Archief 745
Inventaris 745-414
Pagina 29
Dossier 7
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte mededeling of pagina uit een circulair/officieel orgaan (genummerd "-3-").

Origineel

Getypte mededeling of pagina uit een circulair/officieel orgaan (genummerd "-3-"). -3-

in Departementen en Rijksbureaux, waar in het gunstigste geval de deskundigen uit het bedrijfsleven niets anders dan bescheiden adviseurs waren.

De twee doodzonden, waaraan de Secretarissen zich kunnen schuldig maken zijn dan ook m.i.: het tekortschieten als vertrouwensman van alle leden èn in hun leiding af te zakken tot het peil van bureaucratie. Doodzonden, want deze beide fouten zouden den dood beteekenen van het zelfstandig georganiseerd bedrijfsleven.

DISTRIBUTIE, REGELING VAN HET VERBRUIK.

Fabricagevoorschriften papier- en papierverwerkende industrie.

De Stcrt. van 8 Maart jl. no. 46 bevat een wijziging van de "Fabricagevoorschriften voor de papier- en papierverwerkende industrie '41 no. 1." Als bijlage is opgenomen een omgewerkte en aangevulde lijst van papierwaren, waarvan de vervaardiging ingevolge art. 20 is verboden. Voor de volledige tekst der aangebrachte wijziging, alsmede voor bedoelde bijlage zij verwezen naar de St.crt.

Wijziging Papierbeschikking 1939 no. 1.

Blijkens de Stcrt. van 8 Maart jl. no. 36 is de Papierbeschikking '39 no. 1 op eenige punten gewijzigd.
Deze wijziging betreft voornamelijk eenige begripsbepalingen, waarvoor zij verwezen naar bovenvermeld no. van de Stcrt.
Tengevolge van deze nieuwe begripsomschrijvingen zijn ver- of bewerkers van papierwaren, ver- of gebruikers van papier en/of papierwaren, alsmede importeurs van papierwaren verplicht zich alsnog bij het Rijksbureau voor Papier, Schotersingel 9 te Haarlem te doen inschrijven; van deze verplichting is evenwel dispensatie verleend aan verbruikers, die niet rechtstreeks papier en/of karton (met inbegrip van strookarton) koopen van de Nederlandsche papierfabrikanten en/of haar verkooporganisaties, alsmede aan verwerkers resp. handelaren met geen grooteren omzet aan papier resp. aan papier en/of papierwaren dan 10 ton per jaar in eenig jaar van 1938 af.
Deze beschikking is op 9 Maart jl. in werking getreden.

Inleveringsplicht gebruikt papier.

Het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, vestigt de aandacht op de inleveringsplicht voor gebruikt papier, vastgesteld bij Besluit van 2 November 1942, op grond waarvan binnenkort nadere regels zullen worden gesteld voor het inleveren van gebruikt papier door particuliere bedrijven. Een circulaire van het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (opgenomen in het nummer van 25 Februari jl. van de Mededeelingen der Hoofdgroep Industrie) zou ten onrechte den indruk kunnen vestigen, dat de Overheid prijs stelt op het bewaren van alle bedrijfsarchieven der 19e eeuw. Dit is niet het geval. De moeilijkheden in de papiervoorziening dringen er toe, dat met het gebruikte papier zeer zuinig wordt omgegaan. Reeds zijn tal van maatregelen genomen om uit Overheidsarchieven alle bescheiden te verwijderen, welke niet van administratief belang of van historische waarde zijn, en soortgelijke maatregelen zijn ook te verwachten voor archieven van particuliere bedrijven. Vanzelfsprekend zal een en ander geschieden in overleg met de belanghebbende particuliere bedrijven en met de verschillende vakgroepen. Het is echter onvermijdelijk ook de particuliere bedrijven te noodzaken tot het opruimen van alle bescheiden, welke voor hun administratie kunnen worden gemist en geen historische waarde vertegenwoordigen. Rekening zal daarbij worden gehouden met de wenschelijkheid voor de economische geschiedenis belangrijke bedrijfsarchieven uit de 19e en 20e eeuw te bewaren en te schiften. De bovenbedoelde circulaire kan van belang zijn, indien daardoor bij de beheerders van particuliere bedrijfsarchieven de lust wordt opgewekt hun archieven te ordenen en te schiften. Het is echter van zeer groote beteekenis deze schifting zóó te regelen, dat uitsluitend worden aangehouden:

a. bescheiden onmisbaar voor het bedrijf zelf;
b. bescheiden van belang voor de ontwikkelingsgeschiedenis van het bedrijf;
c. bescheiden van belang voor de economische geschiedenis van ons land.

Alle bescheiden, welke niet onder een der drie genoemde groepen vallen, behooren ter beschikking te komen van de papierproductie. Inlichtingen omtrent deze materie kunnen belanghebbenden verkrijgen bij den Persdienst van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Dit document weerspiegelt de extreme materiaalschaarste in Nederland tijdens de latere jaren van de Duitse bezetting. De kern van de tekst is de "Inleveringsplicht gebruikt papier".

