Archief 745
Inventaris 745-408
Pagina 256
Dossier 44
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota.

17 juli 1943. Van: Waarschijnlijk een afdelingshoofd of directeur binnen de Gemeente Amsterdam (gezien de adressering "Alhier").

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota. 17 juli 1943. Waarschijnlijk een afdelingshoofd of directeur binnen de Gemeente Amsterdam (gezien de adressering "Alhier"). VD/HG.

135/3
46A/232/2 M.

17 Juli 1943.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 23 Juni jl. om advies ontvangen stuk No. 465 L.M.1943 heb ik de eer U te berichten, dat de toestand van de Vischmarkt inderdaad vrij primitief moet worden geacht. Kortgeleden zijn eenige verbeteringen aangebracht ten opzichte van de warmtewering en de ventilatie.
Ik moge U in dit verband verwijzen naar mijn rapport van 30 September 1942 No. 46A/584/2 M. en den brief, welke de Burgemeester naar aanleiding hiervan heeft gezonden aan de Nederlandsche Visscherij Centrale d.d. 9 October 1942 No. 813 L.M.
Er bestaan voorts eenige voorloopige plannen tot verdere verbetering van de inrichting; deze zijn evenwel voorshands niet nader uitgewerkt in verband met de onzekerheid, welke ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van de Vischmarkt bestaat. Met name is het de vraag in hoeverre een vischafslag te dezer stede na den oorlog nog levensvatbaarheid zal hebben. De vischafslag bestond voor den oorlog hoofdzakelijk van den verkoop van door Urker visschers aangevoerde visch. Deze bevischten aanvankelijk de Zuiderzee, doch na de droogleggingswerkzaamheden zijn de Urkers de Noordzee gaan bevisschen. Het meerendeel van hen markt dan in IJmuiden, slechts enkele Urkers bezochten de laatste jaren voor den oorlog op de thuisreis naar Urk nog de Amsterdamsche markt voornamelijk op Vrijdag en Zaterdag. Het is te verwachten, dat onze afslag na den oorlog zijn beteekenis als primairen afslag geheel zal verliezen; de markt aan de De Ruyterkade zal dan vermoedelijk nog slechts reden van bestaan hebben als groothandelsmarkt van bescheiden omvang. Voor den oorlog kwam slechts een zeer klein gedeelte van de in Amsterdam aangevoerde visch naar de Vischmarkt. De meeste visch werd door den kleinhandel rechtstreeks van primaire afslagen (o.a. IJmuiden, Volendam, Enkhuizen) betrokken. Het is te verwachten, dat, wanneer na den oorlog de vischverdeeling en dus de gedwongen aanvoer van alle voor Amsterdam bestemde visch via den afslag krachtens het 2e Uitvoeringsbesluit wordt opgeheven, deze situatie zich weder zal herstellen. Dit document is een ambtelijk advies over de noodzaak van investeringen in de Amsterdamse vismarkt aan de De Ruyterkade tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Slechte staat van de faciliteiten: De vismarkt wordt als "vrij primitief" omschreven. Hoewel er kleine verbeteringen aan isolatie en ventilatie zijn gedaan, zijn grotere plannen gepauzeerd.
  2. Economische verschuiving: De auteur analyseert de veranderende logistiek van de visserij. Door de afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee (de Noordoostpolder viel in 1942 droog) verlegden Urker vissers hun werkterrein naar de Noordzee. Hierdoor werd IJmuiden de logische primaire afslagplaats, terwijl Amsterdam slechts een tussenstop werd voor de terugreis naar Urk.
  3. Wartime vs. Peacetime economie: Tijdens de bezetting was er sprake van "gedwongen aanvoer" (centrale distributie) via de Amsterdamse afslag. De auteur voorziet dat deze maatregel na de oorlog zal verdwijnen, waarna vishandelaren hun waar weer direct bij kustafslagen zullen inkopen, wat de Amsterdamse afslag overbodig maakt als primaire markt.
  4. Toekomstvisie: Er wordt geadviseerd terughoudend te zijn met investeringen omdat de markt waarschijnlijk zal degraderen van een primaire afslag naar een bescheiden groothandelsmarkt. Het document dateert uit juli 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening stond onder strikte controle. De "Nederlandsche Visscherij Centrale" was een nationaal-socialistische instelling die de visserijsector controleerde.

