Getypt rapport (pagina 2).
Origineel
Getypt rapport (pagina 2). Niet expliciet vermeld op deze pagina (vermoedelijk oorlogsjaren 1940-1945). 2
reden ik nu aan de verklaring van Rotter de voorrang moet geven is mij niet duidelijk.
Mosselen buiten de verdeeling.
De Mosselencombinatie heeft 2 vaste werklieden in dienst, terwijl de Spoorwegen sinds kort eischen, dat de wagons in zeer korten tijd worden gelost, z.v. 31. Zaterdag kreeg de Combinatie hiervoor één kwartier. Om nu de lossing te bespoedigen melden zich kleinhandelaren hiervoor aan.
Als een wagon aankomt, die volgens vrachtbrief b.v. 200 balen moet inhouden, gebeurt het meermalen, dat er b.v. maar 196 balen uitkomen. Om deze reden schrijft de Commissie bonnen uit voor minder dan 200 balen en voorkomt hiermede, dat een kleinhandelaar voor niets gewacht heeft. Komen er nu inderdaad 200 balen uit, dan zijn er dus 4 over, waarvoor geen bon is uitgeschreven en worden deze balen dan toebedeeld aan de medelossers-kleinhandelaren. Soms ook krijgen deze helpers loon. Dat steevast op deze wijze 10 balen extra worden toebedeeld, is natuurlijk niet waar. Kan ook niet waar zijn. Om nu te rapporteeren, dat "mosselen buiten de verdeeling worden gehouden" is, wil ik aannemen, een door rapporteur verkeerd begrepen inlichting van berichtgever.
Afgekeurde schuit mosselen.
Hierover is veel te doen geweest en deskundige mosselenventers en de Commissieleden houden nog vol, dat de mosselen goed waren en dat de lucht afkomstig was van de puisten (kleine schelpdiertjes), die zich op de mosselschelp vastzetten, hetgeen vaak voorkomt.
De Haer had van het Centraal Verkoopkantoor van mosselen te Bergen op Zoom opdracht ervoor zorg te dragen, dat slechts in uiterste noodzaak mosselen aan de voedselvoorziening werden onttrokken, zulks in verband met wenschen der Duitsche Autoriteiten. Dit heeft De Haer onder de aandacht van het keurend personeel gebracht en volgens den Directeur van den Keuringsdienst is dit ook door de Commissie gedaan, doch zonder dat deze lieden sterker aandrongen dan voor handelslieden te doen gebruikelijk is.
De kleinhandelaar Helsloot o.a. had reeds mosselen in de stad gebracht vóór de Keuringsdienst kwam en heeft geen klacht ontvangen van zijn afnemers. Zelfs verschafte hij de Commissie een lijst van afnemers, die verklaarden, dat de qualiteit goed was.
M. de Groot verklaarde mij, dat de reuk der mosselen veroorzaakt werd door de broei van zeesterren enz doch dat bij directen verkoop de mosselen nog wel voor consumptie geschikt waren. Dit voor wat betreft de getuigenis van M. de Groot.
De keuringsambtenaar Snoek verklaarde mij, dat na dit voorval De Haer hem niet negeerde, doch de Commissie wel, echter met uitzondering van Kam. Gootjes.
Het onderzoek naar deze zaak heeft mij zeer veel werk gekost, aanvankelijk had ik gemeend deze zaak niet te behandelen, omdat wij afgesproken hadden oude zaken niet te berapporteeren, maar wilde ik mij als exceptie aan dit geval niet onttrekken. Dit document is een verslag van een inspecteur of rechercheur die onderzoek doet naar vermeende misstanden bij de Mosselencombinatie. Het document behandelt twee hoofdpunten:
-
Distributie-onregelmatigheden: Er was een beschuldiging dat mosselen "buiten de verdeeling" (buiten het officiële bonnensysteem) werden gehouden. De rapporteur weerlegt dit door de logistieke realiteit uit te leggen: door tijdsdruk bij het lossen van treinen helpen kleinhandelaren mee. Omdat het werkelijke aantal balen vaak lager uitvalt dan op de vrachtbrief staat, worden er minder bonnen uitgeschreven. Als er een overschot is, krijgen de helpers dit als vergoeding. De rapporteur concludeert dat er geen sprake is van systematische fraude.
-
Kwaliteitsgeschil: Een lading mosselen werd afgekeurd vanwege de stank. Verschillende getuigen (Helsloot, De Groot) en de Commissie beweren echter dat de mosselen prima waren. De stank zou veroorzaakt zijn door "puisten" (pokken/aangroeisel) of dode zeesterren tussen de mosselen die gingen "broeien" (rotten/warm worden), terwijl het vlees van de mossel zelf nog goed was.
-
Spanningen: Er is sprake van frictie tussen de Keuringsdienst, de Commissie en individuele personen zoals de heer De Haer. Het document dateert vrijwel zeker uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Dit blijkt uit de expliciete verwijzing naar de "voedselvoorziening" en de "wenschen der Duitsche Autoriteiten". Tijdens de oorlog was voedsel schaars en strikt gereguleerd via een distributiesysteem met bonnen. De bezetter had vaak de eerste keus of stelde eisen aan de export naar Duitsland, wat leidde tot tekorten voor de Nederlandse bevolking. Onderzoeken zoals deze waren bedoeld om de zwarte handel tegen te gaan en de officieel gecontroleerde voedselstroom te handhaven. De vermelding van Bergen op Zoom is historisch accuraat, aangezien dit destijds een belangrijk centrum was voor de handel en veiling van mosselen uit de Zeeuwse wateren.