Handgeschreven notitie/bestelbon op gelinieerd papier (met kartelrand onderaan).
Origineel
Handgeschreven notitie/bestelbon op gelinieerd papier (met kartelrand onderaan). 18 maart 1943 (met aanvullende leveringsdata op 23, 24 en 25 maart 1943). Fa. Duyvis Monnikendam
moet leveren
1000 KG. Geh: Bliek
Voor de Joodsche Raad.
25/3 120 x 4 k } reeds
24/3 120 x 4 k } geleverd [onderstreept met rood potlood]
23/3 10 x 4 k } # [gevolgd door onleesbaar initiaal/handtekening]
18-3-43
..................250 x 4 KG. Dit document is een interne administratieve notitie betreffende een order voor de Joodsche Raad tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De firma Duyvis uit Monnikendam kreeg de opdracht om 1000 kilogram "gehakte bliek" (een soort zoetwatervis) te leveren.
Onderaan de streep is de administratieve afhandeling van de levering zichtbaar. Er zijn drie deel-leveringen genoteerd op 23, 24 en 25 maart 1943.
* 23 maart: 10 eenheden van 4 kg (40 kg)
* 24 maart: 120 eenheden van 4 kg (480 kg)
* 25 maart: 120 eenheden van 4 kg (480 kg)
Het totaal van deze leveringen bedraagt 250 eenheden van 4 kg, wat precies overeenkomt met de bestelde 1000 kg. De tekst "reeds geleverd" is met rood potlood onderstreept om aan te geven dat de order is voltooid, vergezeld van een paraaf voor akkoord. De datum van dit document, maart 1943, valt midden in de periode van de grootschalige deportaties van de Joodse bevolking uit Nederland. De Joodsche Raad voor Amsterdam was door de Duitse bezetter ingesteld om de Joodse gemeenschap te besturen en de anti-Joodse maatregelen uit te voeren.
Een van de taken van de Joodsche Raad was de voedselvoorziening voor de Joodse bevolking, die door steeds strengere restricties en uitsluiting van de reguliere distributie afhankelijk was geworden van specifieke toewijzingen. De visleveringen door Duyvis (een bedrijf dat nog steeds bestaat, maar destijds ook in visproducten handelde) waren waarschijnlijk bedoeld voor de centrale gaarkeukens van de Joodsche Raad in Amsterdam, of voor de bevoorrading van mensen die vastgehouden werden in de Hollandsche Schouwburg of kamp Westerbork. Bliek werd in die tijd vaak gezien als "inferieure" vis, wat past in het patroon van de gebrekkige voedselvoorziening voor de Joodse gemeenschap tijdens de bezetting.