De brief illustreert hoe lokale overheden, ondanks de oorlog, bezig waren met de ruimtelijke en economische ordening voor de periode "na de bevrijding". Het toont ook de grote impact aan van de Zuiderzeewerken op de traditionele visserijgemeenschappen zoals Urk, die hun eeuwenoude visgronden verloren zagen gaan en gedwongen werden zich op de Noordzee te richten, met alle logistieke gevolgen van dien voor steden als Amsterdam. De genoemde locatie "De Ruyterkade" was de plek waar de vismarkt van Amsterdam destijds gevestigd was, nabij het Centraal Station.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies over de noodzaak van investeringen in de Amsterdamse vismarkt aan de De Ruyterkade tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kernpunten zijn:

  1. Slechte staat van de faciliteiten: De vismarkt wordt als "vrij primitief" omschreven. Hoewel er kleine verbeteringen aan isolatie en ventilatie zijn gedaan, zijn grotere plannen gepauzeerd.
  2. Economische verschuiving: De auteur analyseert de veranderende logistiek van de visserij. Door de afsluiting en gedeeltelijke drooglegging van de Zuiderzee (de Noordoostpolder viel in 1942 droog) verlegden Urker vissers hun werkterrein naar de Noordzee. Hierdoor werd IJmuiden de logische primaire afslagplaats, terwijl Amsterdam slechts een tussenstop werd voor de terugreis naar Urk.
  3. Wartime vs. Peacetime economie: Tijdens de bezetting was er sprake van "gedwongen aanvoer" (centrale distributie) via de Amsterdamse afslag. De auteur voorziet dat deze maatregel na de oorlog zal verdwijnen, waarna vishandelaren hun waar weer direct bij kustafslagen zullen inkopen, wat de Amsterdamse afslag overbodig maakt als primaire markt.
  4. Toekomstvisie: Er wordt geadviseerd terughoudend te zijn met investeringen omdat de markt waarschijnlijk zal degraderen van een primaire afslag naar een bescheiden groothandelsmarkt.

Historische Context

Het document dateert uit juli 1943, een periode waarin Nederland bezet was door nazi-Duitsland. De voedselvoorziening stond onder strikte controle. De "Nederlandsche Visscherij Centrale" was een nationaal-socialistische instelling die de visserijsector controleerde.

De brief illustreert hoe lokale overheden, ondanks de oorlog, bezig waren met de ruimtelijke en economische ordening voor de periode "na de bevrijding". Het toont ook de grote impact aan van de Zuiderzeewerken op de traditionele visserijgemeenschappen zoals Urk, die hun eeuwenoude visgronden verloren zagen gaan en gedwongen werden zich op de Noordzee te richten, met alle logistieke gevolgen van dien voor steden als Amsterdam. De genoemde locatie "De Ruyterkade" was de plek waar de vismarkt van Amsterdam destijds gevestigd was, nabij het Centraal Station.

Kooplieden in dit dossier 100

A.C. van den Kommer - Uitgeest
A.D.Deijl
Adjunct-hoofdbrandmeester .. VIII
Bouw- en Woningt. [v] Dinsdag, 9 uur
C. Brandweer Zwanenburgwal Zaterdag, 9 uur
R. Telefoondienst Dinsdag, 9 uur
C. Koning
C. Mooyen 30 pond
C. Mooyer-Puul, 5100 ½kg. ongepeld
C. Rooseman 1190 ½kg. "
D.Z.
D.Z.
D.Z.
Fa. A.C. v.d. Kommer, Uitgeest. 78-½ kg,
Fa. B. Kraan, Oude-Wetering 300-½ kg,
Abraham Monnikendam 190-½ kg,
Fa. S.W. Balm, Spaarndam. 270-½ kg,
Firma A.Korving 14000 stuks
Firma A.v.d.Deijl 13910 stuks
Firma H.A.Kegge 14000 stuks
Firma "Hollandia" 21000 stuks
J. Gzn 17280 stuks
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6