Archief 745
Inventaris 745-408
Pagina 251
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Handgeschreven ambtelijke nota of verslagdeel (pagina 2).

Origineel

Handgeschreven ambtelijke nota of verslagdeel (pagina 2). Er bestaan voorts eenige (2
voorloopige plannen tot
verdere verbetering van de
inrichting; deze zijn even-
wel voorshands niet nader
uitgewerkt i.v.m. de onzeker-
heid, welke t.a.v. de
toekomstige ontwikkeling
van de Vischmarkt bestaat.
Met name is het de vraag in
hoeverre een vischafslag te
dezer stede na den oorlog nog
levensvatbaarheid zal
hebben. De vischafslag bestond
vóór den oorlog hoofdzakelijk
van den verkoop van door
Urker visschers aangevoerde
visch. Deze bevoeren aanvan-
kelijk de Zuiderzee, doch na
de drooglegging zijn de
Urkers de Noordzee gaan
bevisschen. Het merendeel
van hen markten dan in * Inhoud: De tekst beschrijft een beleidsmatig dilemma. Er zijn plannen om de vismarkt te verbeteren, maar deze plannen liggen stil vanwege grote onzekerheid over de toekomst. De kern van het probleem is dat de lokale visafslag (in een niet nader genoemde stad, aangeduid met "dezer stede") voor de oorlog sterk afhankelijk was van Urker vissers.
* Kernproblematiek: Door de "drooglegging" (de aanleg van de Noordoostpolder) is het viswater van de Urkers (de Zuiderzee) veranderd of verdwenen. Hierdoor zijn zij uitgeweken naar de Noordzee. De auteur stelt vast dat de Urkers hun vangst nu elders op de markt brengen ("markten"), wat de bestaansreden van de lokale afslag ondergraaft.
* Paleografische kenmerken: Het handschrift is een vlot, modern cursief uit het midden van de 20e eeuw. De tekst bevat de karakteristieke 'ch' in "vischmarkt" en "vischafslag", wat wijst op de toen geldende spelling-Marchant. Dit document is een treffende illustratie van de sociaaleconomische gevolgen van de Zuiderzeewerken. Met de afsluiting van de Zuiderzee (1932) en de latere inpolderingen (zoals de Noordoostpolder, die in 1942 droogviel) veranderde Urk van een eiland in een kustplaats aan het IJsselmeer. De Urker vissersvloot moest zich noodgedwongen heroriënteren op de Noordzeevisserij.

Aangezien Noordzeevissers grotere schepen gebruikten en hun vangst liever aanvoerden in diepzeehavens zoals IJmuiden of Den Helder, verloren de kleinere, voormalige Zuiderzeehavens (zoals Kampen of Harderwijk, waar dit document mogelijk over gaat) hun positie als belangrijke overslagpunten. De tekst reflecteert de onzekere overgangsperiode tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin steden hun economische bakens moesten verzetten.

Samenvatting

  • Inhoud: De tekst beschrijft een beleidsmatig dilemma. Er zijn plannen om de vismarkt te verbeteren, maar deze plannen liggen stil vanwege grote onzekerheid over de toekomst. De kern van het probleem is dat de lokale visafslag (in een niet nader genoemde stad, aangeduid met "dezer stede") voor de oorlog sterk afhankelijk was van Urker vissers.
  • Kernproblematiek: Door de "drooglegging" (de aanleg van de Noordoostpolder) is het viswater van de Urkers (de Zuiderzee) veranderd of verdwenen. Hierdoor zijn zij uitgeweken naar de Noordzee. De auteur stelt vast dat de Urkers hun vangst nu elders op de markt brengen ("markten"), wat de bestaansreden van de lokale afslag ondergraaft.
  • Paleografische kenmerken: Het handschrift is een vlot, modern cursief uit het midden van de 20e eeuw. De tekst bevat de karakteristieke 'ch' in "vischmarkt" en "vischafslag", wat wijst op de toen geldende spelling-Marchant.

Historische Context

Dit document is een treffende illustratie van de sociaaleconomische gevolgen van de Zuiderzeewerken. Met de afsluiting van de Zuiderzee (1932) en de latere inpolderingen (zoals de Noordoostpolder, die in 1942 droogviel) veranderde Urk van een eiland in een kustplaats aan het IJsselmeer. De Urker vissersvloot moest zich noodgedwongen heroriënteren op de Noordzeevisserij.

Aangezien Noordzeevissers grotere schepen gebruikten en hun vangst liever aanvoerden in diepzeehavens zoals IJmuiden of Den Helder, verloren de kleinere, voormalige Zuiderzeehavens (zoals Kampen of Harderwijk, waar dit document mogelijk over gaat) hun positie als belangrijke overslagpunten. De tekst reflecteert de onzekere overgangsperiode tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog, waarin steden hun economische bakens moesten verzetten.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. van den Kommer - Uitgeest
A.D.Deijl
Adjunct-hoofdbrandmeester .. VIII
Bouw- en Woningt. [v] Dinsdag, 9 uur
C. Brandweer Zwanenburgwal Zaterdag, 9 uur
R. Telefoondienst Dinsdag, 9 uur
C. Koning
C. Mooyen 30 pond
C. Mooyer-Puul, 5100 ½kg. ongepeld
C. Rooseman 1190 ½kg. "
D.Z.
D.Z.
D.Z.
Fa. A.C. v.d. Kommer, Uitgeest. 78-½ kg,
Fa. B. Kraan, Oude-Wetering 300-½ kg,
Abraham Monnikendam 190-½ kg,
Fa. S.W. Balm, Spaarndam. 270-½ kg,
Firma A.Korving 14000 stuks
Firma A.v.d.Deijl 13910 stuks
Firma H.A.Kegge 14000 stuks
Firma "Hollandia" 21000 stuks
J. Gzn 17280 stuks
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6