Getypte ambtelijke brief/advies (kopie of doorslag).
Origineel
Getypte ambtelijke brief/advies (kopie of doorslag). F. van Meurs, Gemeentelijk Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden. -2-
Wat het eerste betreft: verbetering van eenige beteekenis in den bestaanden toestand zal wel niet zijn aan te brengen, afgezien van de vraag of deze inrichting dit waard is.
De andere vraag is van gansch andere orde.
Een antwoord daarop te geven is afhankelijk van den toestand, zooals deze na den oorlog zal zijn. Of Urkers na den oorlog nog in Amsterdam zullen aanvoeren, is volslagen onbekend; of deze nog wel in Amsterdam zullen mogen aanvoeren, is evenmin bekend; of het bedrijfschap niet zal bepalen dat alle voor Amsterdam bestemde visch zal moeten worden aangevoerd op IJmuiden en vandaar via grossiers in Amsterdam aan den kleinhandel zal moeten worden aangeboden is ook een mogelijkheid, waaromtrent nog geen enkele zekerheid bestaat; of voorts bij een eventueelen gang van zaken, zooals hier het laatst is aangestipt, het bedrijfschap niet zelf een gelegenheid zal scheppen voor dezen verkoop aan den kleinhandel, om zoodoende beter in de hand te hebben, dat alle voorschriften, die het voor den verkoop stelt, worden nagekomen en om bij verzaking daarvan de sancties onmiddellijk zelf ten uitvoer te kunnen leggen; deze en nog zoovele andere vragen zijn op te werpen, zoodra men zich de vraag stelt, of gezien den toestand, waarin het gebouw van den vischafslag verkeert, tot den bouw van een nieuwe inrichting zou dienen te worden overgegaan. Het is dus wel het minst geschikte tijdstip om op de gestelde vraag een antwoord te kunnen geven; met andere woorden zakelijk gesproken is er op het oogenblik geen antwoord op te geven, omdat de onmisbare voorwaarden daartoe, n.l. het beschikken over de gegevens, op grond waarvan aard, taak, omvang en plaats van het toekomstige gemeentelijk vischmarktbedrijf ~~ontbreken~~, volstrekt onbekend zijn.
Aan het slot van den hierbedoelden brief van den Directeur vermeldt deze, dat eenigen tijd geleden langs een anderen weg het vraagstuk van een nieuwe vischhal aan de orde is gekomen, doordat een gegadigde zich heeft gemeld voor het terrein, waarop de vischmarkt is gevestigd. Aan den dienst der Publieke Werken zijn toen eenige gegevens van de zijde van het Marktwezen verstrekt omtrent de vereischten, waaraan de omvang van en eventueele reserves voor een nieuwete stichten bedrijf zou hebben te voldoen.
Het behoeft nu geen nadere uiteenzettingen meer, dat aan deze gegevens niet meer dan hypothetische waarden kunnen worden toegekend.
Mijn conclusie kan niet anders zijn, dan U te adviseeren deze aangelegenheid te laten rusten tot het tijdstip, waarop met volledige kennis van zaken in deze een oordeel kan worden gevormd.
VM
De Gemeentelijke Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden,
(get.) F. VAN MEURS * Taalgebruik: Het document is opgesteld in het ambtelijk Nederlands van de vroege tot midden 20e eeuw (gebruik van de naamvallen 'den', spellingen als 'visch', 'gansch', 'eenige').
* Kernproblematiek: De kern van het advies is onzekerheid. Men weet niet of Amsterdam na de oorlog nog wel een eigen visafslag nodig heeft. Er wordt gevreesd (of rekening gehouden met) dat het 'Bedrijfschap' (een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie) de aanvoer zal centraliseren in IJmuiden.
* Logistieke zorgen: Er wordt nagedacht over de keten: Urker vissers -> Amsterdam/IJmuiden -> Grossiers -> Kleinhandel. De adviseur wijst op het risico dat een centraal orgaan de controle overneemt om sancties en voorschriften beter te kunnen handhaven.
* Stedelijke ontwikkeling: Er is sprake van een externe druk: een "gegadigde" heeft interesse in het terrein van de huidige vismarkt, wat de discussie over nieuwbouw of verplaatsing heeft aangewakkerd.
* Bestuurlijke toon: Van Meurs neemt een voorzichtige, bijna afhoudende houding aan. Hij bestempelt alle huidige data als "hypothetisch" en adviseert om geen besluit te nemen zolang de naoorlogse economische verhoudingen onduidelijk zijn. Dit document moet worden geplaatst in de context van de wederopbouwplanning tijdens of direct na de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie strikt gereguleerd. Amsterdam had van oudsher een sterke band met de Urker vissersvloot, maar de afsluiting van de Zuiderzee (1932) en de daaropvolgende oorlog hadden de logistieke lijnen drastisch veranderd.
De discussie over het centraliseren van de visafslag in IJmuiden versus het behouden van een markt in Amsterdam was een groot economisch punt. IJmuiden groeide uit tot de centrale aanvoerhaven aan de kust, waardoor de noodzaak voor een grote visafslag in de binnenstad van Amsterdam ter discussie kwam te staan. De brief illustreert de bureaucratische onzekerheid over hoe de marktstructuur zich na de bevrijding zou herstellen of hervormen onder invloed van nieuwe overheidsregels (het Bedrijfschap). De genoemde "Dienst der Publieke Werken" en het "Marktwezen" zijn typische Amsterdamse gemeentelijke diensten die betrokken waren bij de ruimtelijke ordening en economische exploitatie van de stad.