Archief 745
Inventaris 745-414
Pagina 113
Dossier 93
Jaar 1943
Stadsarchief

Getypte brief / circulair (pagina 3 van een groter geheel).

22 december 1942. Van: Het Secretariaat van de Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen (ondertekend door Mr. G.L. van der Jagt).

Origineel

Getypte brief / circulair (pagina 3 van een groter geheel). 22 december 1942. Het Secretariaat van de Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen (ondertekend door Mr. G.L. van der Jagt). J/Ve. -3-

Naar ons mag worden verwacht, zullen de gas- en electriciteitsbe-drijven worden overstelpt met verzoeken om rantsoenverhooging, waaraan zij echter niet kunnen voldoen, aangezien de door het Rijkskolenbureau te dien aanzien gegeven instructies zonder aanzien des persoons moeten worden op-gevolgd. Wèl zullen in sommige gevallen de aanvragen door de energiebe-drijven aan het Rijkskolenbureau ter beoordeeling mogen worden voorgelegd. In verband daarmee wordt den eventueelen reclamanten het volgende met nadruk onder de aandacht gebracht.

Het Rijkskolenbureau zal de verzoeken aan de Rüstungsinspektion Nie-derlande ter behandeling doorzenden, waarbij al aanstonds onderscheid moet worden gemaakt tusschen bedrijven mèt en zonder orders van Duitsche op-drachtgevers.

Degenen, die zich beroepen op Duitsche orders, mogen bedenken, dat de Rüstungsinspektion zich op het standpunt heeft gesteld, dat de betrokken industrie aan zulke orders boven andere voorrang heeft te verleenen en dat deze laatste slechts mogen worden uitgevoerd voor zoover de rest van het energierantsoen daartoe de mogelijkheid biedt. Wanneer deze industrieën nochtans een verzoek om een hooger of extra rantsoen wenschen in te dienen zullen zij dit vergezeld moeten doen gaan van een verklaring van den Duitschen opdrachtgever, waaruit duidelijk moet blijken, voor welke Duitsche instantie orders moeten of zullen worden uitgevoerd.

Van alle requestranten moet worden geëischt, dat zij hun aanvragen behoorlijk motiveeren en in hun brieven kort en zakelijk niet meer dan één onderwerp behandelen. In het algemeen zal slechts worden ingegaan op schriftelijke verzoeken, welke door het gas- en electriciteitsbedrijf moeten worden voorzien van de voor de beoordeeling noodzakelijke gegevens betreffende stroom- of gasverbruik van 1939 af en de toegekende rantsoenen.

Tenslotte zij er nog op gewezen, dat het allen aanvragers tot aanbeveling zal strekken, wanneer zij kunnen aantonen aan den dringenden oproep tot energiebesparing gevolg te hebben gegeven, waarbij zij erop moeten kunnen wijzen, dat de "energie-controleur" in hun bedrijf de plaats heeft gekregen, die hem toekomt."

Aan het bovenstaande zij toegevoegd, dat wij ons op verzoek van enkele leden in verbinding hebben gesteld met het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch met het verzoek bemiddeling te verleenen, opdat aan de koel- en vrieshuizen onder alle omstandigheden de electrische energie ter be-schikking wordt gesteld, welke zij noodig hebben voor de volvoering van hun zoo uiterst belangrijke taak voor de voedselvoorziening van het Neder-landsche volk, hetgeen bereikt kan worden, doordat bepaald wordt, dat de electriciteitsrantsoeneering, zooals deze onlangs werd ingevoerd, niet van toepassing is op de koel- en vrieshuizen.

Als motief voor dit verzoek werd o.m. aangevoerd, dat rantsoeneering van electriciteit bij de koel-en vrieshuizen als consequentie zou hebben een rantsoeneering der koel- en vriescapaciteit, zoodat de koel- en/of vrieshuizen de hun toevertrouwde bederfelijke goederen slechts gedeeltelijk zouden kunnen koelen en/of vriezen met het gevolg, dat de opgeslagen levensmiddelen aan bederf onderhevig zijn. Bovendien wezen wij er op, dat over het algemeen de koel- en vrieshuizen in 1942 veel beter bezet zijn geweest dan in 1940, terwijl tenslotte nog werd betoogd, dat enkele bedrijven in 1940 hun drijfkracht hebben moeten overschakelen van olie op electrische energie.

Zoodra wij van het Bedrijfschap voor Vee en Vleesch antwoord hebben ontvangen zullen wij U hiervan in kennis stellen.

's-Gravenhage, 22 December 1942.

Het Secretariaat van de Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen,

(w.g.) [Handtekening]

(Mr. G.L. van der Jagt). Dit document biedt een inkijk in de bureaucratische realiteit van de Nederlandse economie tijdens de Duitse bezetting in de winter van 1942. De kern van de tekst draait om de schaarste van brandstof en energie (gas en elektriciteit).

