Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstbrief van de Gemeente Amsterdam. 28 april 1943. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen (namens deze ondertekend). De Directeur van den Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM
AFD. L.M. AMSTERDAM, 28 April 1943.
No. 55/10 -1943-
BIJLAGEN
No. 16^A/95/6 M. 1943 [stempel met handgeschreven toevoeging '29/4']
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN
EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
In verband met een desbetreffend verzoek, zag
ik gaarne dat de echtgenoote van J.C. Pedro (zie mijn
brief van 8 April j.l., No.55/10 L.M.'43) de visch-
toewijzing van haar man voorloopig op haar naam
krijgt overgeschreven.
Ik zal gaarne omtrent de rechterlijke uitspraak
inzake Pedro worden ingelicht.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[Handtekening]
Aan den heer Directeur van den
Dienst van het Marktwezen.
Model G.A. 5
2 5000-1-'40 Dit document is een ambtelijke correspondentie die de strikte bureaucratie van het distributiesysteem in bezet Nederland illustreert. Het betreft een verzoek om een "visch-toewijzing" (een recht op een bepaalde hoeveelheid vis binnen het rantsoeneringsstelsel) over te schrijven van een man naar zijn vrouw.
Opvallend is de vermelding van een "rechterlijke uitspraak inzake Pedro". Dit suggereert dat J.C. Pedro op dat moment betrokken was bij een rechtszaak, gedetineerd was, of mogelijk door de bezetter was weggevoerd, waardoor hij niet langer zelf zijn distributierechten kon verzilveren. De wethouder vraagt om op de hoogte te blijven van deze uitspraak, wat duidt op een administratieve afhankelijkheid van juridische status voor het toekennen van levensmiddelenrechten.
De handgeschreven aantekeningen en stempels ("16^A/95/6 M. 1943") zijn registratienummers van het inkomende postverwerkingssysteem van de ontvangende afdeling (Marktwezen). In april 1943 was Nederland bijna drie jaar bezet door Nazi-Duitsland. De schaarste aan goederen was groot en bijna alle levensmiddelen, inclusief vis, waren "op de bon". De distributie werd strak gereguleerd door de gemeente onder toezicht van de bezetter.
De naam "Pedro" komt voor in de Sefardisch-Joodse gemeenschap van Amsterdam. Gegeven de datum (voorjaar 1943, de piekperiode van de deportaties vanuit Amsterdam), is het niet ondenkbaar dat de "rechterlijke uitspraak" of de afwezigheid van de heer Pedro te maken had met de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, hoewel de brief zelf een puur zakelijke, administratieve toon handhaaft. Dergelijke overschrijvingen waren noodzakelijk voor achterblijvende gezinsleden om legaal aan voedsel te kunnen komen wanneer het gezinshoofd wegviel.