Officieel formulier (Model 11) van de Keuringsdienst van Waren.
Origineel
Officieel formulier (Model 11) van de Keuringsdienst van Waren. 22 april 1944. KEURINGSDIENST VAN WAREN
AMSTERDAM
Dagnummer .................... Gem Amsterd .................... Anal. no. ....................
De ondergetekende verklaart hiermede, dat door hem/~~haar~~ aan den
Keuringsdienst van waren te Amsterdam ter vernietiging ~~is~~/zijn afgestaan
~~als zijnde ondeugdelijk van samenstelling~~
als verkeerende in ondeugdelijken toestand
84 kistjes gez. haring
a 160 stuks
[Rechts in de marge:]
82 = N
2 = B
Datum 22 April 1944 (Handteekening)
Keurmeester Snoek
[Berekening rechtsonder:]
160
84
-----
640
12.800
-------
13.440
Model 11
Stadsdrukkerij Amsterdam
24730-12-42-750 * Inhoud: Het document betreft een officiële verklaring van afstand van bedorven goederen. In dit geval gaat het om een aanzienlijke partij haring (84 kistjes van elk 160 stuks).
* Reden van vernietiging: De optie "ondeugdelijk van samenstelling" is doorgehaald. De reden is dat de waar verkeerde "in ondeugdelijken toestand", wat in de context van de Keuringsdienst meestal betekent dat de waar bedorven of onhygiënisch was.
* Betrokken partijen: De afstaande partij wordt aangeduid als "Gem Amsterd" (Gemeente Amsterdam). De keurmeester van dienst die het formulier ondertekende is Snoek.
* Kwantiteit: Rechtsonder is een handmatige berekening gemaakt ($160 \times 84$) om het totaal aantal vissen te bepalen, wat uitkomt op 13.440 stuks.
* Codering: De handgeschreven tekens "82 = N" en "2 = B" duiden mogelijk op een interne classificatie van de kistjes tijdens de keuring (bijvoorbeeld 'Normaal' versus 'Bedorven' of een lokatie-aanduiding). Dit document stamt uit april 1944, de late bezettingsjaren in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme voedselschaarste en distributie op de bon. De Keuringsdienst van Waren had de taak om te voorkomen dat bedorven voedsel of surrogaten van slechte kwaliteit in het distributiecircuit terechtkwamen.
Het feit dat de Gemeente Amsterdam de goederen afstond, suggereert dat deze partij haring mogelijk bestemd was voor de centrale gaarkeukens of de officiële voedseldistributie in de stad. Dat een dergelijke grote partij vis (ruim 13.000 stuks) vernietigd moest worden in een tijd van honger, onderstreept de logistieke problemen en de gebrekkige kwaliteit van de voedselvoorraad in de oorlogsjaren.