Getypte mededeling of circulair (mogelijk een uittreksel uit een economisch informatieblad).
Origineel
Getypte mededeling of circulair (mogelijk een uittreksel uit een economisch informatieblad). Omstreeks april 1943 (gebaseerd op de genoemde ingangsdatum van 15 april 1943). Fiscale tegemoetkoming aan door oorlogsgeweld getroffenen.
De Stichting Centrale Voorziening Rotterdam, welke gelijk bekend is haar arbeid verricht onder de auspiciën van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Zuid-Holland, heeft onder bovenstaanden titel bij de firma D. van Sijn en Zonen te Rotterdam een brochure met een omvang van 12 bladzijden het licht doen zien, welke brochure is te verkrijgen bij de uitgeefster en bij den boekhandel.
Een korte bespreking vindt men in aflevering 2 van Economische Voorlichting, bladz. 50.
Grondstoffenbezuiniging.
De aandacht wordt gevestigd op de voorschriften en richtlijnen voor de grondstoffenbezuiniging, opgenomen in het "Sparstoffblatt", een tweetalige uitgave van het Bureau Grondstoffenbesparing. Deze richtlijnen en voorschriften zijn in de eerste plaats bestemd voor de metaal- en metaalverwerkende industrie, doch zijn ook voor de overige bedrijfstakken van veel belang.
Voor regelmatige toezending van het "Sparstoffblatt" kan men zich wenden tot het Bureau Grondstoffenbesparing, van Blankenburgstraat 15, 's-Gravenhage.
Chèques vrij van zegel.
De wnd. Secretaris-Generaal van het Departement van Financiën heeft van 15 April 1943 af vrijstelling verzekerd van zegelrecht op chèques, bewijzen van storting en crediteeringsbewijzen, afgegeven door banken, commissionnaires in effecten en andere instellingen, welke d.m.v. hun bedrijfsorganisatie lid van de Hoofdgroep Banken zijn en die in hun werkzaamheid regelmatig gelden ter onmiddellijke beschikking van anderen houden.
(Inzake deze materie wordt verwezen naar het artikel "Bankbiljetten en giraalgeld" in nr. 1 van Economische Voorlichting van 2 April jl., waarin de wenschelijkheid werd uitgesproken tot vrijstelling van dit zegelrecht over te gaan, ter bevordering van het girale verkeer).
Deze maatregel is genomen met het oog op de moeilijkheden, ontstaan door de intrekking van de bankbiljetten van f. 500.— en f. 1000.— ten gevolge waarvan een tekort aan betaalmiddelen is ontstaan waardoor het van belang is zoo mogelijk het betalingsverkeer door middel van giro en door het gebruikmaken van chèques door bankinstellingen te bevorderen.
In afwachting van een definitieve wettelijke regeling is thans door een aanschrijving van den wnd. Secretaris-Generaal aan de Directeuren der Belastingen bepaald, dat van 15 April 1943 af geen overtredingen van de Zegelwet behoeven te worden geconstateerd wegens het zonder voldoening van zegelrecht afgeven van chèques en wegens het door bankiers in de uitoefening van hun bedrijf afgeven van ongezegelde bewijzen van storting en van crediteering. Om practische redenen wordt het wenschelijk geacht, vorenstaande regeling niet te beperken tot de gevallen waarin blijkt, dat de stukken inderdaad betrekking hebben op het hiervoor bedoelde betalingsverkeer. Het begrip "bankier" moet worden opgevat met inachtneming van art. 229 a bis W.v.K., luidende:
"Met bankiers, genoemd in de voorafgaande afdeelingen van dezen Titel worden gelijkgesteld alle personen of instellingen, die in hun werkzaamheid regelmatig gelden ter onmiddellijke beschikking van anderen houden".
Zooals uit het vorenstaande blijkt, is dus vrijdom van zegel verzekerd voor de genoemde handelingen, welke in het giro- en chèque-verkeer voorkomen. Niet vrijgesteld zijn bewijzen, af te geven wegens dispositie door cliënten in contanten. Dit is in het gevolgde systeem logisch, aangezien de bedoeling van den genomen maatregel is het giro- en chèqueverkeer te bevorderen en men dus verondersteld wordt over een saldo te beschikken, hetzij door middel van een overboeking, hetzij door het trekken van een chèque.
In deze regeling zijn alle banken, commissionairs in effecten en andere instellingen betrokken, die d.m.v. hun bedrijfsorganisatie lid van de Hoofdgroep Banken zijn en die in hun werkzaamheid... (tekst loopt af) Het document bevat drie zakelijke mededelingen die essentieel waren voor de bedrijfsvoering in bezet Nederland:
1. Hulpverlening: De publicatie van een brochure voor getroffenen door oorlogsgeweld (zoals bombardementen) wijst op de noodzaak van juridische en fiscale wegwijzers in een ontwrichte samenleving.
2. Schaarste: De verwijzing naar het "Sparstoffblatt" illustreert de nijpende tekorten aan grondstoffen (met name metalen) tijdens de oorlogsjaren, waarbij de bezetter en de Nederlandse bureaucratie strikte besparingsmaatregelen oplegden ten behoeve van de (Duitse) oorlogsindustrie.
3. Monetaire politiek: Het grootste deel van de tekst bespreekt het afschaffen van het zegelrecht (een belasting op officiële documenten) voor cheques. Dit was een directe reactie op het uit de handel nemen van grote bankbiljetten. Door contant geld (f 500 en f 1000) waardeloos te maken of in te trekken, hoopte men zwart geld boven water te krijgen en de inflatie te beheersen. Om het gebrek aan fysiek geld op te vangen, moest het giraal verkeer (betalen via de bank) gestimuleerd worden. Dit document stamt uit het voorjaar van 1943, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds repressiever werd, ook op economisch vlak. De intrekking van de biljetten van 500 en 1000 gulden (het decreet van Rost van Tonningen, de NSB-president van de Nederlandsche Bank) was een ingrijpende maatregel die bedoeld was om oppotting tegen te gaan en de controle op het kapitaal te vergroten.
De genoemde "Hoofdgroep Banken" was een onderdeel van de door de bezetter opgelegde nieuwe organisatiestructuur van het bedrijfsleven (de Organisatiecommissie-Woltersom), bedoeld om de Nederlandse economie gelijk te schakelen ("Gleichschaltung") en efficiënter te exploiteren voor de Duitse oorlogsvoering. De terminologie "wnd. Secretaris-Generaal" verwijst naar de Nederlandse topambtenaren die onder toezicht van de Duitsers het bestuur voortzetten. D. van Sijn Kamer van Koophandel NSB