Zakelijke brief (Rappèl/herinnering)
Origineel
Zakelijke brief (Rappèl/herinnering) 22 april 1943 [Rechtsboven handgeschreven potlood:] 766.
AAN- EN VERKOOPKANTOOR VOOR GARNALEN
2e ADELHEIDSTRAAT 300, ’S-GRAVENHAGE
TELEFOON 720080*, INTERCOMMUNAAL XX — POSTREKENING 281693 — TELEGRAMADRES: VERGARNA
BETREFFENDE: rappèl
'S-GRAVENHAGE, 22 April 1943
ANTWOORD OP BRIEF VAN: [leeg]
BIJ ANTWOORD VERMELDEN No. 1287 B/M
BIJL. ........ STUKS, T.W.: ........
Dienst v.h. Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM/W
[Stempel links midden:]
No. 4/b/125/2 M. 1943 27/4
[Handgeschreven potlood/pen midden rechts:]
spoed
ni.?
[Paraaf]
Tot heden mochten wij nog geen antwoord van U ontvangen op onzen brief van 7 April l.l. No.1102, met als onderwerp "aflevering Amsterdam".
Wij verzoeken U ons dit antwoord alsnog per omgaande te doen toekomen.
DE DIRECTEUR,
[Onduidelijke handtekening/Paraaf]
[Handgeschreven linksonder in grijze inkt:]
Is meen ik reeds beantwoord
Nazien?
5-5-43
[Paraaf]
[Handgeschreven linksonder in blauwe inkt:]
Ja, op 7/5-'43
g
[Handgeschreven rechtsonder in blauw krijt/potlood:]
46 #/125
[Voorgedrukte code onderaan:]
(A) 41975 - 1000 - 12 - '42 - V.V.O. 1026 - K 983 Dit document is een klassiek voorbeeld van ambtelijke correspondentie tijdens de bezettingsjaren. Het betreft een rappèl (herinnering) van het 'Aan- en Verkoopkantoor voor Garnalen' aan de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen.
De kern van de zaak is een onbeantwoorde brief van 7 april 1943 betreffende de "aflevering Amsterdam". De administratieve verwerking is zichtbaar op het document zelf:
1. Ontvangst: Het document is op 27 april ontvangen in Amsterdam (zie stempel).
2. Interne vraag: Op 5 mei vraagt een ambtenaar zich af of de brief niet al beantwoord is ("Is meen ik reeds beantwoord").
3. Afwikkeling: Op 7 mei wordt dit bevestigd ("Ja, op 7/5-'43"), wat suggereert dat de reactie kort na de herinnering is verzonden.
Het taalgebruik is formeel en hoffelijk ("mochten wij nog geen antwoord... ontvangen", "per omgaande te doen toekomen"). Het document dateert uit april/mei 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog. Het 'Aan- en Verkoopkantoor voor Garnalen' was een van de vele bureaucratische instellingen die tijdens de bezetting werden opgericht of gecontroleerd om de distributie en handel van schaarse levensmiddelen te reguleren.
De visserij en de handel in vis/garnalen stonden onder strikt toezicht van de bezetter en de Nederlandse departementen om de voedselvoorziening (en de export naar Duitsland) te beheersen. De geadresseerde, de Dienst van het Marktwezen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, was gevestigd bij de Centrale Markthallen, het logistieke hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De correspondentie illustreert de stroperige, maar nauwgezette bureaucratie die nodig was om de voedselketen in oorlogstijd draaiende te houden. Marktwezen