Dienstbrief / Rapportage binnen de NSB-gelederen.
Origineel
Dienstbrief / Rapportage binnen de NSB-gelederen. 15 Februari 1943 Den WelEd. Heer J.W. de Ruiter, Nationaal Socialistische Beweging der Nederlanden, J.W. Brouwersplein 7, Amsterdam-Zuid, wijk 24. 46a/97/2
S/SV
15 Februari 1943.
den WelEd. Heer J.W. de Ruiter
Nationaal Socialistische Beweging
der Nederlanden,
J.W. Brouwersplein 7,
Amsterdam-Zuid wijk 24
Kameraad,
In antwoord op het mij met Uw schrijven d.d. 5 dezer toegezonden rapport, diene het navolgende:
Aanvoer kistjes gerookte visch op 25 December.
Dit geval is voor mij een duidelijk misverstand tusschen De Haer en het administratief personeel van den Afslag, immers: De Haer informeerde of deze zendingen in de registers waren genoteerd en kreeg ten antwoord: "niet te vinden" en toen ik informeerde, kreeg ik "Ja" ten antwoord, hetgeen ik reeds in mijn vorig rapport heb vermeld. Of nu De Haer zich onduidelijk heeft uitgedrukt, of dat het personeel hem verkeerd begreep is naar ik meen niet meer van belang en zeker niet waard de zaak zóó op de spits te drijven, dat gesproken wordt van "leugens" en "eerherstel", temeer daar voor mij is komen vast te staan, dat De Haer er geen enkel belang bij heeft de aankomst der visch te verbergen.
Alle visch voor den Afslag bestemd.
Informateur meent, dat alle aangevoerde visch (in Amsterdam) bestemd is voor den afslag. Dit is niet juist, namelijk de visch is bestemd voor den afslag, en voor een niet onbelangrijk deel voor de Weermacht, voor de Rüstungsbedrijven en voor de klanten van den aanvoerder buiten Amsterdam. Het 2e Uitvoeringsbesluit spreekt van alle voor de Gemeente (afslag) Amsterdam bestemde visch en heeft dus met de door mij gestelde vraag niets uitstaande.
Waarschuwing Commissielid:
Botter houdt vol, dat De Haer hem verzocht een der Commissieleden te waarschuwen en hiermede zou dan bewezen zijn, dat dit inderdaad het geval is, terwijl De Haer volhoudt, dat hij dit niet verzocht heeft. Om welken Deze brief is een interne correspondentie binnen de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De schrijver (geïdentificeerd door initialen S/SV) reageert op een rapport van J.W. de Ruiter betreffende onregelmatigheden bij de visafslag in Amsterdam.
De kern van de brief draait om drie punten van conflict:
1. Bureaucratische verwarring: Een geschil over de registratie van gerookte vis op eerste kerstdag 1942. De schrijver probeert de spanningen te sussen door het af te doen als een misverstand en pleit tegen zware termen als "leugens".
2. Distributieregels: Er is onenigheid over de bestemming van de vis. De schrijver verduidelijkt dat niet alle vis voor de reguliere afslag (voor de burgers van Amsterdam) is, maar dat een aanzienlijk deel direct gereserveerd is voor de Duitse Wehrmacht en oorlogsindustrie (Rüstungsbedrijven).
3. Persoonlijke vete: Een woord-tegen-woord kwestie tussen twee individuen, Botter en De Haer, over een vermeende instructie om een commissielid te waarschuwen.
De toon is zakelijk-bureaucratisch, maar de ondertoon verraadt de interne wantrouwen en machtsstrijd die vaak heerste binnen de collaborerende instanties. In februari 1943 was de voedselvoorziening in Nederland een kritiek punt van controle voor de Duitse bezetter en de meewerkende NSB. De "Afslag" (de centrale veiling) was het punt waar de overheid grip hield op de verdeling van schaarse goederen.
Het adres J.W. Brouwersplein 7 (tegenwoordig Concertgebouwplein) was in die tijd het hoofdkwartier van verschillende NSB-organisaties, waaronder de Landstand, die toezag op de landbouw en visserij. De brief illustreert hoe een groot deel van de Nederlandse voedselproductie werd onttrokken aan de civiele markt ten behoeve van de Duitse oorlogsmachine. Het gebruik van de aanspreekvorm "Kameraad" is kenmerkend voor de nationaalsocialistische terminologie binnen de partij.