Handgeschreven conceptnotitie of kladverslag voor een brief.
Origineel
Handgeschreven conceptnotitie of kladverslag voor een brief. de N.V.C. moet worden (6
uitgemaakt, aangezien
de Dienst Marktwezen
hiermede geen enkele
bemoeiing heeft. Hieromt-
rent het resultaat
zult U ongetwijfeld nader
worden ingelicht door den
Directeur van de K.v.W.
Vaststaat naar onze meening
evenwel, dat de ~~dienst~~
Marktwezen de afgekeurde
bokkingen ~~niet~~ met de
N.V.C. zal afrekenen.
Ten aanzien van
de ~~stad~~ door den kleinhandel
ingenomen distributie-
bonnen kunnen wij U
het volgende melden.
In totaal heeft de
kleinhandel bij den Distri-
butiedienst ingeleverd
bonnen x 2 =
= bokkingen. * Instanties: In de tekst worden verschillende diensten genoemd die betrokken waren bij de voedselvoorziening:
* N.V.C.: Waarschijnlijk de Nederlandsche Voedselvoorzieningscommissie.
* Dienst Marktwezen: Een gemeentelijke dienst belast met het toezicht op markten en handel.
* K.v.W.: De Keuringsdienst van Waren, die toezag op de kwaliteit en veiligheid van voedsel.
* Distributiedienst: De instantie die de uitgifte en inname van distributiebonnen beheerde.
* Kern van de tekst: Er lijkt een discussie te zijn over de bevoegdheid. De Dienst Marktwezen claimt geen bemoeienis te hebben met de N.V.C.-kwestie, terwijl er wel afgerekend moet worden voor "afgekeurde bokkingen" (gerookte haring die niet aan de kwaliteitseisen voldeed).
* Berekening: Onderaan staat een formule voor de administratieve verantwoording: het aantal ingeleverde distributiebonnen maal twee komt overeen met de hoeveelheid geleverde bokkingen. Dit duidt op een vast rantsoen (bijv. 2 bokkingen per bon). Dit document stamt uit de tijd van de schaarste en de geleide economie in Nederland tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de voedselschaarste was vrijwel alles "op de bon". De kwaliteit van vis, zoals bokking, was vaak een punt van zorg, waardoor de Keuringsdienst van Waren (K.v.W.) regelmatig partijen moest afkeuren. De bureaucratische afwikkeling tussen de lokale marktmeesters, de landelijke voedselcommissies en de winkeliers (kleinhandel) was complex en leidde vaak tot dergelijke interne correspondentie over wie waarvoor verantwoordelijk was.