Opvallende elementen:
* Conflict tussen behoud en noodzaak: Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (dat pleit voor behoud) en het Departement van Handel (dat papier nodig heeft voor de productie). De tekst corrigeert de "onrechte indruk" dat alle 19e-eeuwse archieven bewaard moeten blijven.
* Recycling als dwangmiddel: Wat wij nu kennen als 'duurzaamheid' was toen bittere noodzaak voor de oorlogsindustrie en de binnenlandse markt. Het "opruimen" van archieven wordt hier feitelijk bevolen.
* Selectiecriteria: De punten a, b en c vormen een vroege vorm van selectielijsten voor archieven, zij het met een destructief doel: alles wat niet strikt noodzakelijk of historisch uniek is, moet naar de pulpmolen.
* Bureaucratische controle: De verplichte registratie bij het "Rijksbureau voor Papier" te Haarlem toont de centrale aansturing van de economie aan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de import van grondstoffen voor papier (zoals houtpulp) nagenoeg gestopt. Papier werd een schaars goed, wat leidde tot strenge distributie, verboden op bepaalde papierwaren en uiteindelijk de verplichting om oud papier in te leveren.

Het genoemde Besluit van 2 November 1942 markeert het punt waarop de bezetter en de gelijkgeschakelde departementen actief jacht maakten op papierreserves. Dit leidde tot de vernietiging van enorme hoeveelheden historisch materiaal uit bedrijfsarchieven. Het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (NEHA) probeerde te redden wat er te redden viel door richtlijnen op te stellen, maar de overheid stelt in dit document klip en klaar dat de "papierproductie" voorrang heeft op het bewaren van papier "zonder waarde".

Samenvatting

Dit document weerspiegelt de extreme materiaalschaarste in Nederland tijdens de latere jaren van de Duitse bezetting. De kern van de tekst is de "Inleveringsplicht gebruikt papier".

Opvallende elementen:
* Conflict tussen behoud en noodzaak: Er is een duidelijke spanning zichtbaar tussen het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (dat pleit voor behoud) en het Departement van Handel (dat papier nodig heeft voor de productie). De tekst corrigeert de "onrechte indruk" dat alle 19e-eeuwse archieven bewaard moeten blijven.
* Recycling als dwangmiddel: Wat wij nu kennen als 'duurzaamheid' was toen bittere noodzaak voor de oorlogsindustrie en de binnenlandse markt. Het "opruimen" van archieven wordt hier feitelijk bevolen.
* Selectiecriteria: De punten a, b en c vormen een vroege vorm van selectielijsten voor archieven, zij het met een destructief doel: alles wat niet strikt noodzakelijk of historisch uniek is, moet naar de pulpmolen.
* Bureaucratische controle: De verplichte registratie bij het "Rijksbureau voor Papier" te Haarlem toont de centrale aansturing van de economie aan.

Historische Context

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de import van grondstoffen voor papier (zoals houtpulp) nagenoeg gestopt. Papier werd een schaars goed, wat leidde tot strenge distributie, verboden op bepaalde papierwaren en uiteindelijk de verplichting om oud papier in te leveren.

Het genoemde Besluit van 2 November 1942 markeert het punt waarop de bezetter en de gelijkgeschakelde departementen actief jacht maakten op papierreserves. Dit leidde tot de vernietiging van enorme hoeveelheden historisch materiaal uit bedrijfsarchieven. Het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (NEHA) probeerde te redden wat er te redden viel door richtlijnen op te stellen, maar de overheid stelt in dit document klip en klaar dat de "papierproductie" voorrang heeft op het bewaren van papier "zonder waarde".

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe meerdere lingerie
Andries Agsteribbe meerdere lingerie
A. Agsteribbe Waterlooplein " "
A. Boots meerdere visch
A. Boots Waterlooplein visch.
A. Boots. Waterlooplein visch
A. Boots. Waterlooplein visch
A. Bos Waterlooplein groente en fruit
A. Bos Waterlooplein groente en fruit
A.C.J. Stultjes Waterlooplein mosselen
A.C.J. Stultjes mosselen
M. Acohen Waterlooplein Manufacturen
A.F.P. Ploeger-Gevers meerdere kramerijen, huish. art.
J. Premsela meerdere koek gebak
A.G. Ploeger-Gevers meerdere kramersw., huish. art.
A.H.A. Brinkbok meerdere huishoudelijke art.
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hamel Waterlooplein glas, porcel.& aardewerk.
A.H.A. Nolte Waterlooplein groente & fruit.
A. Hendriks Waterlooplein Verdeelvisch
A. Hendriks meerdere verdeelvisch
A. Hes Waterlooplein visch.
Hartog Swart Waterlooplein ged. visch. + geschrapt [K.L.?]
A.K.W. v.d. Linde Waterlooplein Fruit
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6