Ambtelijk schrijven / Rapportage.
Origineel
Ambtelijk schrijven / Rapportage. / September 1943 (met verwijzing naar een stempel van 10 augustus 1943). [Stempel/Kenmerk linksboven:]
No. 46 A/232/4 M. 1943 6/9
[Aantekening rechtsboven, handgeschreven:]
Markten
[Referentie links:]
L.M. (A.V.D.)
19 - 1943 -
[Datum rechts:]
/ September 1943.
[Handgeschreven paraaf/handtekening in blauwe inkt]
De mij bij kantstempelafdruk d.d. 10 Augustus j.l. gestuurde brief van den Directeur van het Marktwezen d.d. 17 Juli j.l., No. 46 A/232/2 M geeft mij aanleiding het volgende op te merken.
Het valt niet te verwonderen, dat bij een bezoek, dat de Burgemeester aan de Vischmarkt heeft gebracht, bij deze de vraag is gerezen of er plannen in overweging zijn om den toestand aldaar te verbeteren dan wel of het in het voornemen zou liggen tot het bouwen van een nieuwe vischmarkt over te gaan.
De toestand daar ter plaatse is meer dan primitief in het licht van de bestaande behoefte. Het opmerkelijke is, zooals de Directeur van het Marktwezen in zijn hierbovenvermelden brief terecht opmerkt, dat ~~er~~ in de verstreken 40 jaren vóór den oorlog, toen deze toestand zoo onveranderd heeft voortgeduurd, er nimmer klachten daaromtrent zijn vernomen. De verklaring daarvoor kan gereedelijk gevonden worden en wel in het feit, dat deze vischmarkt niet anders is geweest dan een vischmarkt voor den kleinhandel, waar voornamelijk Urker visschers gemeenlijk slechts de laatste drie dagen der week hun visch aanvoerden om deze over den Gemeentelijken vischafslag te laten verkoopen aan den kleinhandel. Dit bedrijf, voornamelijk uitgeoefend tijdens genoemde dagen, is als regel reeds des morgens om 10 uur afgeloopen en aan opslagmogelijkheid van visch was dan ook niet de geringste behoefte. Het gebouw van den vischafslag deed dus feitelijk geen anderen dienst dan de verkoopers en koopers tegen regen en wind te beschermen. De eenige outillage voor dit verkoopbedrijf bestond in een vakindeeling van de aanwezige ruimten om de verkoopers in de gelegenheid te stellen de door hen over den afslag ten verkoop aangeboden visch in een of meer vakken bijeen te kunnen houden.
Voor het overige vond de vischhandel op het zgn. buitenterrein plaats, dit is het geplaveide terrein, dat vóór de vischhal ligt. Op deze plaats stalden de grossiers in visch de door hen aangevoerden handel uit, welke in korten tijd van de hand werd gedaan.
Uit het vorengaande moge blijken van hoe allereenvoudigsten aard het bedrijf van den vischhandel aan de Gemeentelijke Vischmarkt was.
Door den verplichten aanvoer van visch over den Gemeentelijken vischafslag is daarin eenige verandering gekomen, voornamelijk doordat deze aanvoer op ongeregelde tijdstippen plaats vindt, waardoor de noodzakelijkheid zich wel voordoet visch tot den volgenden dag over te laten staan. Daarvoor is de vischhal stellig niet ingericht en de voorzieningen te dien aanzien, waarover in den brief van den directeur sprake is, moeten als zeer primitief worden gezien. De vragen waarop het nu aankomt en welke door den Burgemeester in zijn brief zijn gesteld zijn deze, of er veranderingen voorgenomen zijn, dan wel of het in het voornemen zou liggen om tot den bouw van een nieuwe vischmarkt te komen.
den heer Wethouder voor
de Levensmiddelen.
--- * Toestand van de faciliteiten: De schrijver erkent dat de vismarkt "meer dan primitief" is. Er is een gebrek aan moderne outillage (uitrusting) en opslagmogelijkheden.
* Historische context van het gebruik: Er wordt uitgelegd dat de markt decennialang probleemloos functioneerde omdat het enkel een overslagpunt was voor de kleinhandel, specifiek gericht op Urker visschers die slechts drie dagen per week aanvoerden. De handel was meestal om 10:00 uur 's ochtends al afgerond, waardoor koeling of nachtelijke opslag niet nodig was.
* Verandering door de oorlogsomstandigheden: Door de "verplichten aanvoer" (waarschijnlijk een gevolg van de distributieregelingen tijdens de bezetting) komen zendingen nu op onregelmatige tijden binnen. Hierdoor moet visch vaker overnachten, waarvoor de huidige hal absoluut niet geschikt is.
* Kernvraag: Het document fungeert als een advies of voorbereiding op de vraag van de Burgemeester: moet de huidige hal worden aangepast, of moet er een compleet nieuwe vismarkt komen?
--- Dit document stamt uit september 1943, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening stond in deze periode onder strikte controle van de overheid ("Levensmiddelenvoorziening"). De "verplichte aanvoer" waarover gesproken wordt, duidt op de centralisatie van de handel om distributie en rantsoenering te kunnen handhaven.
De verwijzing naar de Urker visschers is interessant: Urk was tot de voltooiing van de Afsluitdijk (1932) en de daaropvolgende inpoldering een eiland. In 1943 was de Noordoostpolder net drooggevallen (1942), maar de sociaal-economische banden tussen de Urker vloot en de Amsterdamse markten bleven sterk. Het document illustreert de frictie tussen eeuwenoude handelsgewoonten en de nieuwe logistieke eisen die door de oorlogsomstandigheden en centralisatie werden afgedwongen.