Brief van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam (5e Kamer) aan de Directeur van het Marktwezen.
Origineel
Brief van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam (5e Kamer) aan de Directeur van het Marktwezen. 8 april 1943. De voorzitter van de 5e Kamer van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam. De handtekening lijkt van dr. G.F. Luccioni te zijn, die in die periode als rechter werkzaam was. De Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De "afslag" waarnaar verwezen wordt, betreft de centrale markt/veiling in Amsterdam. [Gedrukte en gestempelde kop:]
G¹ No. 46ª/122/3 M. 1943 ⁹/₄
ARRONDISSEMENTS-RECHTBANK.
( 5ᵉ Kamer).
No. [blanco]
BIJ BEANTWOORDING
de Kamer op het adres te
vermelden.
AMSTERDAM, 8 April 1943 .
[Handgeschreven notitie rechtsboven:]
W.v.Buren
[Handgeschreven tekst:]
WelEdel Gestrenge Heer,
Naar aanleiding van Uw schrijven dd: 6 April 1943
no. 46ª/122/2 etc., gericht tot den griffier mijner Kamer zoude
ik nog gaarne van U vernemen, of de wol, door de fa. Hassel-
bach & Metz te Apeldoorn aan den afslag te Amsterdam aan-
gevoerd, door deze zelve daartoe is verzonden, dan wel door
H. de Graaf.
De Voorzitter van de 5e Kamer der
Arrondissements-Rechtbank:
[Onduidelijke handtekening, vermoedelijk Luccioni]
Tel. 3541 A’dam
[Geadresseerde, deels voorgedrukt:]
Den Heere Directeur van het Marktwezen
te Amsterdam.
[Linksonder gedrukt:]
GR. 13385. * Afzender: De voorzitter van de 5e Kamer van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam. De handtekening lijkt van dr. G.F. Luccioni te zijn, die in die periode als rechter werkzaam was.
* Ontvanger: De Directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De "afslag" waarnaar verwezen wordt, betreft de centrale markt/veiling in Amsterdam.
* Inhoud: De rechtbank doet onderzoek naar de aanvoer van wol. Er is onduidelijkheid over de werkelijke afzender van een partij wol die via de firma Hasselbach & Metz uit Apeldoorn op de Amsterdamse markt is terechtgekomen. De vraag is of de firma dit zelf stuurde, of dat een zekere H. de Graaf de eigenlijke verzender was.
* Bijzonderheden: De brief is een vervolg op correspondentie van twee dagen eerder (6 april 1943), wat wijst op een lopend onderzoek. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. De 5e Kamer van de Amsterdamsche Rechtbank hield zich in die jaren specifiek bezig met economische delicten en prijsbeheersing. In 1943 was de handel in grondstoffen zoals wol streng gereguleerd en onderworpen aan distributieregels en toezicht door de bezetter (onder andere via het Rijksbureau voor Wol en Lompen).
Onregelmatigheden in de aanvoer of handel buiten de officiële kanalen om (zwarte handel) werden door de Economische Kamer van de rechtbank onderzocht. De vraag naar de exacte identiteit van de verzender (een bedrijf versus een particulier) suggereert een onderzoek naar mogelijke overtredingen van de distributiewetten of economische verordeningen. De firma Hasselbach & Metz was een bekende onderneming in Apeldoorn die handelde in huiden en wol.