Archief 745
Inventaris 745-408
Pagina 166
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Ambtelijk rapport met interne kanttekeningen.

18 april 1943 (met aantekeningen tot 9 juni 1943). Van: Onbekend (mogelijk een beheerder of administratieve kracht van de Gemeentelijke Visserijslag).

Origineel

Ambtelijk rapport met interne kanttekeningen. 18 april 1943 (met aantekeningen tot 9 juni 1943). Onbekend (mogelijk een beheerder of administratieve kracht van de Gemeentelijke Visserijslag). [Briefhoofd rechtsboven]
Den Heer A.H. de Haan
Inspecteur Markten van
Amsterdam.

[Midden]
Rapport.

Op 5 Febr. ’43 kwam Juffr. Jutting met een afkeuringsbriefje van één vat gezouten bliek, welke 3 Febr. ’43 was verkocht door den Gem. Vischerijslag en vraagt den koopprijs zijnde f 30,= retour. Ik heb haar medegedeeld dat wij dit niet konden vergoeden (na telefonisch overleg met den Directeur en H. Müller) daar deze transactie met de Fa. J. de Korte, te IJmuiden was afgehandeld.

Mijn mening is nog dat dit geval geheel door den Keuringsdienst v.d. Visscherij moet worden behandeld daar onze bemiddeling was afgehandeld toen het keuringsbriefje in ons bezit kwam.

Tevens wil ik memoreren dat de keurmeesters maar 6 vaten hebben gekeurd en de andere 15 vaten geheel voor hun risico de stad zijn ingegaan.

A’dam, 18 April ’43
[Handtekening, onleesbaar]

[Middenonder, in andere hand]
Voor afkeuring zie rapport Jongbloed
met de inhoud van dit rapport kan ik mij geheel vereenigen.
3-5-43
DeBoer [?]

[Onderaan, in rode inkt]
adv.
Vrij aan keuringsdienst gegevens verstrekken, wie leverancier is van de visch – R. v. M.
Zich met de Korte in verbinding stellen. Geeft meer effect dan m.o. [mondeling overleg?]
6-5-43 [geparafeerd]

[Links onderaan, in blauw potlood]
met adv. besproken
aldus doen
9-6-43
[geparafeerd] Dit document betreft een zakelijk conflict over de kwaliteit van geleverde vis (bliek) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Juffrouw Jutting eist haar geld terug (30 gulden) nadat een vat vis door de keuringsdienst is afgekeurd. De opsteller van het rapport stelt dat de Gemeentelijke Visserijslag slechts een bemiddelende rol speelde tussen de koper en de leverancier (Fa. J. de Korte uit IJmuiden) en daarom niet verantwoordelijk is voor de terugbetaling.

Opvallend is de vermelding dat slechts een klein deel van de partij (6 van de 21 vaten) daadwerkelijk gekeurd is, terwijl de rest "voor hun risico de stad zijn ingegaan". Dit wijst op een zekere mate van pragmatisme of controle-tekort in de voedselvoorziening van Amsterdam in 1943. De latere toevoegingen tonen de hiërarchische afhandeling: een akkoord van een superieur (De Boer) en een definitief advies in rode inkt om de koper direct naar de leverancier in IJmuiden door te verwijzen. Het document dateert uit april-juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening in de steden precair en streng gereguleerd. Inspecteur A.H. de Haan was een bekend figuur binnen de Amsterdamse markten; hij was verantwoordelijk voor het goede verloop van de handel onder moeilijke omstandigheden.

Bliek (een kleine vissoort, vaak jonge haring of sprot) was in die tijd een belangrijke, relatief goedkope bron van eiwitten voor de Amsterdamse bevolking. De bureaucratische omgang met een enkel afgekeurd vat toont aan hoe nauwgezet de administratie werd bijgehouden, zelfs wanneer de stad kampte met groeiende tekorten en oorlogsdruk. De verwijzing naar de Fa. J. de Korte in IJmuiden herinnert aan de vitale lijn tussen de vissershaven en de Amsterdamse markt.

Samenvatting

Dit document betreft een zakelijk conflict over de kwaliteit van geleverde vis (bliek) tijdens de Tweede Wereldoorlog. Juffrouw Jutting eist haar geld terug (30 gulden) nadat een vat vis door de keuringsdienst is afgekeurd. De opsteller van het rapport stelt dat de Gemeentelijke Visserijslag slechts een bemiddelende rol speelde tussen de koper en de leverancier (Fa. J. de Korte uit IJmuiden) en daarom niet verantwoordelijk is voor de terugbetaling.

Opvallend is de vermelding dat slechts een klein deel van de partij (6 van de 21 vaten) daadwerkelijk gekeurd is, terwijl de rest "voor hun risico de stad zijn ingegaan". Dit wijst op een zekere mate van pragmatisme of controle-tekort in de voedselvoorziening van Amsterdam in 1943. De latere toevoegingen tonen de hiërarchische afhandeling: een akkoord van een superieur (De Boer) en een definitief advies in rode inkt om de koper direct naar de leverancier in IJmuiden door te verwijzen.

Historische Context

Het document dateert uit april-juni 1943, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening in de steden precair en streng gereguleerd. Inspecteur A.H. de Haan was een bekend figuur binnen de Amsterdamse markten; hij was verantwoordelijk voor het goede verloop van de handel onder moeilijke omstandigheden.

Bliek (een kleine vissoort, vaak jonge haring of sprot) was in die tijd een belangrijke, relatief goedkope bron van eiwitten voor de Amsterdamse bevolking. De bureaucratische omgang met een enkel afgekeurd vat toont aan hoe nauwgezet de administratie werd bijgehouden, zelfs wanneer de stad kampte met groeiende tekorten en oorlogsdruk. De verwijzing naar de Fa. J. de Korte in IJmuiden herinnert aan de vitale lijn tussen de vissershaven en de Amsterdamse markt.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. van den Kommer - Uitgeest
A.D.Deijl
Adjunct-hoofdbrandmeester .. VIII
Bouw- en Woningt. [v] Dinsdag, 9 uur
C. Brandweer Zwanenburgwal Zaterdag, 9 uur
R. Telefoondienst Dinsdag, 9 uur
C. Koning
C. Mooyen 30 pond
C. Mooyer-Puul, 5100 ½kg. ongepeld
C. Rooseman 1190 ½kg. "
D.Z.
D.Z.
D.Z.
Fa. A.C. v.d. Kommer, Uitgeest. 78-½ kg,
Fa. B. Kraan, Oude-Wetering 300-½ kg,
Abraham Monnikendam 190-½ kg,
Fa. S.W. Balm, Spaarndam. 270-½ kg,
Firma A.Korving 14000 stuks
Firma A.v.d.Deijl 13910 stuks
Firma H.A.Kegge 14000 stuks
Firma "Hollandia" 21000 stuks
J. Gzn 17280 stuks
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6