Getypte brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of kopie). 23 maart 1943. [Linksboven, getypt:]
46a/94/2 M.
1
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 22/3 [onderstreept]
[Rechtsboven, getypt:]
SV
[Rechtsmidden, getypt:]
23 Maart 1943.
[Adres, getypt:]
Aan het Hoofdbureau van Politie
(afd. Economischezaken) ,
Marnixstraat 260-264 ,
Amsterdam-Centrum. [onderstreept] wijk 6
[Hoofdtekst, getypt:]
In bijlage dezes doe ik een afschrift toekomen
van een bij mijn Dienst ingekomen brief, met [onleesbaar doorgehaald woord]
verzoek de behandeling op U te willen nemen, vooral
wat betreft het met rood aangehaalde.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur. Dit document is een officiële begeleidingsbrief waarbij een niet nader genoemde "Directeur" (mogelijk van een distributiedienst of gemeentelijke instantie) een dossier overdraagt aan de afdeling Economische Zaken van de Amsterdamse politie.
De kern van de boodschap is de overdracht van een "ingekomen brief" (mogelijk een aangifte of een anonieme tip) met het verzoek aan de politie om deze zaak verder te onderzoeken. Specifiek wordt de aandacht gevestigd op passages die in het origineel met rood waren gemarkeerd. In de tekst is een woord (mogelijk "beleefd" of "het") onleesbaar gemaakt met een typemachine-correctie of doorhaling.
Het adres Marnixstraat 260-264 was destijds inderdaad de locatie van het hoofdbureau van de Amsterdamse politie. De datum, maart 1943, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog. De afdeling Economische Zaken van de politie hield zich in die tijd intensief bezig met het bestrijden van de zwarte handel, prijsopdrijving en overtredingen van de distributiewetten.
Vanwege de schaarste aan voedsel en goederen was de controle op de economie door de bezetter en de lokale autoriteiten zeer streng. Dergelijke brieven waren vaak de aanzet tot huiszoekingen of arrestaties naar aanleiding van tips over illegale voorraden of handel. Het feit dat de Directeur vraagt te letten op "het met rood aangehaalde" wijst op een gerichte verdenking of specifieke belastende informatie in de bijgevoegde (hier niet zichtbare) bijlage. Hoofdbureau Politie
Samenvatting
Dit document is een officiële begeleidingsbrief waarbij een niet nader genoemde "Directeur" (mogelijk van een distributiedienst of gemeentelijke instantie) een dossier overdraagt aan de afdeling Economische Zaken van de Amsterdamse politie.
De kern van de boodschap is de overdracht van een "ingekomen brief" (mogelijk een aangifte of een anonieme tip) met het verzoek aan de politie om deze zaak verder te onderzoeken. Specifiek wordt de aandacht gevestigd op passages die in het origineel met rood waren gemarkeerd. In de tekst is een woord (mogelijk "beleefd" of "het") onleesbaar gemaakt met een typemachine-correctie of doorhaling.
Het adres Marnixstraat 260-264 was destijds inderdaad de locatie van het hoofdbureau van de Amsterdamse politie.
Historische Context
De datum, maart 1943, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog. De afdeling Economische Zaken van de politie hield zich in die tijd intensief bezig met het bestrijden van de zwarte handel, prijsopdrijving en overtredingen van de distributiewetten.
Vanwege de schaarste aan voedsel en goederen was de controle op de economie door de bezetter en de lokale autoriteiten zeer streng. Dergelijke brieven waren vaak de aanzet tot huiszoekingen of arrestaties naar aanleiding van tips over illegale voorraden of handel. Het feit dat de Directeur vraagt te letten op "het met rood aangehaalde" wijst op een gerichte verdenking of specifieke belastende informatie in de bijgevoegde (hier niet zichtbare) bijlage.