Enkele opvallende punten:
* Prioriteit voor de bezetter: Bedrijven die werken aan "Duitsche orders" krijgen expliciet voorrang bij de toewijzing van energie. De Rüstungsinspektion Niederlande (de Duitse instantie belast met de bewapeningsindustrie) heeft hierin de beslissende stem.
* Strenge administratie: Aanvragen voor meer energie moeten strikt zakelijk zijn, teruggaan op verbruikscijfers van vóór de oorlog (1939) en vergezeld gaan van Duitse verklaringen indien van toepassing.
* Voedselvoorziening als argument: De belangenvereniging probeert een uitzonderingspositie te verkrijgen voor koel- en vrieshuizen door te wijzen op het cruciale belang van voedselconservering voor de Nederlandse bevolking ("voedselvoorziening van het Nederlandsche volk"). Dit toont de spanning aan tussen de eisen van de Duitse oorlogsindustrie en het overleven van de lokale bevolking.
* Technische transitie: Er wordt vermeld dat bedrijven tussen 1940 en 1942 zijn overgestapt van olie op elektriciteit (waarschijnlijk door olieschaarste), wat hun afhankelijkheid van het elektriciteitsnet heeft vergroot. In december 1942 was de Tweede Wereldoorlog in een kritieke fase beland. De Duitse oorlogseconomie draaide op volle toeren, maar kampte met groeiende tekorten aan grondstoffen en energie. In bezet Nederland leidde dit tot een strak geleide distributie-economie.

Het Rijkskolenbureau speelde een centrale rol in de verdeling van brandstoffen. De Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen was een onderdeel van de nationaalsocialistische ordening van het bedrijfsleven (de zogeheten "Organisatie-Woltersom"), waarbij bedrijven verplicht waren zich te verenigen in bedrijfschappen en vakgroepen. Hoewel deze structuren door de bezetter waren opgelegd, werden ze door Nederlandse bestuurders zoals Mr. G.L. van der Jagt ook gebruikt om te lobbyen voor het behoud van essentiële civiele voorzieningen, zoals de voedselketen, tegenover de roofbouw van de Duitse bezetter.

Samenvatting

Dit document biedt een inkijk in de bureaucratische realiteit van de Nederlandse economie tijdens de Duitse bezetting in de winter van 1942. De kern van de tekst draait om de schaarste van brandstof en energie (gas en elektriciteit).

Enkele opvallende punten:
* Prioriteit voor de bezetter: Bedrijven die werken aan "Duitsche orders" krijgen expliciet voorrang bij de toewijzing van energie. De Rüstungsinspektion Niederlande (de Duitse instantie belast met de bewapeningsindustrie) heeft hierin de beslissende stem.
* Strenge administratie: Aanvragen voor meer energie moeten strikt zakelijk zijn, teruggaan op verbruikscijfers van vóór de oorlog (1939) en vergezeld gaan van Duitse verklaringen indien van toepassing.
* Voedselvoorziening als argument: De belangenvereniging probeert een uitzonderingspositie te verkrijgen voor koel- en vrieshuizen door te wijzen op het cruciale belang van voedselconservering voor de Nederlandse bevolking ("voedselvoorziening van het Nederlandsche volk"). Dit toont de spanning aan tussen de eisen van de Duitse oorlogsindustrie en het overleven van de lokale bevolking.
* Technische transitie: Er wordt vermeld dat bedrijven tussen 1940 en 1942 zijn overgestapt van olie op elektriciteit (waarschijnlijk door olieschaarste), wat hun afhankelijkheid van het elektriciteitsnet heeft vergroot.

Historische Context

In december 1942 was de Tweede Wereldoorlog in een kritieke fase beland. De Duitse oorlogseconomie draaide op volle toeren, maar kampte met groeiende tekorten aan grondstoffen en energie. In bezet Nederland leidde dit tot een strak geleide distributie-economie.

Het Rijkskolenbureau speelde een centrale rol in de verdeling van brandstoffen. De Ondervakgroep Koel- en Vrieshuizen was een onderdeel van de nationaalsocialistische ordening van het bedrijfsleven (de zogeheten "Organisatie-Woltersom"), waarbij bedrijven verplicht waren zich te verenigen in bedrijfschappen en vakgroepen. Hoewel deze structuren door de bezetter waren opgelegd, werden ze door Nederlandse bestuurders zoals Mr. G.L. van der Jagt ook gebruikt om te lobbyen voor het behoud van essentiële civiele voorzieningen, zoals de voedselketen, tegenover de roofbouw van de Duitse bezetter.

Locaties

's-Gravenhage.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe meerdere lingerie
Andries Agsteribbe meerdere lingerie
A. Agsteribbe Waterlooplein " "
A. Boots meerdere visch
A. Boots Waterlooplein visch.
A. Boots. Waterlooplein visch
A. Boots. Waterlooplein visch
A. Bos Waterlooplein groente en fruit
A. Bos Waterlooplein groente en fruit
A.C.J. Stultjes Waterlooplein mosselen
A.C.J. Stultjes mosselen
M. Acohen Waterlooplein Manufacturen
A.F.P. Ploeger-Gevers meerdere kramerijen, huish. art.
J. Premsela meerdere koek gebak
A.G. Ploeger-Gevers meerdere kramersw., huish. art.
A.H.A. Brinkbok meerdere huishoudelijke art.
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hakker Waterlooplein groenten
A. Hamel Waterlooplein glas, porcel.& aardewerk.
A.H.A. Nolte Waterlooplein groente & fruit.
A. Hendriks Waterlooplein Verdeelvisch
A. Hendriks meerdere verdeelvisch
A. Hes Waterlooplein visch.
Hartog Swart Waterlooplein ged. visch. + geschrapt [K.L.?]
A.K.W. v.d. Linde Waterlooplein Fruit
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6