd vóór die onderbreking.
3e Aanv. Reg. Ambt. Het document is een pagina uit een formeel reglement dat de rechtspositie van ambtenaren regelt, specifiek gericht op de 'Wachtgeldverordening'. De tekst is opgesteld in de officiële Nederlandse spelling van vóór de hervormingen van 1947/1954 (kenbaar aan het gebruik van de 'buigings-n' zoals in "den termijn", "vollen gulden" en "den diensttijd", en de spelling "eventueele", "zoodanig").
De artikelen regelen de financiële overbrugging voor ambtenaren die buiten hun schuld ontslagen zijn:
* Periode en hoogte (Art. 4): Een afbouwende schaal van 100% naar 60% van het laatstgenoten salaris over een periode van meerdere jaren.
* Garantie: Het wachtgeld mag niet lager zijn dan het toekomstige pensioen, maar ook niet hoger dan de laatstgenoten wedde.
* Diensttijd (Art. 5): Bepaalde periodes, zoals werk vóór het 18e levensjaar of na ontslag op eigen verzoek, tellen niet mee voor de berekening van de opgebouwde rechten.
Op de pagina is een handmatige aantekening (een horizontale streep en haakje) te zien bij het begin van Artikel 4. Deze pagina is onderdeel van een gemeentelijk of provinciaal ambtenarenreglement in Nederland, waarschijnlijk uit de eerste helft van de 20e eeuw. "Burgemeester en Wethouders" wijst specifiek op een gemeentelijke context. Wachtgeld was de voorloper van de huidige WW-uitkering, maar dan specifiek voor de publieke sector met vaak ruimere voorwaarden dan voor werknemers in de private sector. De voetnoot "3e Aanv. Reg. Ambt." duidt erop dat dit een aanvullend besluit is op een bestaand basisreglement.